Rien van IJzendoorn

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Rien van IJzendoorn
Rien van IJzendoorn.png
Persoonlijke gegevens
Volledige naam Marinus H. van IJzendoorn
Geboortedatum 14 mei 1952
Geboorteplaats Tiel
Nationaliteit Nederlandse
Werkzaamheden
Vakgebied Pedagogiek
Universiteit Universiteit Leiden
Beroep Pedagoog
Portaal  Portaalicoon   Onderwijs

Marinus (Rien) H. van IJzendoorn (Tiel, 14 mei 1952) is hoogleraar gezinspedagogiek aan de Universiteit Leiden. Hij onderzoekt daar gehechtheid en emotieregulatie van de wieg tot het graf, in intergenerationeel perspectief. In 2004 ontving hij voor zijn werk de Spinozapremie.

Biografie[bewerken]

Van IJzendoorn studeerde in 1976 cum laude af in de pedagogiek aan de Universiteit van Amsterdam. Twee jaar later promoveerde hij magna cum laude aan de Vrije Universiteit Berlijn. Daarna vervolgde hij zijn loopbaan aan de Universiteit Leiden. Op zijn 29ste, in 1981, benoemde de Universiteit Leiden hem tot hoogleraar. Van IJzendoorn was diverse malen gastonderzoeker in de Verenigde Staten en in Israël. Hij ontving in 1990 een Pionier-subsidie van NWO waarmee hij een nieuwe onderzoeksgroep opzette.[1] In 1998 wordt hij fellow van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen. In 1998 en 1999 was hij Decaan van de Faculteit Sociale Wetenschappen. In 2008 ontving hij een eredoctoraat van de Universiteit van Haifa.

Begin 2017 werd de positie van Van IJzendoorn ter discussie gesteld in een rapport over het werkklimaat binnen het Instituut Pedagogische Wetenschappen van de Leidse universiteit.[2][3]

Werk[bewerken]

Van IJzendoorns specialisme is hechting. Volgens deze theorie zijn kinderen evolutionair 'geprogrammeerd' om zich te hechten aan een opvoeder. De theorie is ontwikkeld door onder andere John Bowlby en Mary Ainsworth. Kinderen die veilig zijn gehecht aan hun opvoeders hebben de beste ontwikkelingskansen. Met meta-analyses van onder andere onderzoek naar geadopteerden combineerde Van IJzendoorn de resultaten van vele studies statistisch verantwoord met elkaar.[1][4][5][6] Op basis van deze analyses noemde hij adoptie een 'heel succesvolle interventie'.[7] Ook deed hij veel onderzoek naar opvoeding van autistische kinderen en naar opvoeding door overlevers van de Holocaust.

Van IJzendoorn toonde samen met Israëlische onderzoekers aan dat kinderen die opgroeiden in een traditionele kibboets minder vaak veilig gehecht zijn aan hun ouders dan kinderen die in een gezin werden opgevoed. Ook ontdekte zijn team dat crèchekinderen zich emotioneel hechten aan zowel hun leidsters als aan hun ouders.[1]

Publicaties (selectie)[bewerken]

Gehechtheid[bewerken]

  • Van IJzendoorn, M.H., & Bakermans-Kranenburg, M.J., (2014). Confined Quest for continuity: The categorical versus continuous nature of attachment. Monographs of the Society for Research in Child Development, 79(3):157-167. doi: 10.1111/mono.12120.
  • Riem, M.M.E., Bakermans-Kranenburg, M.J., Van IJzendoorn, M.H., Out, D. & Rombouts, S.A.R.B. (2012). Attachment in the brain: Adult attachment representations predict amygdala and behavioral responses to infant crying. Attachment & Human Development, 14, 533-551. doi: 10.1080/14616734.2012.727252
  • Van IJzendoorn, M.H., Caspers, K., Bakermans-Kranenburg, M.J., Beach, S.R.H., & Philibert, R. (2010). Methylation matters: Interaction between methylation density and 5HTT genotype predicts unresolved loss or trauma. Biological Psychiatry, 68, 405-407.

De neurobiologie van ouderschap en ontwikkeling[bewerken]

  • Joosen, K. J., Mesman, J. Bakermans-Kranenburg, M. J., & Van IJzendoorn, M.H. (2013). Maternal overreactive sympathetic nervous system responses to repeated infant crying predicts risk for impulsive harsh discipline of infants. Child Maltreatment, 18, 252- 263. doi: 10.1177/1077559513494762
  • Riem, M.M.E., Voorthuis, A., Bakermans-Kranenburg, M.J., & Van IJzendoorn, M.H. (2013). Pity or peanuts? Oxytocin induces different neural responses to the same infant crying labeled as sick or bored. Developmental Science, 17, 248-256. doi:10.1111/desc12103.
  • Kok, R., Lucassen, N., Bakermans-Kranenburg, M. J., V an IJzendoorn, M. H., Ghassabian, A., Roza, S. J., Govaert, P., Jaddoe, V. W., Hofman, A., Verhulst, F. C., & Tiemeier, H. (2013). Parenting, corpus callosum, and executive function in preschool children. Child Neuropsychology, advance online publication. doi: 10.1080/09297049.2013.832741

Genetische verschillen in ontvankelijkheid[bewerken]

  • Van IJzendoorn, M.H. & Bakermans-Kranenburg , M.J. (2015, in press). Genetic Differential Susceptibility on Trial: Meta-Analytic Support from Randomized Controlled Experiments. Development & Psychopathology.
  • Van IJzendoorn, M.H., Belsky, J., & Bakermans-Kranenburg, M.J., (2012). Serotonin transporter genotype 5HTTLPR as a marker of differential susceptibility? A meta-analysis of child and adolescent gene-by-environment studies. Translational Psychiatry, 2, e147, doi:10.1038/tp.2012.73
  • Van IJzendoorn, M.H., Bakermans-Kranenburg, M.J., Belsky, J., Beach, S., Brody, G., Dodge, K.A., Greenberg, M., Posner, M., & Scott, S. (2011) Gene-by-environment experiments: A new approach to finding the missing heritability. Nature Reviews Genetics, 12, 881-881, doi: 10.1038/nrg2764-c1.

Morele ontwikkeling[bewerken]

  • Riem, M.M.E., Bakermans-Kranenburg, M.J., Huffmeijer, R., Van IJzendoorn, M.H. (2013). Does intranasal oxytocin promote prosocial behavior to an excluded fellow player? A randomized controlled trial with Cyberball. Psychoneuroendocrinology, 38, 1418-1425. doi: 10.1016/j.psyneuen.2012.12.023
  • Huffmeijer, R., Alink, L.R.A., Tops, M., Bakermans-Kranenburg, M.J., & V an IJzendoorn, M.H. (2012). Asymmetric frontal brain activity and parental rejection predict altruistic behavior: Moderation of oxytocin effects. Cognitive Affective and Behavioral Neuroscience, 12, 382-392. doi: 10.3758/s13415-011-0082-6.
  • Van IJzendoorn, M.H., Bakermans-Kranenburg, M.J., Pannebakker, F., & Out, D. (2010). In defense of situational morality: Genetic, dispositional and situational determinants of children’s donating to charity. Journal of Moral Education, 39, 1-20. doi:10.1080/03057240903528535

Sociaal-culturele invloeden[bewerken]

  • Cárcamo, R.A., Vermeer, H.J., van der Veer, R., Van IJzendoorn, M.H., (2014). Childcare in Mapuche and Non-Mapuche Families in Chile: The Importance of Socio-economic Inequality. Journal of Child and Family Studies. DOI 10.1007/s10826-014-0069-3
  • Emmen, R. A. G., Malda, M., Mesman, J., Van IJzendoorn, M.H., Prevoo, M. J. L., & Yeniad, N. (2013). Socioeconomic status and parenting in ethnic minority families: Testing a Minority Family Stress Model. Journal of Family Psychology, 27, 896-904. doi: 10.1037/a0034693
  • Sagi, A., Van IJzendoorn, M.H., Aviezer, O., Donnell, F., & Mayseless, O. (1994). Sleeping away from home in a kibbutz communal arrangement: It makes a difference for infant-mother attachment. Child Development, 65, 992-1004.

Autisme[bewerken]

  • Poslawsky, I.E., Naber, F.B.A., Bakermans-Kranenburg, M.J., Van Daalen E., Van Engeland, H., & Van IJzendoorn, M.H. (in press). Video-feedback Intervention to promote Positive Parenting adapted to Autism (VIPP-AUTI): a Randomized Controlled Trial. Autism: The International Journal of Research and Practice.
  • Naber, F.B.A., Poslawsky, I.E., Van IJzendoorn, M.H., Van Engeland, H. & Bakermans-Kranenburg, M.J. (2013). Oxytocin Enhances Paternal Sensitivity to a Child with Autism: A Double-Blind Within-Subject Experiment with Intranasally Administered Oxytocin. Journal of Autism and Developmental Disorders, 43, 224-229.
  • Van IJzendoorn, M.H., Rutgers, A.H., Bakermans-Kranenburg, M.J., Swinkels, S.H.N., Van Daalen, E., Dietz, C., Naber, F.B.A., Buitelaar, J.K., & Van Engeland, H. (2007). Parental sensitivity and attachment in children with autism spectrum disorders: comparison with children with mental retardation, language delay and non clinical children. Child Development, 78, 597-608. doi:10.1111/j.1467-8624.2007.01016.x

Kinderopvang[bewerken]

  • Linting, M., Groeneveld, M., Vermeer, H., Van IJzendoorn, M.H. (2013). Threshold for noise in daycare: Noise level and noise variability are associated with child wellbeing in home-based childcare. Early Childhood Research Quarterly, 28, 960-971. doi.org/10.1016/j.ecresq.2013.03.005
  • Vermeer, H. J., Van IJzendoorn, M.H., Groeneveld, M. G., & Granger, D. A. (2012). Downregulation of the immune system in low-quality child care: The case of Secretory Immunoglobulin A (SIgA) in toddlers. Physiology & Behaviour, 105, 161-167, doi: 10.1016/j.physbeh.2011.08.017
  • Groeneveld, M. G., Vermeer, H. J., Van IJzendoorn, M.H., & Linting, M. (2011). Enhancing home-based child care quality through video-feedback intervention: A randomized controlled trial. Journal of Family Psychology, 25, 86-96, doi: 10.1037/a0022451.

Institutionele opvang, pleegzorg en adoptie[bewerken]

  • Schoenmaker, C., Huffmeijer, R., Van IJzendoorn, M.H., Bakermans-Kranenburg, M.J., Van den Dries, L., Linting, M., Van der Voort, A., & Juffer, F. (2015). Attachment and physiological reactivity to infant crying in young adulthood: Dissociation between experiential and physiological arousal in insecure adoptees. Physiology & Behavior, 139, 549-556. Doi: 10.1016/j.physbeh.2014.11.055
  • Dozier, M., Kaufman, J., Kobak, R.R., O’Connor, T.G., Sagi-Schwartz, A., Scott, S., Shauffer, C., Smetana, J., Van IJzendoorn, M.H., & Zeanah, C.H. (2014). Consensus statement on group care for children and adolescents: A statement of policy of the American Orthopsychiatric Association. American Journal of Orthopsychiatry, 84 (3), 219-225.
  • Beijersbergen, M.D., Juffer, F., Bakermans-Kranenburg, M.J., & Van IJzendoorn, M.H. (2012). Remaining or becoming secure: Parental sensitive support predicts attachment continuity from infancy to adolescence in a longitudinal adoption study. Developmental Psychology, 48, 1277-1282. doi:10.1037/a0027442.

Kindermishandeling[bewerken]

  • Riem, M.M.E., Alink, L.R.A., Out, D., Van IJzendoorn, M.H., & Bakermans-Kranenburg, M.J. (in press). Empirical and meta-analytic studies of the association between maltreatment and hippocampal volume across childhood and adolescence. Development and Psychopathology.
  • Euser, S., Alink , L.R.A., Pannebakker, F., Vogels, T., Bakermans-Kranenburg , M.J., Van IJzendoorn, M.H. (2013).The prevalence of child maltreatment in the Netherlands across a 5-year period. Child Abuse and Neglect, 37. doi: 10.1016/j.chiabu.2013.07.004.
  • Euser, S., Alink, L.R.A., Tharner, A., Van IJzendoorn, M.H., Bakermans-Kranenburg, M.J. (2013). The prevalence of child sexual abuse in out-of-home care: A comparison between abuse in residential and in foster care. Child Maltreatment, 18(4), 221-231. doi: 10.1177/1077559513489848

Holocaust[bewerken]

  • Sagi-Schwartz, A., Bakermans-Kranenburg, M.J., Linn, S., & Van IJzendoorn, M.H. (2013) Against all odds: Genocidal trauma is associated with longer life-expectancy of the survivors. PLOS ONE. doi: 10.1371/journal.pone.0069179
  • Van IJzendoorn M.H., Fridman A., Bakermans-Kranenburg M.J., Sagi-Schwartz A. (2013). Aftermath of Genocide: Holocaust Survivors’ Dissociation Moderates Offspring Level of Cortisol. Journal of Loss and Trauma, 18, 64-80. doi: 10.1080/15325024.2012.679132
  • Barel, E., Van IJzendoorn, M.H., Sagi-Schwartz, A., & Bakermans-Kranenburg, M.J. (2010). Surviving the Holocaust: A meta-analysis of the long-term sequelae of genocide. Psychological Bulletin, 136, 677-698. doi:10.1037/a0020339

Onderscheidingen[bewerken]

  • Dr. Hendrik Muller Prijs 2013, Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen.
  • Zwaartekracht 2012, Consortium Individuele Ontwikkeling door het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (met Chantal Kemner, Marian Joels, Dorret Boomsma, Patti Valkenburg, Sarah Durston, 27M Euro), 2013-2022.
  • American Professional Society on the Abuse of Children’s Beste Artikel in Child Maltreatment Award 2011 (met Stoltenborgh, Euser, and Van IJzendoorn: “A global perspective on child sexual abuse: meta-analysis of prevalence around the world”) uitgereikt tijdens de APSAC-conferentie in Chicago op 29 juni 2012.
  • De Aristoteles Prijs van de Europese Federatie van de Vereniging van Psychologen, juni 2011.
  • De Bowlby-Ainsworth Founder Award van The Center for Mental Health Promotion and The New York Attachment Consortium, april 2011.
  • American Professional Society on the Abuse of Children’s Outstanding Research Article Award 2010 (met Cyr, Van IJzendoorn, and Euser: “Attachment security and disorganization in maltreating and high-risk families: A series of meta-analyses”) uitgereikt tijdens de APSAC-conferentie in Philadelphia op 15 juli 2011.
  • Eredoctoraat, Universiteit van Haifa, Israel, 4 juni 2008.
  • Distinguished International Contributions to Child Development, uitgereikt door The Society for Research in Child Development, 30 maart 2007.
  • Spinoza Prijs, uitgereikt door de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek, 3 november 2004.
  • Lid van de Sociaal-Wetenschappelijke Raad, KNAW, 2001-2006.
  • Fellow van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, verkozen in 1998.
  • Fellow van the Netherlands Institute for Advanced Study in the Humanities and Social Sciences (NIAS), 1996-1997.
  • Pioneer Award van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek, 1990-1994.
  • Senior Fulbright Fellow bij the Department of Psychology, Universiteit van California, Berkeley (V.S.) en the National Institute of Child Health and Human Development (Bethesda, V.S.), 1989.
  • Fellow International Rotary Foundation, 1978.

Externe links[bewerken]