O.J. Simpson

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
O.J. Simpson in 1990

Orenthal James Simpson (San Francisco, 9 juli 1947), meestal O.J. Simpson genoemd, is een Amerikaans voormalig American football-speler en acteur. Hij kreeg wereldwijde bekendheid naar aanleiding van de beschuldiging zijn ex-vrouw en haar vriend te hebben vermoord. Voor deze dubbele moord werd hij in 1995 na een lange strafzaak vrijgesproken, maar in een civielrechtelijke zaak schuldig bevonden. In 2007 is hij voor een reeks andere ernstige misdaden veroordeeld tot 33 jaar gevangenisstraf. Hij zit momenteel gevangen in Lovelock, Nevada.

De afkorting O.J. wordt in de Verenigde Staten veel gebruikt voor Orange Juice (sinaasappelsap). De bijnaam van O.J. Simpson is dan ook The Juice. Het rugnummer 32 wordt in de V.S. nog steeds als Simpson's rugnummer gezien, zoals in Nederland nummer 14 bij Johan Cruijff hoort.

Footballcarrière[bewerken]

De American football-carrière van Simpson begon op de universiteit van Zuid-Californië. Hij won verschillende prijzen en werd bij de teamsamenstelling van 1969 als eerste speler gekozen door de Buffalo Bills, die in het seizoen daarvoor als laatste waren geëindigd. In 1973 was Simpson de eerste speler die in een seizoen de 2000 yard-grens passeerde. Hoewel het record later gebroken werd, is Simpson nog steeds de enige speler die er slechts veertien wedstrijden voor nodig had. In 1973 werd Simpson verkozen tot de meest waardevolle speler van de competitie. Zijn gemiddelde per wedstrijd lag 10 yards verder dan zijn directe concurrent. Simpson heeft zes wedstrijden gespeeld waarin hij meer dan 200 yards liep (ook een record), waarvan drie in zijn topseizoen 1973. In 1979 beëindigde hij zijn carrière.

Filmcarrière[bewerken]

Nadat hij met American football was gestopt, begon Simpson aan een carrière op het witte doek. Hij was te zien in de miniserie Roots, en de film Capricorn One. Grote bekendheid kreeg hij met zijn rol als Nordberg in de trilogie The Naked Gun.

Dood van zijn ex-vrouw en het proces[bewerken]

Op 12 juni 1994 werden zijn ex-vrouw Nicole Brown, die van hem scheidde in 1992, en een vriend van Nicole, Ronald Goldman, dood aangetroffen bij het huis van Brown in Brentwood bij Los Angeles. De kinderen van Simpson sliepen boven. Bewijsmateriaal dat de politie op de plaats van het misdrijf aantrof, wees al snel in de richting van de mogelijke betrokkenheid van Simpson. De advocaten van Simpson konden de politie ervan overtuigen dat Simpson de mogelijkheid kreeg zichzelf enkele dagen later aan te geven, alhoewel een verdachte voor een dubbele moord normaal gesproken direct gearresteerd wordt en niet op borgtocht vrij kan komen.

Achtervolging en arrestatie[bewerken]

Meer dan 1000 journalisten wachtten op 17 juni 11 uur 's ochtends op het moment dat Simpson zich zou aangeven bij de politie, zoals overeengekomen. Simpson kwam echter niet opdagen. In plaats daarvan verscheen een vriend van Simpson, die een brief voorlas met de tekst: "Allereerst moet iedereen begrijpen dat ik niets te maken heb met de dood van Nicole... Heb geen medelijden met mij. Ik heb een fantastisch leven gehad." Voor veel mensen klonk dit als een zelfmoord-brief en veel journalisten gingen op zoek naar Simpson.

Om kwart voor zeven 's avonds zag een politieagent de witte Ford Bronco van Simpson rijden. Toen de agent langszij reed, zei de chauffeur van de wagen (Al Cowlings, een vriend van Simpson) dat Simpson een pistool tegen zijn hoofd hield. De agent begon daarop een lange achtervolging.

Een helikopter van de televisiezender KCBS zond de achtervolging live uit op televisie. Al snel volgden meer media-helikopters. Televisiezenders probeerden alle helikopters in de omgeving te charteren om niets te missen. Langs de route waarop Simpson werd achtervolgd stonden al snel duizenden mensen. Nadat Simpson bij zijn huis was aangekomen, bleef hij nog 45 minuten in de auto zitten voordat hij zich overgaf aan de politie. De politie trof in zijn auto 8000 dollar geld aan, een valse baard en snor, een paspoort en een geladen pistool. Naar schatting keken alleen al in de Verenigde Staten 95 miljoen mensen naar de live-achtervolging en arrestatie van Simpson.

In de media verschenen de politiefoto's van Simpson. Het tijdschrift Time publiceerde een bewerking van deze foto waarop het bord met zijn ID-nummer kleiner was gemaakt en zijn huid donkerder. Hoewel Time later verklaarde dat deze bewerking alleen artistieke redenen had, wakkerde de foto bij minderheidsgroeperingen gevoelens aan dat er sprake was van discriminatie in de zaak Simpson (Simpson heeft een donkere huidskleur, zijn vermoorde vrouw en haar vriend waren blank).

Proces[bewerken]

Het 133 dagen durende proces tegen Simpson werd live uitgezonden op televisie. Aanklagers, advocaten, getuigen en ook de rechter Lance Ito, waren of werden nationale beroemdheden.

De blanke Marcia Clark, destijds veertig jaar oud en met 13 jaar ervaring als deputy D.A., was de hoofdaanklager. Zij stelde de Afrikaans-Amerikaanse Christopher Darden, eveneens behoorlijk ervaren, aan als deputy. De aanklagers betoogden dat Simpson zijn ex-vrouw en haar minnaar had vermoord uit jaloezie. De aanklagers begonnen met het laten horen van het telefoontje van Nicole Brown Simpson naar de alarmcentrale uit 1989. Hierin zei Nicole Brown dat ze bang was dat Simpson haar wat aan zou doen. De aanklagers kwamen ook met DNA-materiaal van Simpson en schoenafdrukken van hem, die op de plaats van het misdrijf waren aangetroffen. Tientallen experts verklaarden dat Simpson op de plaats van het misdrijf aanwezig moest zijn geweest. Er was veel indirect wetenschappelijk bewijs.

Simpson huurde een team van dure advocaten in onder leiding van Robert Shapiro en later Johnnie Cochran. Cochran had nationale bekendheid als advocaat van (hoofdzakelijk zwarte) beroemdheden en was gespecialiseerd in zaken waarin het ging om discriminatie of politiegeweld. Hij voegde de eveneens zeer bekende strafpleiter F. Lee Bailey en de joodse burgerrechtenadvocaat Alan Dershowitz toe aan zijn dream team. Later kwamen daar Barry Scheck (DNA-expert) en Peter Neufeld (burgerrechten) nog bij. Ook zij werden op slag nationale beroemdheden.

Vanaf het begin speelde de verdediging de rassenkaart. De advocaten claimden dat Simpson het slachtoffer was geworden van fraude van de politie door bewijsmateriaal tegen Simpson op de plaats delict neer te leggen. De leider van het onderzoek naar de dubbele moord (Mark Fuhrman) werd door de verdediging een racist genoemd en de advocaten vonden opnames waarin Fuhrman het woord nigger had gebruikt.

Op 15 juni 1995 vroeg de assistent-aanklager aan Simpson om een op de plaats van het misdrijf aangetroffen handschoen aan te trekken. De handschoen was te klein voor Simpson, mogelijk omdat deze over een eronder gedragen latex-handschoen moest, wat zijn advocaat Cochran inspireerde voor de legendarische woorden bij zijn slotpleidooi If the glove doesn't fit, you must acquit (Als de handschoen niet past, moet je vrijspreken). Simpson nam medicatie tegen artritis en zijn vroegere manager die hem nog steeds steunde, heeft later in een aflevering van Dr. Phil tegen de Goldmans toegegeven dat hij Simpson de raad heeft gegeven zijn pillen niet in te nemen. Op die manier zwollen zijn handen op.

Hoewel de aanklagers ervan overtuigd waren dat ze een solide zaak hadden en een veroordeling verwachtten, bleek uit opiniepeilingen dat een meerderheid van de zwarte inwoners van de Verenigde Staten vond dat Simpson het slachtoffer was van fraude bij de politie. De meeste blanke inwoners van de Verenigde Staten waren overtuigd van de schuld van Simpson. Naarmate de uitspraak van de jury dichterbij kwam, steeg de raciale spanning en sommige politici vreesden een herhaling van de rassenrellen in Los Angeles enkele jaren eerder.

Op 3 oktober 1995 om tien uur 's ochtends werd Simpson door de jury vrijgesproken van moord. De jury had slechts drie uur overlegd. Naar schatting keken 100 miljoen mensen naar de live-uitzending op dat moment. De uitspraak toonde volgens sommige analisten aan dat wie geld genoeg had om de beste advocaten in te huren, ongestraft een moord kon plegen. Later verklaarden enkele juryleden die voor vrijspraak hadden gestemd dat ze op zich overtuigd waren van de schuld van Simpson, maar vonden dat het Openbaar Ministerie had geblunderd. De bekende aanklager Vincent Bugliosi was het eens met de mening dat de aanklagers gefaald hadden en schreef een boek over de fouten die de aanklagers hadden gemaakt. Zo vond de rechtszaak plaats in Los Angeles en niet in Santa Monica, waar de rechtszaak oorspronkelijk zou plaatsvinden. Een rechtszaak in Santa Monica zou waarschijnlijk een vrijwel volledig blanke jury hebben betekend. Later bleek dat vooral de oververtegenwoordiging van vrouwen in de jury (tien van de twaalf juryleden waren vrouw) in het voordeel van Simpson had gespeeld. De aanklaagster had gezocht naar een jury met zo veel mogelijk vrouwen omdat ze had verwacht dat vrouwelijke juryleden sympathie zouden voelen voor de vermoorde vrouw en een vrouwelijke aanklager. Ook werd een brief van Simpson die hij schreef vlak voor zijn vlucht, niet gebruikt als bewijsmateriaal. In deze brief zou Simpson de moord min of meer hebben toegegeven. De jury was niet geïnformeerd over het geld en de valse baard en snor die de politie in de auto had aangetroffen en ook niet over de vage verklaring die Simpson na zijn arrestatie had gegeven voor een snijwond aan zijn vinger.

Rechter Lance Ito kreeg veel kritiek omdat hij niet ingreep tijdens de ellenlange getuigenverhoren. Het verhoor van de relatief onbelangrijke getuige Kato Kaelin, die in een bijgebouw van Simpson's villa logeerde op de avond van de moord, duurde vier dagen. Ook Kaelin, een Hollywood wannabe, werd op slag beroemd.

Drie jaar later werd Simpson in een civielrechtelijke zaak wel schuldig bevonden aan de moorden. Hij werd veroordeeld tot een boete/schadevergoeding ("settlement") van 33,5 miljoen dollar. Daarvan was in 2007, toen hij opnieuw werd gearresteerd, slechts een klein deel betaald.

Ruim tien jaar na dato schreef O.J. het boek "If I did it". Na een golf van protest besloot de uitgever af te zien van de uitgave van dit boek. Vervolgens is het boek overgenomen door de familie van Ronald Goldman, die het alsnog hebben uitgebracht. Achterliggende redenen waren dat O.J. met het boek een schuldbekentenis lijkt af te leggen. Daarbij speelde dat O.J. nog geen cent van de miljoenenclaim had betaald aan de familie Goldman. Op deze wijze hadden ze een mogelijkheid toch nog geld te krijgen van O.J. en dat hijzelf niet zou profiteren van de dood van zijn ex-vrouw en haar vriend Ronald. O.J. zou beweerd hebben dat hij geen dag van zijn leven zou werken om de familie Goldman te betalen. Zodra de Goldmans het boek in handen hadden en het uitbrachten, had O.J. als het ware wel degelijk gewerkt om hen te betalen.

Veroordeling[bewerken]

Op 3 oktober 2008 werd Simpson schuldig bevonden aan ontvoering, vuurwapengebruik en mishandeling. Hij werd op 5 december in 2008 veroordeeld tot in totaal 33 jaar cel met de mogelijkheid om onder voorwaarden na negen jaar vrij te komen.[1]

Externe links[bewerken]