Paradijsslang

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Paradijsslang
IUCN-status: Niet geëvalueerd (2008)
Chrysopelea paradisi (6032067972).jpg
Taxonomische indeling
Rijk:Animalia (Dieren)
Stam:Chordata (Chordadieren)
Klasse:Reptilia (Reptielen)
Orde:Squamata (Schubreptielen)
Onderorde:Serpentes (Slangen)
Superfamilie:Colubroidea
Familie:Colubridae (Gladde slangen)
Onderfamilie:Colubrinae
Geslacht:Chrysopelea
Soort
Chrysopelea paradisi
Boie, 1827
Afbeeldingen Paradijsslang op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Paradijsslang op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Herpetologie

De paradijsslang[1] (Chrysopelea paradisi) is een giftige slang uit de familie van de gladde slangen (Colubridae). De soort werd voor het eerst wetenschappelijk beschreven door Heinrich Boie in 1827.[2] De soortaanduiding paradisi is afgeleid van paradisus (Lat) of παραδεισος, paradeisos (Gr), dat niet 'paradijs', maar oorspronkelijk 'park' betekent.

Uiterlijke kenmerken[bewerken]

De paradijsslang is net als de verwante vliegende slang (Chrysopelea ornata) een lange slanke slang, groen van kleur, met zwartomrande schubben. Een volwassen exemplaar wordt zo'n 1 meter lang, maximaal 120 centimeter. De paradijsslang heeft net als sommige andere gladde slangen giftanden die achter in de bek staan en is zelden agressief.

Voorkomen en habitat[bewerken]

De paradijsslang komt voor in laaggelegen regenwouden in Azië: Brunei, Cambodja, Filipijnen, Indonesië, Laos, Maleisië, Myanmar, Singapore en Thailand. Het is een boombewonende soort die overdag actief is en veel te vinden is in de kruinen van kokospalmen. Het is één van de 'vliegende slangen' uit het geslacht Chrysopelea, de slang kan kleine stukjes van boom naar boom zweven door het lichaam sterk af te platten en slingerende bewegingen te maken. De paradijsslang eet kleine gewervelde dieren die in bomen leven. De voorkeur gaat daarbij uit naar hagedissen.

Voortplanting[bewerken]

Er is niet veel bekend over de paringsrituelen van de slang. Ze leggen ongeveer 6 tot 11 eieren. De paradijsslang is ongeveer 15 tot 20 centimeter lang als het ei wordt verlaten. De jongen hebben dezelfde patronen als hun ouders; de kleuren zijn helderder dan die van een volwassen exemplaar.

Ondersoorten[bewerken]

Er zijn drie verschillende ondersoorten, die verschillen in het uiterlijk en het verspreidingsgebied.

Bronvermelding[bewerken]