Naaktzadigen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
zwarte den (Pinus nigra) met vlnr: takje met vrouwelijke strobuli; vouwelijke strobilus en daaronder een zaadschub met zaadknoppen van boven; overlangse doorsnede van vrl. strobilus; tak met mannelijke strobuli; vrl. kegel; onder elkaar pollenkorrel, gevleugeld zaad en microsporofyl; mnl. strobi;us en er onder een microsporofyl; rechtsboven 2 pollenkorrels
Mannelijke strobilus van een palmvaren (Cycas spec.)

De naaktzadigen is een groep planten die te omschrijven is als alle zaadplanten behalve de bedektzadigen. De fylogenetische verwantschappen van de diverse groepen naaktzadigen onderling en met de bedektzadigen is onderwerp van onderzoek en discussie.

Zoals alle zaadplanten vormen naaktzadigen zaden, maar in tegenstelling tot de bedektzadigen hebben de naaktzadigen nooit "echte" vruchten. Wel kunnen structuren aanwezig zijn die de functie van eetbare vruchten vervullen (bijvoorbeeld bij Jeneverbes, Taxus en Podocarpaceae).

De 23e druk van de Heukels gebruikt deze naam Naaktzadigen voor een groep die geen formele botanische naam heeft. De enige naaktzadigen die van nature in Nederland voorkomen zijn de coniferen, in de Heukels ingedeeld in de orde Coniferales.

Tot de naaktzadigen horen:

Traditioneel is "naaktzadigen" de Nederlandstalige naam voor wat bekendstaat onder de wetenschappelijke naam Gymnospermae. Dus, in de klassieke termen:

Dit mag nog steeds, mits niet verondersteld wordt dat Gymnospermae noodzakelijkerwijs een holofyletische groep vormen.

Stamboom van de Tracheophyta, de vaatplanten

 Stamboom van de Tracheophyta, vaatplanten

Externe link[bewerken]