Landschapspark (natuurgebied)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Idyllisch landschap in de Achterhoek

De term landschapspark heeft in Nederland verschillende betekenissen. De term is gebruikt voor het benoemen van gebieden met grote landschappelijke kwaliteit die bescherming behoefden, aangeduid als nationale landschapsparken of nationale landschappen. Lokale overheden gebruikten de term ook wel op een losse manier in de betekenis van aantrekkelijk agrarisch gebied of park/openbaar groen.

Nationale landschapsparken[bewerken]

Landschapspark is een begrip dat omstreeks 1970 gedurende enige tijd in kringen van natuur- en landschapsbeschermers opgang deed. Van regeringszijde werd in 1975 in Nederland voorgesteld samen met een aantal nieuwe nationale parken een twintigtal nationale landschapsparken te stichten. Gedoeld werd daarbij op gebieden met een grote landschappelijke kwaliteit die bescherming zouden moeten krijgen. Niet als reservaat maar als gebied met een milde bescherming via vooral de ruimtelijke ordening.

Ondanks deze duidelijke verschillen met natuurreservaten waren vele bewoners van het landelijke gebied bang dat ze met allerlei beperkingen te maken kregen als hun woon- en werkgebied het predicaat landschapspark zou krijgen. De plannen riepen hierdoor veel weerstand op.

Nationale landschappen[bewerken]

Hoewel de term landschapspark in de laatstgenoemde betekenis niet veel meer gebruikt wordt, leeft de geest ervan nadrukkelijk voort. Aan het eind van de 20e eeuw werd bijvoorbeeld in het nationale natuur- en landschapsbeleid aangekondigd om in een aantal provincies over te gaan tot de instelling van een nationaal landschap. In de Nota Ruimte die in 2006 is vastgesteld, staan in totaal twintig van deze landschappen genoemd. Zo wil de overheid grote gebieden met veel waardevolle cultuurlandschappen veiligstellen, in aanvulling op (andere) natuurgebieden en de nationale parken.

Zie ook[bewerken]