Plint (architectuur)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Dit artikel gaat over buitenplinten, het onderste gedeelte van een gevel, van een gebouw. Zie Plint als overgang tussen wand in vloer in een gebouw.

De aanduiding plint of buitenplint verwijst naar het onderste deel van een bouwwerk of bouwdeel. Deze onderste laag kan of anders uitgevoerd zijn of een andere functie hebben dan het bovendeel. Dit bovendeel is daarbij (veel) groter danwel hoger dan de plint zelf. De term wordt op verschillende manieren gebruikt: als gevelplint, zuilplint of functionele plint.

Gevelplint[bewerken | brontekst bewerken]

Een tras- of cementraam is een plint van waterdicht metselwerk, vaak zichtbaar aan de andere kleur van de baksteen dan het opgaande werk.

Zuilplint[bewerken | brontekst bewerken]

Bij zuilen kan het onderste gedeelte van het basement aangeduid worden als plint.

Functionele plint[bewerken | brontekst bewerken]

Wanneer de onderste bouwlagen (verdieping) van een gebouw visueel anders uitgevoerd zijn dan de hogere, wordt dit onderste deel ook wel een plint genoemd. Zo hebben appartementencomplexen in buitenwijken gewoonlijk bergingen en garages in de plint, terwijl de plint bij hoogbouw in binnensteden vaak uit commerciële ruimtes (winkels en/of horeca) bestaat. Een plint kan ook verscheidene verdiepingen beslaan. Voorbeelden zijn De Rotterdam, een groot complex met kantoren, hotels en appartementen op de Wilhelminapier in Rotterdam, New Babylon naast Den Haag Centraal en de IJsseltoren in Zwolle.

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]