Passiflora loefgrenii

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Passiflora loefgrenii
Bloem
Bloem
Taxonomische indeling
Rijk:Plantae (Planten)
Stam:Embryophyta (Landplanten)
Klasse:Spermatopsida (Zaadplanten)
Clade:Bedektzadigen
Clade:'nieuwe' Tweezaadlobbigen
Clade:Fabiden
Orde:Malpighiales
Familie:Passifloraceae
Geslacht:Passiflora (Passiebloem)
Ondergeslacht:Passiflora
Supersectie:Stipulata
Sectie:Granadillastrum
Soort
Passiflora loefgrenii
Vitta (1997)
Afbeeldingen Passiflora loefgrenii op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Passiflora loefgrenii op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie

Passiflora loefgrenii is een passiebloem die pas in 1997 een officiële beschrijving heeft gekregen. Fabio Augusto Vitta die de plant een officiële beschrijving heeft gegeven, heeft de plant vernoemd naar Albert Löfgren, de eerst bekende verzamelaar.

De stengels zijn glad, rond en dun. In de bladoksels bevinden zich tot 3,5 cm lange, niervormige steunblaadjes die de ranken flankeren. De bladstelen zijn tot 7 cm lang. De afwisselend geplaatste bladeren zijn drielobbig, gaafrandig en 5–9,5 x 5,5–14 cm groot.

De bloemstelen staan solitair in de bladoksels en zijn 11–20 cm lang. De bloemen zijn paars, blauwachtig violet en wit van kleur en 9–12 cm breed. De kelkbladeren zijn paars, tot 5,5 x 1,5 cm groot en eindigen in een tot 1 cm lange kafnaald. De kroonbladeren zijn paars en bijna even groot als de kelkbladeren. De corona bestaat uit 6 of 7 rijen, die wit aan de basis zijn en daarboven blauwachtig paars. De buitenste twee rijen zijn 1,7–2 cm lang en de binnenste rijen zijn 1–1,2 cm lang. De bloemen worden bestoven door de kolibries Phaethornis eurynome en Phaethornis squalidus en door houtbijen (Xylocopa). De vruchten zijn ellipsvormig, groenachtig geel en circa 6 x 4 cm groot.

Aanvankelijk werd gedacht dat het verspreidingsgebied van Passiflora loefgrenii beperkt was tot Ribeirão Preto in de deelstaat São Paulo in Brazilië, maar later werd de plant ook ontdekt in de omgeving van Iporanga in São Paulo en Corupá in de deelstaat Santa Catarina.

In Europa is de plant in 2000 in cultuur gekomen. De plant kan in de gematigde kas of in de huiskamer worden gehouden. In de zomer kan de plant buiten worden gezet.