Kleine zee-eik

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Kleine zee-eik
Kleine zee-eik (Fucus spiralis)
Kleine zee-eik (Fucus spiralis)
Taxonomische indeling
Domein:Eukaryota (Eukaryoten)
Rijk:Protista
Stam:Phaeophyta
Klasse:Phaeophyceae
Orde:Fucales
Familie:Fucaceae
Geslacht:Fucus
Soort
Fucus spiralis
L., 1753
Afbeeldingen op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Kleine zee-eik op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie

De kleine zee-eik (Fucus spiralis) is een bruinwier.

Beschrijving[bewerken | brontekst bewerken]

De kleine zee-eik wordt 15 tot 20 cm centimeter lang en is gevorkt vertakt. De platte lamina (bladeren) van ongeveer 1 à 2 cm breed ontspringen vrijwel direct uit een hechtschijf en hebben een prominente middennerf. Het thallus heeft de neiging spiraalsgewijs te draaien (vandaar de naam Fucus spiralis), maar dit is geen betrouwbaar kenmerk. Er zijn geen gasblazen.

Deze soort lijkt op Fucus vesiculosus var. evesiculosus.

Kleur[bewerken | brontekst bewerken]

De normale kleur is olijfbruin.

Voortplanting[bewerken | brontekst bewerken]

De voortplantingsorganen vormen afgeronde zwellingen aan de uiteinden van de takken, gewoonlijk in paren, elk met een smal, plat en steriel randje.

Biotoop[bewerken | brontekst bewerken]

Hoog in het intergetijdengebied op rotsen, stenen en strandhoofden. Deze soort vormt daar een aparte band, net onder die van groefwier Pelvetia canaliculata - Linnaeus), maar boven blaaswier (Fucus vesiculosus).

Verspreiding[bewerken | brontekst bewerken]

Algemeen op de kusten van West-Europa, de Britse Eilanden, de Canarische Eilanden en de noordoostelijke kusten van Amerika.

Externe link[bewerken | brontekst bewerken]