Philippe van Gulpen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Zicht op de Maasvallei en het in 1972 gesloopte kasteel Caestert op de Sint-Pietersberg, 1848
Interieur Nieuwenhofkapel, Maastricht, met Sterre-der-Zee-altaar. Historiserende tekening ca. 1845 naar 18e-eeuwse situatie

Philippus Wilhelmus Jacobus (Philippe) van Gulpen (Maastricht, 18 mei 179212 juli 1862) was een Nederlands kroniekschrijver en tekenaar. Hij schreef (amateur-)historische verhandelingen over Maastrichtse onderwerpen en maakte in totaal meer dan 5000 tekeningen en aquarellen, meest van gebouwen in Maastricht en omgeving.

Opleiding, huwelijk[bewerken]

Philippe kwam uit een redelijk welgestelde Maastrichtse familie. Zijn vader overleed een aantal weken voor zijn geboorte, waarna zijn oom, notaris J. Th. van Gulpen, zijn voogd werd. Zijn moeder huwde later een beroepsmilitair, waardoor Philippe opgroeide in een militaristische omgeving. Mede op aandringen van zijn stiefvader ging Philippe in 1812 naar Hamburg, waar hij een opleiding tot assistent-apotheker volgde. In 1816-18 verbleef hij in Parijs en Tours, waar hij als leerling-chirurgijn werkzaam was. In 1819 kreeg hij toestemming om zich in Stevensweert te vestigen als heelmeester ten platten lande. Hij deed twee maal examen om stadsheelmeester en vroedmeester te worden, maar werd afgewezen.

In 1821 trouwde Philippe met Jeanette Leclerre, die hij waarschijnlijk had leren kennen naar aanleiding van een reis door Frankrijk met haar familie. De eerste jaren woonde het jonge paar in Maaseik. In 1821 verhuisden ze naar een groot huis in de Capucijnenstraat te Maastricht, dat Philippe in dat jaar door vererving had verkregen. Hier werden twee kinderen geboren: in 1823 zoon Philippe junior en in 1826 dochter Charlotte.

Artistieke ambities[bewerken]

Ondanks zijn eerdere ambities op het medische vlak, was het maken van tekeningen en aquarellen Philippe's grootste passie. Doordat hij wat grond in het huidige België had geërfd en een deel van zijn huis in de Capucijnenstraat kon verhuren, hoefde hij in principe niet te werken en kon hij zijn tekentalent ontwikkelen. Hij tekende vooral stadsgezichten (met name van Maastricht), kerken en kapellen, kastelen en landhuizen, reconstructies van historische gebouwen, maar ook bloemen, vogels, vlinders en andere dieren.

Philippe van Gulpen was geen professioneel kunstenaar en zijn werk is moeilijk in te delen bij een bepaalde stijlperiode. Wel kan gesteld worden dat het levensgevoel in zijn tekeningen past bij de Biedermeiertijd (1815-1848), een periode waarin men na de turbulente revolutietijd behoefte voelde aan huiselijkheid en gezelligheid. Doordat hij nooit een tekenopleiding had gevolgd, kenmerkt het werk van Van Gulpen zich door een zekere naïviteit. Met perspectief had hij moeite, maar toch ontwikkelde zijn werk zich door de jaren enigszins.

Nalatenschap, collecties[bewerken]

De tekeningen van Philippe van Gulpen vonden tijdens zijn leven al verschillende afnemers. De belangrijkste daarvan was de Maastrichtse ondernemer, amateur-historicus en vrijmetselaar Charles Henri van der Noorda (1826-1898). Doordat Van der Noorda notities maakte op de achterzijde van veel tekeningen, geldt hij als een belangrijke bron van informatie over Philippe van Gulpen.

Het werk van Philippe van Gulpen, bestaande uit ruim 5000 tekeningen, is inmiddels verdeeld over verschillende collecties, waarvan een deel zich bevindt in het Rijksarchief Limburg (collectie LGOG, Limburgs Geschied- en Oudheidkundig Genootschap). Dit betreft voornamelijk tekeningen uit de nalatenschap van zoon Philippe junior († 1902), die ongetrouwd was en geen kinderen had.

Het grootste deel van de tekeningen van Van Gulpen bevindt zich in Ter Apel (Groningen). Na het overlijden van Philippe in 1862, erfde zijn dochter Charlotte en haar man, de adjudant-onderofficier Frits van der Linden, die in Stadskanaal woonde, een groot deel van de collectie tekeningen en aquarellen van haar vader. Via hun dochter Alida Bergman-Van der Linden en kleinzoon Frits Bergman kwam de collectie in Ter Apel terecht. Na het overlijden van Frits werd de collectie van ca. 3000 tekeningen in tweeën gesplitst. Het grootste deel bevindt zich nog steeds in Ter Apel, bij de erven van Frits Bergman.

Een eeuw na zijn dood kwam er meer belangstelling voor Philippe van Gulpen en zijn werk. Dit leidde tot enkele tentoonstellingen. In 1977 en 2002 vonden tentoonstellingen plaats in Maastricht, in 2009 in het Klooster Ter Apel. In 1978 verscheen onder redactie van prof. dr. J.J.M. Timmers een DSM-kalender met een honderdtal tekeningen van Van Gulpen. In 2005 werd een boek uitgegeven over het leven en werk van Philippe van de hand van Lou Spronck. De ondernemer Camille Oostwegel kocht in 2001 ruim honderd werken van Van Gulpen, waarvan een deel in het Kruisherenhotel te Maastricht worden tentoongesteld. Het Museum aan het Vrijthof vernoemde in 2011 een zaal naar Philippe van Gulpen.

Literatuur[bewerken]

  • Spronck, L., 'De herinneringen van Charles van der Noordaa'. In: Publications (PSHAL), #147, pp. 63-155. Maastricht, 2011
  • Timmers, J.J.M., In het voetspoor van Ph.G.J. van Gulpen (DSM-kalender). Heerlen, 1978