Naar inhoud springen

Ruige scheefkelk

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ruige scheefkelk
Ruige scheefkelk
Taxonomische indeling
Rijk:Plantae (planten)
Stam:Embryophyta (landplanten)
Klasse:Spermatopsida (zaadplanten)
Clade:Bedektzadigen
Clade:'Nieuwe' tweezaadlobbigen
Clade:Malviden
Orde:Brassicales
Familie:Brassicaceae (kruisbloemenfamilie)
Geslacht:Arabis (scheefkelk)
Soort:Arabis hirsuta
Ondersoort
Arabis hirsuta subsp. hirsuta
Bloeiwijze
Afbeeldingen op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Ruige scheefkelk op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie

Ruige scheefkelk (Arabis hirsuta subsp. hirsuta) is een ondersoort van de plantensoort Arabis hirsuta.

Ruige scheefkelk is een kruidachtige, tweejarige plant die een hoogte kan bereiken van 30–90 cm. De gehele plant is behaard. De donkergroene bladeren hebben geen waslaagje. De eironde tot langwerpige rozetbladeren zijn ondiep en verwijderd gezaagd. De bladeren hoger aan de donkergroene stengel zijn veelal sterker getand. Er zijn zeven tot twintig stengelbladeren, waarvan de middelste korter zijn dan de bijbehorende internodiën van de stengel. De stengelbladeren hebben aan de voet geen oortjes of kleine afgeronde oortjes. De plant bloeit in mei en juni met vier, witte, 4–6,5 mm lange kroonbladen. De vrucht is een iets afgeplatte, 1,5–3,5 cm lange en 1–1,5 mm brede hauw, waarvan de vruchtkleppen ook bovenaan een duidelijk uitspringende middennerf hebben. De roodbruine zaden zijn 1 × 1,5 mm groot.

Gelijkende taxa

[bewerken | brontekst bewerken]

Ruige scheefkelk lijkt veel op pijlscheefkelk (Arabis hirsuta subsp. sagittata). Bij pijlscheefkelk zijn deze stengelbladeren langer dan de bijbehorende internodiën en hebben ze aan de voet spitse, afstaande oortjes. Verder verschilt pijlscheefkelk in vruchtdragende toestand doordat zij langere hauwen heeft (5–7 cm) en doordat de bovenste vruchtkleppen een onduidelijke middennerf hebben.

Ruige scheefkelk is een plant met min of meer een pionierkarakter en komt voor op droge, kalkrijke steen-, gruis- en zandbodems. Het gaat om standplaatsen in de volle zon tot in de halfschaduw.

In de kalkrijke duinen staat de ondersoort vooral in open graslanden en soms tussen lage struwelen op noordhellingen. Zij staat hier vaak in kleine aantallen, zodat zij tussen de vegetatie nauwelijks opvalt. Een enkele maal staat zij in zeer ijle loofbossen in de binnenduinen.

Buiten de duinen treedt ruige scheefkelk vooral op in muur- en rotsvegetatie. Ook in ijle graslanden op kalkhellingen kan ze voorkomen.

In de syntaxonomie staat ruige scheefkelk binnen de duinstreken te boek als lokaal kentaxon voor het verbond van droge, kalkrijke duingraslanden (Polygalo-Koelerion). In het mergelland geldt de ondersoort als kentaxon voor de associatie van tengere veldmuur.

Ze is tevens een indicatorsoort voor het kalkgrasland, een karteringseenheid in de Biologische Waarderingskaart (BWK) van Vlaanderen en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest met als code 'hk'.

Ruige scheefkelk is een van de waardplanten van het oranjetipje.

Het natuurlijke verspreidingsgebied van ruige scheefkelk strekt zich uit over de gematigde en koudere streken van het noordelijk halfrond.

In Nederland is ruige scheefkelk landelijk gezien zeldzaam. Het zwaartepunt ligt in de kalkrijke duinstreken tussen Den Haag en Wijk aan Zee, waar ze nog vrij algemeen voorkomt. In de rest van het land komt de ondersoort alleen voor op enkele andere plekken in andere kalkrijke duingebieden, in Zuid-Limburg en langs de grote rivieren.[1] De ondersoort staat op de Nederlandse Rode Lijst als zeldzaam en stabiel of toegenomen.

Inhoudsstoffen

[bewerken | brontekst bewerken]

In het zaad van ruige scheefkelk komt de mosterdolie hirsutine voor.

[bewerken | brontekst bewerken]