Sandžak

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Nationale Symbool van Bosniaks in Servië en Montenegro
Kaart van Sandžak
Kaart van Sandžak

De Sandžak (Cyrillisch: Санџак; Turks: Sancak) is een regio in het zuidwesten van Servië en het noorden van Montenegro, die ongeveer overeenkomt met het historische land Raška.

In Servië omvat de Sandžak zes gemeenten, te weten Novi Pazar (de “hoofdstad” van de Sandžak), Nova Varoš, Priboj, Prijepolje, Sjenica en Tutin. In Montenegro omvat de Sandžak zes gemeenten, te weten Bijelo Polje, Petnjica, Berane, Plav, Pljevlja en Rožaje.

Geschiedenis[bewerken]

De naam sandžak was de benaming van een bestuurlijke eenheid in het Ottomaanse rijk, waarvan de betekenis letterlijk "vlag" is. De Sandžak was voluit de Sandžak van Novi Pazar. Tot 1912 maakte hij deel uit van het Ottomaanse Rijk. Tijdens het congres van Berlijn in 1878 werd besloten dat Sandžak onderdeel bleef van het Ottomaanse rijk, maar dat het onder militaire bescherming van Oostenrijk-Hongarije kwam. Het doel hiervan was het voorkomen van een bezetting door Servië en Montenegro in geval van een vereniging van beide landen. Toen Oostenrijk in 1908 Bosnië annexeerde trok men de troepen uit Sandžak terug, nam men afstand van alle rechten op dit gebied en gaf deze terug aan het Ottomaanse rijk.

In 1912, tijdens de Balkanoorlogen, werd de Sandžak door Servië en Montenegro onderling verdeeld (Verdrag van Boekarest, 1913). Tussen 1912 en 1970 emigreerden veel Moslim en Albanese inwoners van de Sandžak naar Turkije. Daardoor hebben tegenwoordig meer dan 4 miljoen inwoners van Turkije historische banden met het gebied.

Demografie[bewerken]

In de Sandžak woont een meerderheid aan moslims. In de volkstelling worden zij geregistreerd als Bosniakken en moslim van nationaliteit.

De Sandžak bestond niet als territoriale of bestuurlijke eenheid binnen de Confederatie van Servië en Montenegro. Toch wordt de term “Sandžak” vaak gebruikt, vooral door de moslims. Zij benadrukken daarmee het eigen godsdienstige en culturele karakter van de regio.