Kurt Daluege

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Kurt Daluege
SS-Oberstgruppenführer en Generaloberst der Polizei, augustus 1944
SS-Oberstgruppenführer en Generaloberst der Polizei, augustus 1944
Geboren 15 september 1897
Kreuzburg
Overleden 23 oktober 1946
Praag
Begraven Anoniem graf; Praag-Ďáblice begraafplaats[1][2]
Land/partij Flag of the German Empire.svg Duitse Keizerrijk
Flag of German Reich (1935–1945).svg nazi-Duitsland
Onderdeel War Ensign of Germany 1903-1918.svg Deutsches Heer
Vrijkorps
Flag Schutzstaffel.svg Waffen-SS
Dienstjaren 1916 - 1918
1930 - 1945
Rang GenObst d. Polizei Kragenspiegel 1942-45.gif Generaloberst der Polizei shoulderboard.gif
SS-Oberstgruppenführer und Generaloberst der Polizei
Eenheid Sturmabteilung
Ordnungspolizei
Leiding over Plaatsvervanger Protectoraat Bohemen en Moravië
Slagen/oorlogen Eerste Wereldoorlog

Tweede Wereldoorlog

Onderscheidingen Zie decoraties

Kurt Daluege (Kreuzburg, 15 september 1897 - Praag, 23 oktober 1946) was een Duitse SS-militair die tijdens de Tweede Wereldoorlog verantwoordelijk was voor de persoonlijke bescherming van Adolf Hitler en andere partijleiders van de NSDAP.

Het begin[bewerken]

Hij was een zoon van middenkader ambtenaar. Hij was lid van de jeugbeweging Wandervogel. In 1916, melde hij zich als vrijwilliger voor de oorlogsdienst. Tijdens de Eerste Wereldoorlog vocht hij voornamelijk aan het westfront en raakte meerdere malen verwond, met als gevolgd dat hij voor 25% invalide was geworden. In 1918, verliet hij als vizefeldwebel en officierskandidaat de dienst. Van 1918 tot 1921 nam hij deel als lid en was leider van de „Selbstschutzes Oberschlesien“ (SSOS) en vocht tussen de Duitsers tegen de Poolse milities. Daluege was een fabrieksarbeider in Berlijn, en studeerde van 1921 tot 1924, civiele techniek aan de Technische Universiteit van Berlijn. In die tijd was hij in verscheidene nationaalsocialistische, volkse en antisemitische verenigingen actief, en functioneerde in 1922 als afdelingscommandant van het Vrijkorps Roßbach. In 1923 werd hij lid van de studentenverenigingen Teuto-Rugia. Hij studeerde af als ingenieur.

Carrière in de NSDAP[bewerken]

In 1922 werd Daluege lid van de toen nog onbeduidende NSDAP. Op 9 november 1923 ondersteunde hij Hitler bij zijn Bierkellerputsch in München. Als verbindingsman in Berlijn, was Hitler hem zijn hele leven lang dankbaar. Na de mislukte Bierkellerputch en het verbod op de NSDAP, streefde Daluege na om de partijbasis in Berlijn bij elkaar te houden. In 1924, richtte bij uit de gemaskeerde SA de Frontbann op waar hij leider van was tot 1926. In maart 1926 werd hij weer lid van de heropgerichte NSDAP met nummer 31981, en stichten de SA in Berlijn en Noord-Duitsland. Van 1926 tot 1930 was Daluege SA-Gruppenführer in Berlijn-Brandenburg, Van 1926 tot 1928 was hij tevens SA-Gausturmführer in Gau Berlijn-Brandenburg. Hij was ook waarnemend Gauleider van de NSDAP in Berlijn-Brandenburg.

Op persoonlijke wens van Hitler trad Daluege in 1930 uit de SA en werd lid van de SS met nummer 1119. Die toendertijd nog een (ofschoon concurrerende) sub-organisatie van de SA was. Van 1931 tot 1932 had hij als SS-Oberführer Oost de leiding over de SS-Abschnitts III Oost in Berlijn.

In 1931 bewees hij zich voor een tweede keer als loyale strijdgenoot van Hitler, bij het neerslaan van de Stennesputsch. Daluege beschermde Hitler permanent als gevolg hiervan.

Van 1927 tot 1933 werkte hij als fulltime afdelingshoofd bij een stedelijke projectontwikkelaar en als ingenieur bij een vuilophaaldienst in Berlijn. Van 1932 tot oktober 1933, was Daluege parlementslid van de NSDAP in Pruisen. In juli 1932 werd hij bevordert tot SS-Gruppenführer en leider van de SS-Gruppe Oost (Berlijn).

Na de overname van de macht door het nationaalsocialisme werd Daluege in februari 1933 benoemt als “Commissaris z. b. V.” en Leider van de “Sonderabteilung Daluege” in het Pruisische Ministerie van Binnenlandse Zaken (onder Herman Göring). Hierbij zuiverde hij de Pruisische politie van zogenaamde sociaaldemocratische elementen en verzorgde de gelijkschakeling met het nationaalsocialistische gedachtegoed. In mei 1933, benoemde Göring als dank Daluege tot onderstaatssecretaris en leider van de politieafdeling in het Pruisische Ministerie van Binnenlandse Zaken. En in september 1933 tot generaal der Pruisische Landespolizei.

Van juli 1933 tot 1945 was Daluege Pruisisch lid van de Raad van State. En vanaf november 1933 was hij lid van de Rijksdag.

In juli 1934, onmiddellijk na de Nacht van de Lange Messen, belasten Göring hem met de reorganisatie en personele zuivering van de SA-Gruppen Berlijn-Brandenburg, Pommern, Grenzmark, Silezië en Mitte. In augustus 1934, werd hij daarvoor beloond door Reichsführer-SS Himmler en bevorderd tot SS-Obergruppenführer.

Chef van de Ordnungspolizei[bewerken]

Als in november 1934 het Pruisische Ministerie van Binnenlandse Zaken met het Rijksministerie onder Wilhelm Frick gefuseerd werd, rees Daluege (tot juni 1936) tot leider van de politieafdeling in het Rijks- en Pruisische Ministerie van Binnenlandse Zaken. In maar 1936 kreeg hij zijn eerste hartaanval. Dat verhinderde hem er niet van om in juni 1936, benoemd te worden (tot 31 augustus 1943 waarnemend) plaatsvervanger van Himmler als “Chef van de Duitse Politie” in het Ministerie van Binnenlandse Zaken. Gelijktijdig werd hij “Chef van de Ordnungspolizei” (tot mei 1945 waarnemend). Daarmee ressorteerde onder Daluege de gezamenlijke geüniformeerde politie van het Duitse rijk. De Ordnungspolizei (OrPo) omvatten naast de Schutzpolizei ook nog andere onderdelen zoals de Feuerschutzpolizei en de Technische Nothilfe.

Evenwel werd Daluege in de opvolgende jaren tot 1939, door het SS-leidersduo Himmler en Heydrich teruggedrongen en verregaand uit zijn macht ontzet, maar bleef hij toch in functie door het goede contact met Hitler. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was hij vooral voor persoonlijke bescherming van Hitler en andere hoge partijleiders verantwoordelijk. Op 14 oktober 1941, ondertekende Daluege het eerste deportatiebevel voor de Duitse Joden in Łódź, Polen. Op 20 april 1942 werd hij als één van de vier SS-leiders, bevorderd in de hoogste rang namelijk die van SS-Oberst-Gruppenführer und Generaloberst der Polizei.

Na de succesvolle moordaanslag van de Tsjechische partizanen tijdens operatie Anthropoid op Dalueges concurrent Heydrich, werd Daluege in juni 1942 door Hitler als Rijksprotector van Bohemen en Moravië benoemd in Praag. Voor zijn inzet ontving hij het Kruis voor Oorlogsverdienste. Als zodanig was hij ook verantwoordelijk voor de brutale wraakacties tegen de bewoners van de dorpen Lidice en Ležáky.

In zijn dubbelrol als OrPo-Chef in Berlijn en feitelijke Rijksprotector in Praag, bleek Daluege na één jaar niet meer tegen opgewassen te zijn. In juni 1943 werd hij door Hitler als plaatsvervangend Rijksprotector ontheven. In dezelfde maand kreeg Daluege een tweede hartaanval, wat resulteerde in door gezondheidsredenen het neerleggen van zijn functie als Chef van de Ordnungspolizei op 17 augustus 1943.

In 1944 ontving Daluege van Hitler een dotatie van 610.000 Reichsmark. Daarna trok hij zich terug.

Arrestatie en veroordeling[bewerken]

Aan het einde van de oorlog werd Kurt Daluege in mei 1945 opgepakt in Lübeck en opgesloten in Neurenberg. In januari 1946 werd hij aan Tsjecho-Slowakije uitgeleverd en op 23 oktober na een proces geëxecuteerd in Praag.

Persoonlijk leven[bewerken]

Op 16 oktober 1926 trouwde Daluege met Käthe Schwarz (23 november 1901) een dochter van Carl Schwarz en Gertrud Schaaf. In 1937 had Daluege verklaard steriel te zijn, deze verklaring werd later weer weerlegd. Zij adopteerde één kind Helge (6 maart 1937)[3] en kregen zelf nog drie kinderen Gunther (20 augustus 1938)[3], Klaus (12 juli 1940)[3] en een dochter geboren in 12 mei 1942[3].

Triviaal[bewerken]

Toen Stalins zoon, Yakov Dzhugashvili gevangengenomen werd door de Wehrmacht. Het was Daluege die toegeschreven werd met het idee om Dzhugashvili uit te wisselen met veldmaarschalk Paulus. Joseph Stalin sloeg het aanbod af, naar verluidt onder vermelding van “een luitenant was niet een generaal waard”. Daluege zorgde ervoor dat Dzhugashvili in Sachsenhausen geïnterneerd werd. Toen hij overleed was hij nog maar 36 jaar. De Duitse officiële verklaring was dat Dzhugashvili overleden was toen hij tegen een elektrisch hek aan liep. Anderen verklaarden dat hij zelfmoord gepleegd heeft, en weer anderen suggereerden dat hij mogelijk wel vermoord was.

Militaire loopbaan[bewerken]

Decoraties[bewerken]

Externe links[bewerken]