Legitimiteit (politiek)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Legitimiteit is het recht van de heerser om te regeren. Deze heerser kan een persoon of een regeringscollege zijn.

Volgens de socioloog Max Weber zijn er drie vormen van gezag. Charismatisch gezag is gebaseerd op de persoonlijke kwaliteiten van de leider, terwijl traditioneel gezag is gebaseerd op gewoontes en gebruiken. Rationeel-legaal gezag is gezag waarbij de macht wordt gelegitimeerd door algemeen geldende regels die zonder onderscheid des persoons worden toegepast. In werkelijkheid zullen de ideaaltypes nooit in deze pure vorm voorkomen, maar meerdere vormen combineren. Zo is er vooral bij verkiezingen nog een sterke nadruk op charisma, terwijl bij een constitutionele monarchie sprake is van erfopvolging.

De legitimiteit was een sleutelbegrip bij de restauratie, het herstel van de voor-revolutionaire politieke verhoudingen in Europa in 1814. Talleyrand bepleitte op het Congres van Wenen een vorm van pragmatische legitimiteit gebaseerd op principe en wederzijdse acceptatie als pijler van stabiliteit en vrede in Europa na Napoleon.

Het tegenovergestelde van legitimiteit is usurpatie.