Maanlander

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Apollo maanlander1.jpg

De maanlander (Lunar module of LM) was tijdens de Apollovluchten het onderdeel dat gemaakt was om de eigenlijke maanlanding uit te voeren. Hij werd gebouwd door Grumman Aerospace.

Tijdens de lancering van de Saturnus V-raket zat de maanlander, met ingetrokken landingsgestel, opgeborgen onder de commando-/servicemodule (CSM), in het deel waar de raket sterk verbreedt. Was de raket eenmaal onderweg naar de maan, werd de derde trap afgestoten en kwam de maanlander vrij. Met een manoeuvre werd de maanlander op de voorzijde (op de punt) van de capsule geplaatst. Via een verbindingssluis met twee deuren, konden de astronauten overstappen.

De maanlander bracht twee astronauten naar het maanoppervlak en terug naar de CSM, die met de derde astronaut rond de maan bleef cirkelen. De maanlander bestond uit twee delen: het onderste deel was de daaltrap, het bovenste de stijgtrap. De daaltrap deed bij het verlaten van de maan dienst als lanceerplatform voor de stijgtrap, en bleef derhalve achter op de maan. Het geheel was zeven meter hoog. De schotels die onder aan de poten zaten, hadden een doorsnede van 90 centimeter. De massa bedroeg 14.500 kg.

De beide astronauten stonden in de cabine, waardoor een klein raam voldeed om toch voldoende uitzicht te hebben (indien de astronauten zouden zitten, zou een groot bol venster nodig zijn, zoals in een helikopter). Ze rustten en sliepen in een hangmat.

De Rover die op de tekening wordt aangeduid, is de maanwagen. Deze werd vanaf Apollo 15 meegenomen.

Apollo 13[bewerken]

Tijdens de vlucht van Apollo 13 fungeerde de maanlander Aquarius als reddingsboot voor de bemanningsleden Lovell, Haise en Swigert. Door een aantal fouten bij het testen van een zuurstoftank bij fabrikant North American Rockwell vond tijdens de heenreis naar de maan een ontploffing plaats in deze zuurstoftank van de commando-/servicemodule. De astronauten overleefden de vier dagen durende reis terug naar aarde door gebruik te maken van de zuurstof, elektriciteit en de raketmotor van de maanlander.

Namen[bewerken]

Elke commandomodule en elke maanlander kreeg een naam die tijdens de vlucht gebruikt werd in de communicatie:

Missie CSM Maanlander
Apollo 9 Gumdrop Spider
Apollo 10 Charlie Brown Snoopy
Apollo 11 Columbia Eagle
Apollo 12 Yankee Clipper Intrepid
Apollo 13 Odyssey Aquarius
Apollo 14 Kitty Hawk Antares
Apollo 15 Endeavour Falcon
Apollo 16 Casper Orion
Apollo 17 America Challenger

Externe link[bewerken]