Marengo-proces

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Het Marengo-proces is een strafzaak die door het OM wordt gevoerd tegen zestien verdachten, van wie er twee voortvluchtig zijn. Zij worden als vermoedelijke leden van de zogeheten mocro-maffia (criminelen met een Marokkaanse achtergrond, die verdacht worden van handel in onder andere cocaïne) verantwoordelijk gehouden voor een reeks moorden en pogingen daartoe in Nederland in de periode van 2015 tot 2017, met name in de provincie Utrecht.

Kroongetuige[bewerken]

Een prominente verdachte in dit proces is de Utrechtse kroongetuige Nabil B.[1], die besloot te getuigen nadat op 12 januari 2017 een bekende van hem, Hakim Changachi, bij een zogeheten 'vergismoord' om het leven was gekomen. Een week nadat bekend was geworden dat hij had besloten met justitie in zee te gaan werd zijn broer Reduan in een val gelokt en vermoord. Op 18 september 2019 werd voorts zijn advocaat, Derk Wiersum, voor zijn woning in Amsterdam vermoord. Naar aanleiding van deze moord, en de waarschijnlijke betrokkenheid met de zaak, mag er geen publiek aanwezig zijn bij de pro-forma zittingen in Amsterdam. [2]

Verdachten[bewerken]

De hoofdverdachte Ridouan Taghi, die wordt beschouwd als bendeleider, is voortvluchtig, evenals zijn vermeende rechterhand, Saïd Razzouki uit Utrecht. Voor beiden looft het OM een beloning van 100.000 euro uit voor tips die leiden naar hun verblijfplaats. Zij worden aangemerkt als de twee meestgezochte criminelen van Nederland. Naast hen telt het proces nog veertien andere verdachten.

Beschuldigingen[bewerken]

De beschuldigingen betreffen betrokkenheid bij de volgende moorden:[3] [4][5]

  • Mohammed Alarasi (22) is op 20 januari 2014 doodgeschoten op het parkeerterrein van een sportschool in Amersfoort. De daders zouden aan de nabestaanden van Alarasi hebben doorgegeven dat het een persoonsverwisseling betrof en hij niet het doelwit was.[6][7]
  • Samir Jabli (38) is op 1 december 2014 vermoord in zijn eigen auto voor het huis van zijn ouders in Amersfoort. Hij zou het eigenlijke doelwit zijn inplaats van de eerder vermoorde Mohammed Alarasi. Jabli was geen onbekende in het criminele milieu en had naar verluidt meerdere vijanden.[8]
  • Ronald Bakker (59) is op 9 september 2015 omgelegd voor zijn woning in Huizen, hij zou de recherche informatie verstrekt hebben over klanten van de winkel in Nieuwegein waar hij werkte. Taghi beraamde eerder in 2015 al een aanval met een anti-tankwapen op dezelfde winkel in Nieuwegein met daarin enkele medewerkers, omdat hij het bedrijf verdacht van samenwerking met politie en justitie. Dit bleek uit door de politie onderschepte berichten via Pretty Good Privacy-telefoons (PGP’s) tussen Taghi en medeverdachten, die pas jaren later konden worden gekraakt.[9]
  • Samir Erraghib is op 17 april 2016 geliquideerd in IJsselstein. Volgens onderschepte berichten (PGP’s) ging Taghi ervan uit dat Erraghib informatie over zijn organisatie door heeft gespeeld naar de politie. Bij zijn liquidatie was de 7-jarige dochter van Erraghib aanwezig.[10]
  • Het uitdenken van moorden op Ebrahim B. en Mohammed el M. en poging tot moord op Abdelkarim A. en Ebrahim B.. De aanleiding van deze plannen zijn de verklaringen die Ebrahim B. (bijnaam: 'Slager') afgelegd heeft over het handelen van Taghi en diens rechterhand Saïd Razzouki. Uit onderschepte berichten (PGP’s) blijkt Taghi volgens justitie ‘aan het jagen’ te zijn, ‘bloed nodig te hebben’ en hij zegt: ‘beter maakt die slager dood’, ‘Hy gaat slapen’. Omdat Taghi zijn doelwit Ebrahim B. niet kon vinden verlegde hij de aandacht ‘de Chino’s’, zoals Mohammed el M., maar ook zijn broer werd genoemd. De vriend Ranko Scekic zou ook een doelwit zijn geweest. De uiteindelijke concrete pogingen om Mohammed el M. en Scekic om te brengen mislukken. Het is onbekend wat de moordpoging op Abdelkarim A. behelst.[11][12]
  • Ranko Scekic is op 22 juni 2016 vlak voor hij moet getuigen in een strafzaak tegen Taghi omgelegd in Utrecht. Hij zou deel hebben uitgemaakt van een groep die names Ridouan Taghi moorden voorbereidde. Het Openbaar Ministerie maakte over deze moord later bekend dat Taghi kort na de liquidatie via de PGP-berichtenservice schreeft: "Hahaha, die waterhoofd leeft niet meer. Hij heeft 5 of 6 kogels in zijn kop gekregen".[13]
  • Wout Sabee (70) is op 24 juni 2016 na een eerdere mislukte aanslag alsnog doodgeschoten in zijn villa in De Meern. Justitie maakte bekend dat hij vlak voor zijn moord nog belastende verklaringen afgelegd heeft over tal van conflicten in de onderwereld.[14]
  • Martin Kok (48) is op 8 december 2016 vermoord voor een bordeel in Laren. Kok schreef als misdaadverslaggever op zijn website over Ridouan Taghi, Richard R. (‘Rico de Chileen’) en Naoufal ‘Noffel’ F. als moordend driemanschap.[15]
  • Hakim Changachi (31) is 12 januari 2017 vermoord voor zijn huis in Utrecht. Ook hier zou volgens justitie een persoonsverwisseling hebben plaatsgevonden en was een ander persoon het doelwit, namelijk crimineel Khalid ‘Imo’ H.. Enkele dagen later volgt een nieuwe moordpoging, maar het doelwit ‘Imo’ merkt zijn belagers op tijd op en alarmeert de politie. Nabil B. had voor deze moordpoging een auto geregeld die voor de moord werd gebruikt en betreurt het dat zijn vriend Changachi is vermoord. Hij voelt de druk van de nabestaanden van Changachi en die van de groep Taghi, die hem heeft opgedragen tegen de nabestaanden te zeggen dat anderen de moordopdracht hadden gegeven. Hij besluit naar justitie over te lopen als kroongetuige.[16][17][18]
  • Moorden op de broer (29 maart 2018) en advocaat (18 september 2019) van Nabil B. in Amsterdam.

De vermoedelijke motieven voor deze misdrijven lopen uiteen van wraak voor verraad tot vergelding wegens niet-betaalde schulden in het criminele milieu.

Gesloten deuren[bewerken]

Op 20 september 2019 werd enkele dagen na de liquidatie van advocaat Derk Wiersum, de advocaat van kroongetuige Nabil B., door de rechtbank en het OM in Amsterdam besloten dat de strafzaak tegen de verdachten om veiligheidsredenen "achter gesloten deuren" diende plaats te vinden, zonder aanwezigheid van publiek en pers. Hiertegen werd geprotesteerd door Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ) en het Nederlands Genootschap van Hoofdredacteuren die pleitten voor een "open rechtspraak" [19] [20] [21]