Mazurië

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
17e-eeuwse bedevaartskerk in Święta Lipka (oorspronkelijk Heiligelinde)

Mazurië of Mazoerië (Pools: Mazury, Duits: Masuren) is een historische regio die ooit deel uitmaakte van Oost-Pruisen maar nu in noordoost-Polen ligt. De vele meren en bossen trekken veel toeristen, vooral zeilers en kajakkers.

Het Mazurisch Merenplateau (Mazurische Meervlakte), met meer dan 2000 meren, strekt zich over ongeveer 290 km uit, van de benedenloop van de rivier de Wisła (Weichsel) tot aan de Pools-Litouwse grens. Het grootste meer in het gebied is het Sniardwymeer, dat met 110 km² ook het grootste meer van Polen is. Het gebied staat bekend als het Kraina Tysiąca Jezior (Pools) of Land der Tausend Seen (Duits), het "Land der Duizend Meren".

Belangrijke steden in Mazurië zijn Ełk (Duits: Lyck), Iława (Deutsch Eylau), Kętrzyn (Rastenburg), Mrągowo (Sensburg), Ostróda (Osterode) en Szczytno (Ortelsburg).

Geschiedenis[bewerken]

Mazurië werd oorspronkelijk bevolkt door de Oude Pruisen. In de 13e eeuw werd het gebied veroverd en gekerstend door de geestelijke ridders van de Duitse Orde. Het bleef een dunbevolkt bosgebied dat als grensbarriere een functie kreeg tegenover Polen. Omdat kolonisten uit de herkomstgebieden van de Orde steeds schaarser werden, werd de streek bevolkt door Poolse boeren, voornamelijk uit het naburige Mazovië. Ook Duitsers, Fransen, Nederlanders, Schotten en Vlamingen trokken in de 16de en 17de eeuw naar Oost-Pruisen hoewel naar de steden en niet naar het Mazurische platteland. In 1525 seculariseerde de Orde zich en werd de laatste zogenaamde 'grootmeester' hertog van wat nu Hertogdom Pruisen heette. In de 17de eeuw was Duits (meest Nederduitse dialecten en als schrijftaal Hoogduits) de taal van het hertogdom, nadat de oorspronkelijke taal van de Pruzzen was uitgestorven. Op het dunbevolkte Mazurische platteland bleef Pools de belangrijkste voertaal. Omdat de Mazuren de lutherse reformatie volgden, werd de afstand tot de als katholiek ervaren Poolse cultuurtaal groter.

In 1656 werd de streek verwoest door invallende Krim-Tataren, die in twee weken 30% van de bevolking uitmoordden. In de periode 1708-1711 stierf zo'n 50% van de bevolking aan de pest. De bevolking, vooral in het oostelijke helft van Oost-Pruisen, maar ook hier en daar in Mazurië, werd hierna aangevuld met protestantse geloofsvluchtelingen uit Polen-Litouwen, Salzburg, Frankrijk (hugenoten) en Rusland.

De invoering van verplicht onderwijs in de tweede helft van de 19de eeuw diende ook de germanisering. De Pruisische staat zag het als haar taak om de bevolking de taal van de staat, het Hoogduits, bij te brengen. Het Mazurische Pools werd op school verbonden en de Mazurische preken in de kerk namen dientengevolge in een snel tempo af. Dit proces had tot gevolg dat het aantal Mazurisch-sprekenden tussen 1860 en 1910 afnam van ca. twee-derde tot een-derde van de bevolking.

In 1914, tijdens de Eerste Wereldoorlog, werd een belangrijke veldslag tussen de Duitsers en de Russen uitgevochten in Mazurië, de Slag bij Tannenberg. De Russische legers moesten het gebied weer verlaten nadat zij de helft van Oost-Pruisen hadden bezet ten koste van grote verliezen. Na de oorlog vond op 11 juni 1920 een volksraadpleging plaats waarbij de inwoners van de twee zuidelijkste districten van Oost-Pruisen konden kiezen om zich bij Polen aan te sluiten of bij het Duitse Rijk te blijven. Hierbij koos 99,32 % van de stemmers voor aansluiting bij het Duitse Rijk en dat laat zien dat in politiek bewustzijn de bevolking Duits was geworden.. [1]

Van 1933 tot 1943 voerden de nazi's een optisch verduitsingsbeleid. Hierbij werden duizenden plaatsnamen met Poolse taalwortels vervangen door Duitse namen; vanaf 1938 gold dat de helft van de bestaande plaatsnamen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog had Adolf Hitler zijn militair hoofdkwartier Wolfsschanze in Görlitz (nu: Gierłoż), nabij Rastenburg (nu: Kętrzyn) aan de noordeljke rand van Mazurië. Hier werd op 20 juli 1944 een mislukte bomaanslag op Hitler gepleegd. De streek werd verwoest door het Wisła-Oderoffensief in januari en februari 1945.

Na de oorlog moest het verwoeste gebied heropgebouwd worden en grote steden in het westen van Duitsland sloten vriendschapsbanden met Mazurische stadjes waarmee de bekostiging werd gegarandeerd. De stadscentra, voor zover net opnieuw verwoest in 1945, getuigen nog steeds van een Duitse 'jaren-twintig' architectuur.

Na de oorlog werd het gebied bezet door Polen, waarbij het grootste deel van de bevolking naar Duitsland vluchtte of verjaagd werd. Alleen wie in staat was Pools c.q Mazurisch te spreken mocht blijven. Zie: Verdrijving van Duitsers na de Tweede Wereldoorlog. Tegelijkertijd was er een grote intocht van Polen, vooral afkomstig uit door de Sovjet-Unie geannexeerde gebieden. Onder het communistische regime werd de Mazurische bevolking van Mazurië onderdrukt. Zij kregen ten gunste van de rooms-katholieken nauwelijks ruimte om hun lutherse geloof vrij te belijden, moesten hun kerken delen en het beheer aan de katholieke geestelijken overlaten, en voorts afzien van de Duitse taal, die zij gewend waren in geschreven vorm te gebruiken. In de jaren 50 kreeg een aantal Mazuriërs de vrijheid om de Duitse nationaliteit te kiezen en Polen te verlaten voor West-Duitsland. Zo'n 100.000 Mazuren verlieten het gebied. Inmiddels zijn de Poolse geografische namen hersteld in een moderne Poolse vorm en de oorspronkelijk Duitse namen verpoolst.

Vandaag de dag zijn er nog maar zo'n 5.000 van de oorspronkelijke Mazurische bevolking over. De protestantse kerken van de oorspronkelijke Mazuriërs zijn nu in gebruik als rooms-katholieke kerken voor de huidige Poolse bevolking, die zichzelf voor folkloristische doeleinden als Mazuren aanduidt.

Mazurië werd in 1945 een administratieve regio (woiwodschap) van Polen. In 1999 werd de regio samengevoegd met Ermland tot de huidige regio Ermland-Mazurië.

Externe links[bewerken]

Wikivoyage Wikivoyage heeft een reisgids over dit onderwerp: Ermland-Mazurië.