Nicolaas III van Putten

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Nicolaas III
? - 1311
Zegel van Nicolaas III van Putten.jpg
Heer van Putten
Periode 1276 - 1311
Voorganger Nicolaas II van Putten
Opvolger Beatrix van Putten
Vader Nicolaas II
Moeder Beatrijs
Dynastie Van Putten
Kasteel Strijen

Nicolaas III van Putten (ca.1260 – 27 oktober 1311) was heer van Putten (heerlijkheid Putten), veldheer van Holland (1299-1304) en het Sticht (1311).

Levensloop[bewerken]

Hij was een zoon van Nicolaas II van Putten en volgde hem op in 1276 als opvolger van alle landgoederen. Hij komt tussen 1276-1284 in diversen aktes voor als "het kind van Putten". Onder zijn bewind werd het land van Putten uitgebreid met de leengoederen van Simonshaven, Oud Schuddebeurs en Drenkwaard als leenbezit van het graafschap Holland.[1] Nicolaas III komt in 1284 voor in een charter, waarin hij erkend wordt door Floris V van Holland als fidelum nostrum (heer over al zijn goederen). Op 9 januari 1296 was hij met zijn graaf Floris V van Holland in Parijs. In 1303 is Van Putten betrokken als arbiter in een geschil, op 20 maart 1303 neemt hij deel aan de Slag bij Duivenland, waar zijn verwant "Dirk van Haarlem" sneuvelt[2]. Hij werd daarna (of kort daarvoor) samen met Willem de Goede en Witte van Haemstede tot ridder verheven door Jan II van Avesnes. De heer van Putten werd in 1304 door Dordrecht gevraagd om leiding te geven aan de verdediging van de stad. De stad werd in mei/juni 1304 belegerd door de hertog Jan II van Brabant en Van Putten wist dapper weerstand te houden en de Brabanders te verjagen en wist daarbij Waalwijk en Geertruidenberg te veroveren op de hertog[3]. Nicolaas bouwde het kasteel Putterstein in Geervliet verder uit en stichtte in 1304 het Slot Valckesteyn. In 1307 stichtte Nicolaas III een kanunnikenkapittel bij de Onze Lieve Vrouwe-kerk waar 10 kanunniken zich konden vestigen.

In augustus 1311 werd Van Putten ingehuurd door de bisschop van Utrecht als veldheer van het Sticht. Samen met de heren van Arkel en van Brederode steekt hij met schepen de Zuiderzee over om de opstandige Friezen te bestrijden in Stellingwerf. Tijdens de reis werden de heren geteisterd door zware regenbuien en windstoten, de missie werd afgebroken. Van Putten had waarschijnlijk een onbekende ziekte opgelopen en overleed kort daarna op 27 september 1311.

Huwelijk en kinderen[bewerken]

Hij trouwde met Aleida vrouwe van Strijen (1270-1316). Uit zijn huwelijk werden geboren:

  • Beatrix (Beatrijs) van Putten (12??–1354), vanaf 1311 vrouwe van Putten en vanaf 1316 vrouwe van de heerlijkheid Strijen. In 1324 verkocht zij het huis Ten Strijen aan Willem van Duivenvoorde.
    Beatrix trouwde (1) circa 1311 met Hugo V van Zottegem (-1321) burggraaf van Gent en door huwelijk heer van Putten. Hugo V van Zottegem was de laatste effectieve kastelein van Gent. Hij streed mee in de Guldensporenslag aan de zijde van de Franse koning tegen de graaf. Hij was een zoon van Gerard II van Zotteghem (-voor 1319) heer van Zottegem en Vianen en van 1280 tot 1307 burggraaf van Gent uit het geslacht Enghien afkomstig uit Edingen en Maria van Gent (-1295). Beatrix en Hugo hadden 1 zoon: Hugo II van Edingen-Zottegem (voor 1321-) die trouwde met Katherina van Maldegem.
    Beatrix trouwde (2) circa 1322 met Guy/Gwijde van Vlaanderen (-1345), de neef van Willem I van Namen (1324-1391).
  • Oda van Putten en Strijen (1295 - voor 1336). Zij trouwde in 1315 met Willem IV van Horne.
  • Aleid II van Putten, van 1354 tot 1361 vrouwe van Putten en Strijen (-1361). Zij trouwde op 15 juli 1351 met Boudewijn V van Praat de laatste heer van de heerlijkheid van Praet te Oedelem (-3 april 1373), begraven in de Sint-Lambertuskerk te Oedelem. Uit haar huwelijk zijn geen kinderen geboren.

Zijn lichaam werd bijgezet in de kerk te Geervliet evenals later dat van zijn echtgenote. Hij werd na zijn dood opgevolgd door zijn dochter Beatrijs.