Salomé (Bijbel)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Salomé of Salome is een Hebreeuwse vrouwennaam (te vergelijken met Salomon). De naam Salomé komt twee keer voor in het Nieuwe Testament, in het evangelie van Marcus: Marcus 15:40: Van een afstand keken ook enkele vrouwen toe, onder wie Maria uit Magdala en Maria de moeder van Jakobus de jongere en van Joses, en Salome. Marcus 16:1: Toen de sabbat voorbij was, kochten Maria uit Magdala en Maria de moeder van Jakobus, en Salome geurige olie om hem te balsemen.

Waarschijnlijk dezelfde Salome wordt ook genoemd in het Evangelie van Thomas, logion 61: Salomé zei: - Mens, wie ben jij? Je hebt je neergezet op mijn rustbed en je eet van mijn tafel, alsof je namens iemand komt. - Jezus zei haar: - Ik kom namens een gelijke. Mij werd gegeven van wat mijns vaders is. - Salomé zei: - Ik ben je leerling.

Deze Salomé is niet dezelfde als de gelijknamige dochter van Herodias, die de dood van Johannes de Doper bewerkstelligde, maar van wie de naam in het Nieuwe Testament niet genoemd wordt.