Otto II van Nassau-Dillenburg

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Otto II
Ontwerptekening van Bernard van Orley voor het wandtapijt met Otto II van Nassau-Siegen en Adelheid van Vianden
Ontwerptekening van Bernard van Orley voor het wandtapijt met Otto II van Nassau-Siegen en Adelheid van Vianden
Nassau wapen.svg Graaf van Nassau-Siegen
Regeerperiode 1343-1350/51
Voorganger Hendrik I
Opvolger Johan I
Huis Nassau-Siegen
Vader Hendrik I van Nassau-Siegen
Moeder Adelheid van Heinsberg en Blankenburg
Geboren ca. 1305
Gestorven december 1350/januari 1351
Partner Adelheid van Vianden
Religie Rooms-katholiek
Wapenschild
Wapen van de Ottoonse Linie

Otto II van Nassau-Siegen (ca. 1305[1][2][3] - (gesneuveld) december 1350/januari 1351),[1][2][3][4] ook bekend als Otto II van Nassau-Dillenburg, was graaf van Nassau-Siegen, een deel van het graafschap Nassau. Hij stamt uit de Ottoonse Linie van het huis Nassau.

Biografie[bewerken]

Otto was de oudste zoon van graaf Hendrik I van Nassau-Siegen en Adelheid van Heinsberg en Blankenburg,[1][2][3][4] dochter van heer Dirk II van Heinsberg en Blankenburg en Johanna van Leuven[1][2] (een kleindochter van hertog Hendrik I van Brabant).

In 1336 sloten Otto en zijn jongere broer Hendrik een delingsverdrag voor het graafschap van hun vader. In 1339 echter huwde Hendrik tegen de wil van zijn vader en broer. Het kwam tot strijd tussen beide broers. Otto sloot een verbond met landgraaf Herman I van Hessen tegen Hendrik. Door bemiddeling van de graven Gerlach I van Nassau en Dirk III van Loon-Heinsberg kon een verzoening bereikt worden. In 1341 volgde een nieuw verdelingsverdrag.

Slot Siegen
Burcht Ginsburg

Otto volgde in augustus 1343 zijn vader op in Siegen, Dillenburg, Löhnberg en de mark Herborn.[5] Het jaar daarna verkocht Otto kasteel en heerlijkheid Löhnberg aan paltsgraaf Ruprecht en graaf Gerlach I van Nassau.[5] In hetzelfde jaar kreeg hij stadsrechten voor Dillenburg.[6]

Op 14 augustus 1343 kwamen “Alf graue van der Mark unde Margret sin … husfrouwe” met “Otten grauen van Nassauwe und frouwen Aleyde” in een oorkonde overeen dat “eine dochter van unseren dochteren” zou huwen met “einem sone van soenen … Otten grauen van Nassauwe und frouwen Alheyd vorgenant”.[1]

Otto geldt niet als een goed regent. Zijn korte regering was een aaneenschakeling van vetes waarbij het land verwoest werd. Om zijn uitgaven te bestrijden werd hij gedwongen veelvuldig bezittingen te verpanden.[7] Zo was hij genoodzaakt om de Nassause helft van Siegen te verkopen aan de aartsbisschop van Keulen en verloor hij alles dat Nassau had verworven van het Wildenburgsche bezit aan het graafschap Sayn.[8] En in 1349 moest hij het kerspel Haiger en de helft van de burcht Ginsburg verpanden aan de heren van Haiger en de aartsbisschop van Keulen.[8]

Eind 1350 of begin 1351 trok Otto, met hulp van zijn achterneven Johan en Emico II van Nassau-Hadamar, ten strijde tegen de broers Godfried en Wilderik III van Walderdorff, waarbij Otto zijn leven verloor.[9]

Huwelijk en kinderen[bewerken]

Otto huwde (contract 23 december 1331)[1][2] met Adelheid van Vianden († 30 september 1376),[1][2][4] dochter van graaf Filips II van Vianden en Adelheid van Arnsberg.[1]
Uit dit huwelijk werden geboren:[1][2][3][4]

  1. Adelheid, was non in klooster Keppel te Hilchenbach 1376, en abdis 1378-1381.
  2. Johan (* ca. 1339 - Herborn, 4 september 1416), volgde zijn vader op.
  3. Hendrik “de Houwdegen” († Kassel, 5 september 1402), was domheer te Keulen 1356.
  4. Otto († 1384), was kanunnik en provoost van de Sint Maurits te Mainz 1357 en domheer te Keulen en te Mainz 1380.