Schietincident met Rote Armee Fraktion in Kerkrade

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Schietincident met Rote Armee Fraktion in Kerkrade
NieuwstraatRAF2.jpg
Plaats Nieuwstraat, Kerkrade
Datum 1 november 1978
Doden 2
Gewonden 1
Veroordeelde(n) Rolf Heissler
Adelheid Schulz
Slachtoffer(s) Dyon de Jong
Jan Goemans
Frank van Ierland
Rob de Koster

Op 1 november 1978 vond bij de Nederlands-Duitse grens in Kerkrade een gewelddadig schietincident plaats waarbij twee Nederlandse douaniers omkwamen.

Achtergrond[bewerken]

Nederland vormde in de jaren zeventig een belangrijke schuilplaats voor de Rote Armee Fraktion (RAF), met name voor de zogenaamde tweede generatie.[1] Hoewel de RAF voor zover bekend geen acties op Nederlands grondgebied voor ogen had, heeft haar aanwezigheid wel tot diverse gewelddadige confrontaties geleid. Bekend zijn de schietpartijen in 1977 in de Trompstraat in Den Haag en de Croeselaan te Utrecht op 19 respectievelijk 22 september, en op 10 november in Amsterdam-Osdorp op de hoek Pieter Calandlaan en Domela Nieuwenhuisstraat. Minder bekend is de schietpartij in Kerkrade een jaar later, waarbij twee douaniers om het leven kwamen.

Het incident[bewerken]

Op woensdag 1 november 1978, even na het middaguur, patrouilleren vier Nederlandse douaniers per auto in de Nieuwstraat te Kerkrade. De Nieuwstraat vormt hier de grens tussen de Bondsrepubliek Duitsland en Nederland; in het midden van de straat loopt een rij betonblokken die de grenslijn markeert.

Ter hoogte van het café Zum Türmchen bevindt zich een doorgang. Aan weerszijden van deze doorgang signaleren de douaniers aan de Duitse kant een jonge vrouw en aan Nederlandse zijde een man in een lange zwarte jas. Als de douaniers even later terugkeren, stappen douanebeambten Dyon de Jong (1959), Frank van Ierland (1960) en Rob de Koster (1959) uit. Jan Goemans (1954) blijft achter het stuur zitten. Frank van Ierland vraagt de man naar zijn identiteitsbewijs en kijkt in een plastic tas die de man bij zich heeft. Het identiteitsbewijs blijkt een Zwitsers paspoort te zijn op naam van Ernst Thomas Stenzel. In de tas zitten een slof sigaretten en chocolade. Daar men hier met een Zwitsers paspoort niet vrij de grens over mag, gebieden de douaniers de man mee te gaan naar douanepost De Locht om daar aan de Duitse autoriteiten te worden uitgeleverd.[2]

De man roept tweemaal "Aber warum denn!" en trekt vervolgens een Colt-revolver. Tegelijkertijd verschijnt achter de douaniers de jonge vrouw met een Makarov-machinepistool. De man en de vrouw beginnen direct van nabij te schieten op de douaniers, die niet in staat zijn om zich te verweren. Zelfs als twee douaniers weerloos op de grond liggen, gaat het schieten door. In totaal worden 27 schoten afgevuurd. Dyon de Jong overlijdt ter plaatste, Jan Goemans veertien dagen later in het ziekenhuis aan zijn verwondingen. Frank van Ierland raakt lichtgewond, Rob de Koster wordt niet geraakt.

Na de schietpartij lopen de man en de vrouw zonder veel haast weg. Verderop in de Angelastraat wordt broodbezorger Lei Wassen van de Brunssumse bakkerij Marebos Odekerken door de vrouw, onder bedreiging met het machinepistool, gedwongen zijn bestelbus af te staan. Dit busje wordt later teruggevonden aan het Carboonplein, nabij het toenmalige station Kerkrade-West. Op het station komen beiden RAF-lid Ralf Baptist Friedrich (1946) tegen.[3] Friedrich zou hen aan de grens opgewacht hebben, maar dat is misgelopen. Met de trein reist het gezelschap naar Maastricht, en daar nemen ze vervolgens de bus weer terug richting Kerkrade om ter hoogte van Verviers te voet de grens naar België over te steken. Een grootscheepse opsporingsactie wordt in gang gezet. Op zaterdag 4 november opent de politie nabij Schaesberg het vuur op een busje met Duitse kenteken dat een stopteken negeert, waarbij een van de drie inzittenden gewond raakt. De inzittenden blijken niets met het incident in Kerkrade te maken te hebben; van de echte daders ontbreekt ieder spoor.

Paspoort[bewerken]

Lange tijd is het voor de Nederlandse justitie onduidelijk wie de daders van de schietpartij zijn, hoewel men snel de Rote Armee Fraktion vermoedt vanwege de getoonde gewelddadigheid en het kaliber van de wapens. Tijdens het onderzoek, dat onder supervisie staat van mr. E.C.G. Bauwens, hoofdofficier van justitie in Maastricht, en politiechef W. van Kerkhof, wordt er ook een reconstructievideo gemaakt. Op 1 december 1978 meldt De Telegraaf dat de Nederlandse en Duitse justitie aan de hand van vingerafdrukken Johannes Weinrich hebben herkend, die inmiddels via Interpol wordt gezocht.

Het in beslag genomen paspoort is aanvankelijk vermist, maar wordt ruim vier maanden later teruggevonden door een verpleegster in het Kerkraadse Sint-Jozefziekenhuis, die de uniformbroek van Dyon de Jong naar de missie wil sturen. Frank van Ierland verklaart later dat er iets vreemds aan de hand is met dit teruggevonden paspoort: op de foto in het document dat hij in de Nieuwstraat controleerde, droeg de persoon een bril en zat de foto met nietjes vastgehecht, de persoon op de foto in het teruggevonden exemplaar heeft echter geen bril, en de foto zit vastgeplakt.[4]

Rob de Koster ondergaat in juni 1979 een getuigenverhoor onder forensische hypnose bij zenuwarts/psychotherapeut H.H. Kloos te Huizen, waarbij Christian Klar als vermoedelijke dader naar boven komt.[5] Ook andere getuigenverklaringen wijzen naar Klar. Duitse autoriteiten concluderen eind juni 1979[6] echter dat de foto in het paspoort Rolf Heissler (1948) betreft[7] die eerder die maand in Frankfurt was opgepakt. De vrouw wordt in 1990 door Rolf Baptist Friedrich, Henning Beer en Werner Lotze, naar de DDR uitgeweken ex-RAF-leden, geidentificeerd als Adelheid Schulz (1955).[8] Het was bij de Duitse inlichtingendienst bekend dat Adelheid Schulz en Christian Klar eind jaren zeventig een stelletje waren binnen de RAF, en beiden zijn in die jaren ook verscheidene malen als paar gesignaleerd.[9]

De Rote Armee Fraktion bevindt zich in november 1978 in een zware crisis. De groep staat op het punt van uiteenvallen na de catastrofale nederlaag tijdens de Offensive 77 (Deutscher Herbst) een jaar eerder, de aanhouding in mei van vrijwel de complete RAF-leiding (Brigitte Mohnhaupt, Peter-Jürgen Boock, Sieglinde Hofmann, Rolf Clemens Wagner) in Zagreb, de arrestatie van Stefan Wisniewski in Parijs en de dood van groepsleden Willy-Peter Stoll en Michael Knoll. Half november laten de Joegoslavische autoriteiten de RAF-top echter weer vrij, en vertrekt men naar het door Wadi Haddad geleide PLFP/SC trainingskamp Khayat, nabij Aden in Zuid-Jemen, waar men onder leiding van Siegfried Haag twee jaar eerder de Deutscher Herbst had voorbereid en waar ook een groep van de Nederlandse Rode Jeugd/-Hulp een guerrillatraining heeft ondergaan. Heissler reist later in november naar Zuid-Jemen om te overleggen hoe het verder moet. Daar wordt het plan opgevat om alle groepsleden in Europa naar Khayat te halen voor militaire training en teambuilding. Heissler krijgt de opdracht om dit programma te organiseren. Dit alles zal uiteindelijk leiden tot de (mislukte) bomaanslag op NAVO-opperbevelhebber Alexander Haig in het Belgische Casteau op 25 juni 1979.

Nasleep[bewerken]

Vlak voor de aanslag op Haig wordt Heissler op 9 juni 1979 gearresteerd bij het betreden van een schuilwoning aan de Textorsstrasse 79 te Frankfurt, waar de politie hem opwacht. Daarbij raakt Heissler zwaargewond door politiekogels. Een zich lang voortslepend proces bij het Oberlandesgericht Düsseldorf volgt. Een deel van dit proces speelt zich in Maastricht af, omdat een aantal Nederlandse getuigen niet naar West-Duitsland wil afreizen uit vrees voor represailles. Frank van Ierland, Rob de Koster, Leo Wassen en 14 andere ooggetuigen van het incident herkennen Heissler tijdens de rechtszaak niet als dader. Heissler zelf verklaart over het schietincident het volgende: “in ihr [=Anklageschrift] wird mit Fiktionen operiert, die durch geheim- und nachrichtendienstliche Manipulationen und Verfälschungen zustande gekommen sind”.[10] Uiteindelijk wordt Heissler in 1982 vanwege de gebeurtenissen in Kerkrade en twee bankovervallen tot levenslang veroordeeld. Na 22 jaar cel krijgt Heissler op 21 oktober 2001 gratie.

Adelheid Schulz wordt op 11 november 1982 gearresteerd nabij een RAF-depot in de bossen bij Heusenstamm, Offenbach. In dit depot wordt ook de gebruikte Makarov gevonden.[11] Schulz wordt drie jaar later veroordeeld tot tweemaal levenslang voor haar aandeel in onder andere de ontvoering van en de moord op Hanns-Martin Schleyer. In 1994 krijgt ze opnieuw levenslang voor de moord op de twee douaniers in Kerkrade. Adelheid Schulz mag in 1998 op medische gronden de gevangenis verlaten. Zij heeft dan zestien jaar vastgezeten. In 2002 wordt haar gratie verleend.

Christian Klar wordt op 16 november 1982 aangehouden in Friedrichsruh, Hamburg. Op 2 april 1984 veroordeelt de Oberlandesgericht Stuttgart hem tot zesmaal levenslang met aanvullend 15 jaar cel wegens betrokkenheid bij RAF-aanslagen tussen 1977 en 1982. In 1992 volgt nog eens levenslang voor een nieuwe veroordeling. Nadat hij de minimumtermijn van 26 jaar in JVA Bruchsal heeft uitgezeten, komt Klar op 19 december 2008 vrij. Ondanks de aanwijzingen voor zijn betrokkenheid bij de schietpartij in Kerkrade, is Klar hiervoor nooit aangeklaagd.

Ralf Baptist Friedrich verlaat de RAF in 1979, en krijgt met behulp van de Stasi samen met 9 andere ex-RAF-leden onderdak en een nieuwe identiteit in de toenmalige DDR. Na de val van de Muur worden zij in juni 1990 alsnog in de DDR gearresteerd en uitgeleverd aan de Bondsrepubliek. In ruil voor getuigenverklaringen en schuldbekentenissen (via de Kronzeugenregelung) krijgen allen forse strafvermindering. Friedrichs hechtenis was van korte duur: hij wordt na zijn aanhouding op 15 juni in Schwedt na enkele uren alweer vrijgelaten omdat zijn arrestatiebevel inmiddels was ingetrokken.

Gedenksteen[bewerken]

Gedenksteen Nieuwstraat, Kerkrade

Op initiatief van pastoor Jos l’Ortye te Bleijerheide werd op 1 november 2003, 25 jaar na het incident, een gedenksteen onthuld ter nagedachtenis aan de vermoorde douaniers.[12] Deze gedenksteen bevindt zich in het trottoir op de plaats van het incident, ter hoogte van de kruising Nieuwstraat/Kokelestraat. De gedenksteen is ontworpen en vervaardigd door beeldhouwer Wim Steins.