Post-truth politics

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De term post-truth politics heeft betrekking op een politieke cultuur waarbij politici voornamelijk beroep doen op de emoties van de publieke opinie in plaats van op objectieve feiten. Wat al dan niet de waarheid is, is van secundair belang. Objectieve, empirisch ondersteunde feiten hebben met andere woorden minder invloed op de publieke opinie dan diens emotionele of persoonlijke overtuigingen. Hoewel dit gegeven wordt beschreven als een zeer recent fenomeen, is het mogelijk dat deze tendens reeds gedurende een langere periode deel uitmaakt van het politieke circuit maar dat het minder nadrukkelijk aanwezig was voor de opkomst van het internet en de sociale media. Deze technologische innovaties vereenvoudigen de publicatie en verspreiding van onwaarheden. Algoritmes zorgen er eveneens voor dat mensen voornamelijk informatie onder ogen krijgen die hun wereldbeeld bevestigt. George Orwell beschrijft in zijn boek 1984 een wereld waarin historische feiten voortdurend veranderd worden als vorm van propaganda.

Politieke journalisten en analytici hebben de term post-truth politics aangehaald bij recente verwikkelingen in de Amerikaanse, Australische, Britse, Chinese, Indiase, Japanse, Nederlandse, Russische en Turkse politiek.[bron?] De post-truth politics als politieke praktijk kan volgens deze analytici floreren door de 24 uur durende nieuwscyclus, een onevenwicht in het rapporteren van nieuwsfeiten en de toenemende alomtegenwoordigheid van sociale media.[bron?] Het begrip "post-truth" werd in 2016 door Oxford English Dictionary tot woord van het jaar verkozen, vanwege haar prevalentie in de context van het Britse referendum omtrent de Brexit en de Amerikaanse presidentsverkiezingen 2016.[1] Ook in andere media[2] wordt 2016 benoemd als het jaar van de post-waarheid.

Het idee dat empirische feitelijkheden minder invloed hebben op het beleid dan emoties en persoonlijke overtuigingen, heeft verregaande implicaties voor de relatie tussen wetenschap en beleid. Het doet het lineaire vertalingsmodel wankelen; een model waarbij de wetenschap gegevens levert aan de politiek, waarna politici de handelingsalternatieven afwegen op basis van hetgeen de wetenschap hen voorschotelt. Wetenschap wordt in een tijdperk van post-truth politics niet aanzien als het hoogste goed in een zoektocht naar de waarheid; de legitimatie ervan wordt zelfs betwist. Als reactie op deze verwikkelingen zijn op internationaal niveau reeds meerdere betogingen georganiseerd "ter verdediging van de wetenschap".[bron?]
Postmodernistische en relativistische strekkingen hebben een aandeel in het ontstaan van het huidige post-waarheid-tijdperk, in die zin dat zij begrippen zoals intersubjectiviteit hebben ontwikkeld. Het theoretische idee dat er niet zoiets is als één objectieve waarheid lijkt zich nu te uiten in het idee dat de empirisch bewijsbare waarheid er niet langer toe doet[2]. Dit is paradoxaal aangezien het postmodernisme juist kritisch poogt te zijn ten aanzien van machtshebbers. Dit uit zich in een publiek wantrouwen ten aanzien van autoriteiten en mensen die over een onderwerp spreken vanuit een bepaalde expertise.

Volgens de Oxford English Dictionary is de term post-truth voor het eerst gebruikt in 1992, in een essay door de Servisch-Amerikaanse toneelschrijver Steve Tesich in The Nation. Volgens Tesich tonen zaken zoals Watergate, de zalvende verslaggeving rond de Iran-Contra-affaire[3] en de Golfoorlog aan dat het Amerikaanse volk er zelf voor kiest om in een post-truth wereld te leven.[4][5]

Internationale toepassingen van de term[bewerken]

De gedragingen van Donald Trump worden vaak belicht vanuit het post-truth perspectief

Zoals reeds vermeld, wordt de term post truth politics vaak gebruikt om een aantal recente maatschappelijke verwikkelingen van een verklaring te voorzien.

Amerikaanse presidentsverkiezingen 2016[bewerken]

De Amerikaanse presidentsverkiezingen 2016 zijn een iconisch voorbeeld inzake post-truth politics. Hierbij versloeg de Republikeinse kandidaat Donald Trump de Democratische Hillary Clinton in de strijd om het presidentschap. Dit was tegenstrijdig met wat politieke analytici hadden voorspeld. Tijdens de campagne werd duidelijk dat Trump een bepalende figuur zou worden tijdens deze verkiezingen. Slogans zoals "Drain the swamp" en "Let's Make America Great Again" sloegen aan bij grote delen van de Amerikaanse bevolking.

Het label post-truth werd zeer vaak gebruikt om de campagne van Donald Trump te beschrijven[2], onder meer door professor Daniel W. Drezner in The Washington Post[6] en Jonathan Freedland in The Guardian.[7]

Brexit-referendum 2016[bewerken]

Ook de uitslag van het Brexit referendum in 2016 liet veel politieke analytici sprakeloos staan. Dat het merendeel van de Britse bevolking zou stemmen op de optie om als staat de Europese Unie te verlaten kwam onverwacht. Het referendum geldt als voorbeeld van post truth politics wegens de strategieën die politici hanteerden in het pro Brexit-kamp. Zo stond op de campagnebus te lezen dat de Britse overheid 350 miljoen pond per week besteedde aan de Europese Unie en dat men dat bedrag beter in nationale gezondheidszorg zou investeren. Dit was een leugen, het werkelijke bedrag is minder dan de helft.[bron?] Het bijzondere aan dit gegeven is het feit dat Nigel Farage, voormalig partijvoorzitter van de UK Independence Party (UKIP), dit een dag na het referendum zelf toegaf.[8]

Klimaatsverandering[bewerken]

Het antropogeen broeikaseffect is aan post-truth politics onderhevig doordat het raakvlak tussen beleid en wetenschap omtrent deze problematiek zo groot is. Hoewel er onder wetenschappers een algemene consensus is dat de opwarming van de Aarde veroorzaakt wordt door menselijke activiteiten, hebben verscheidene politieke partijen het ontkennen van de klimaatsverandering tot een van hun voornaamste programmapunten gemaakt. Deze partijen worden beschuldig van het gebruik van post-truth technieken om milieumaatregelen aan te vallen die de belangen van economische sectoren zoals de olieindustrie beschadigen. In de nasleep van de recente Amerikaanse presidentsverkiezingen, was er bijvoorbeeld veel ophef bij de aanstelling van klimaatontkenner Scott Pruitt als voorzitter van het milieubeschermingsagentschap, ter vervanging van de door Barack Obama aangestelde Gina McCarthy. Voor hij president werd heeft Donald Trump in het verleden op Twitter ontkend dat de opwarming van het klimaat een reëel empirisch gegeven is; het concept was volgens hem bedacht door en voor de Chinezen om de Amerikaanse productie uit de markt te prijzen: The concept of global warming was created by and for the Chinese in order to make U.S. manufacturing non-competitive.[9] Het twittergedrag van president Trump omtrent de klimaatsverandering werd door internationale media aan een analyse onderworpen.[10]

In Australië wordt het herroepen van het systeem van emissierechten door de overheid van Tony Abbott door The Age beschreven als het dieptepunt van post-truth politics ("the nadir of post-truth politics").[11]