Rika De Backer

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Rika De Backer
Rika De Backer in 1978
Rika De Backer in 1978
Volledige naam Hendrika Maria Rosa De Backer-Van Ocken
Geboren Antwerpen, 19 juni 1931
Overleden 6 maart 1999
Kieskring Flag of Antwerpen Province, 1928-1997.svg Antwerpen
Regio Vlag Vlaams Gewest Vlaanderen
Land Vlag van België België
Partij CVP
Functies
1971 Provinciaal senator
1971 - 1974 Gecoöpteerd senator
1974 - 1984 Senatrice
1971 - 1980 Lid Cultuurraad voor de Nederlandse Cultuurgemeenschap
1974 - 1979 Minister van Nederlandse Cultuur en Vlaamse zaken
1977 - 1982 Gemeenteraadslid Antwerpen
1979 - 1980 Minister van Nederlandstalige Gemeenschapszaken
1980 - 1984 Lid Vlaamse Raad[1]
1980 - 1981 Staatssecretaris voor de Vlaamse Gemeenschap
1984 - 1989 Europees Parlementslid[2]
Portaal  Portaalicoon   België
Politiek

Hendrika Maria Rosa (Rika) De Backer-Van Ocken (Hove, 1 februari 1923Weert, 5 mei 2002) was een Belgisch politica voor de CVP.

Levensloop[bewerken]

Ze doorliep haar secundair onderwijs aan de Sint-Ludgardisschool te Antwerpen, alwaar ze afstudeerde in de Latijn-Griekse humaniora. Zij haalde in 1944 een licentiaatsdiploma moderne geschiedenis aan de Katholieke Universiteit Leuven. Tevens behaalde ze aldaar haar baccalaureaat thomistische wijsbegeerte (1945) en een kandidatuur in de rechten (1950) . Na de Tweede Wereldoorlog werken bij de Kristelijke Arbeiders Vrouwenbeweging. Voor deze organisatie reisde ze het land door om het vrouwenstemrecht te propageren.

In 1971 kwam ze in de Senaat terecht als opvolger van provinciaal CVP-senator Victor Leemans. Ze richtte zich voornamelijk op vrouwenaangelegenheden en cultuur. Zo ijverde ze onder meer voor de afschaffing van het verbod op voorbehoedsmiddelen en had ze een actieve inbreng in het abortusdebat. Tevens was ze de verslaggeefster voor het opstellen van de Cultuurpactwet. In de periode december 1971-oktober 1980 zetelde ze als gevolg van het toen bestaande dubbelmandaat ook in de Cultuurraad voor de Nederlandse Cultuurgemeenschap, die op 7 december 1971 werd geïnstalleerd. Vanaf 21 oktober 1980 tot juli 1984 was ze lid van de Vlaamse Raad, de opvolger van de Cultuurraad en de voorloper van het huidige Vlaams Parlement.

In 1974 werd De Backer-Van Ocken minister van Nederlandse Cultuur en Vlaamse Zaken in de Regering-Tindemans I en meteen ook eerste voorzitster van het ministerieel comité voor Vlaamse aangelegenheden, een functie die de voorloper was van de huidige minister-president van Vlaanderen. Ze bekleedde deze functie, met wisselende titulatuur, tot 1980. Bij de oprichting van de gemeenschaps- en gewestregeringen in 1979 werd Rika De Backer minister van Nederlandse gemeenschapszaken. Ze bleef ook het cultuurdepartement beheren. Van 1980 tot 1981 was ze staatssecretaris voor de Vlaamse Gemeenschap. Vanuit haar hoedanigheid als minister van Nederlandse cultuur was ze initiatiefneemster van het Vlaams Cultureel Centrum De Brakke Grond[3].

Als Vlaams minister voerde De Backer-Van Ocken in 1978 het bibliotheekdecreet in, daarmee ingaand tegen velen in haar eigen partij. Haar decreet luidde het einde in van het katholiek bibliotheekwezen in Vlaanderen, dat vanaf de jaren 1920 onder meer door de bezieling van priester Joris Baers was opgebouwd. In 1981 kreeg ze felle tegenkantingen van de Socialistische Cultuurcentrales (CSD), deze beschuldigden haar ervan katholieke organisaties financieel voor te trekken.

Na haar regeringswerk bleef ze nog senator tot 1984, vervolgens maakte ze de overstap naar het Europees parlement. Tijdens deze periode was ze een tijdlang schatbewaarder van de Europese Volkspartij (EVP).

Zij was gehuwd met de arts, filosoof en auteur Herman De Backer (1924-2009), die onder meer geschiedenis van de geneeskunde doceerde in Leuven. Tevens was hij de bezieler van de Volkshogeschool Katholieke Vlaamse Hogeschooluitbreiding (KVHU)[4]. Samen hadden ze zeven kinderen.

Ze overleed ten gevolge van leverkanker[5]. De afscheidsplechtigheid vond plaats in de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal van Antwerpen. Haar laatste rustplek bevindt zich op het erepark van het kerkhof Schoonselhof[6].

Bibliografie[bewerken]

  • De voorbereidende gewestvorming geïnventariseerd; Brussel; 1976
  • De groene jaren zeventig; Antwerpen-Amsterdam; 1978
  • Is het zwarte schaap wel zwart?; S.I.; 1986
Voorganger:
nieuw
Minister van Vlaamse Aangelegenheden
1974-1981
Opvolger:
eigen regering