Simon van Cyrene

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Simon draagt het kruis. Een uitbeelding op Gozo.

Simon van Cyrene is een Bijbelse figuur die wordt genoemd in de drie synoptische evangeliën van het Nieuwe Testament als de man die op een gedeelte van de Kruisweg het kruis van Jezus zou hebben gedragen. Het evangelie volgens Marcus weet het meeste over hem te vertellen:

Ze dwongen een voorbijganger die net de stad binnenkwam, Simon van Cyrene, de vader van Alexander en Rufus, om het kruis te dragen. (Marcus 15:21, uit de Nieuwe Bijbelvertaling)

Simon van Cyrene was vermoedelijk een Jood uit de diaspora (verstrooiing). Hij kwam uit Cyrene, een Romeinse kolonie in Noord-Afrika, waar een joodse gemeenschap was. De Hebreeuwse naam Simon is een aanwijzing dat hij waarschijnlijk van joodse afkomst was. Het evangelie volgens Marcus is de enige die zijn zonen Alexander en Rufus noemt (een Griekse respectievelijk Romeinse naam). Misschien dat deze Rufus dezelfde is als de Rufus die Paulus noemt in Romeinen 16:13.[bron?] Kennelijk waren Rufus en Alexander bekenden voor de gemeente waarvoor Marcus schreef, omdat hij zijn lezers denkt herkenbare informatie te geven door hen te noemen als de zonen van Simon. Geleerden speculeren daarom dat deze zonen en misschien Simon zelf later tot het christendom zijn bekeerd.[1]

In de antieke wereld was het gebruikelijk dat een soldaat van een bezettingsmacht (in dit geval het Romeinse Rijk) een lokale burger kon dwingen om iets te dragen of een gelijkaardige opdracht. Simon van Cyrene was, naar het schijnt, een willekeurige voorbijganger die de Romeinse soldaten nodig hadden om Jezus' kruis, of althans een deel daarvan, te dragen. Hoewel het niet letterlijk wordt gezegd, is een gangbare interpretatie dat Jezus al te zeer fysiek verzwakt was door de geselingen om zijn eigen kruis te dragen.[1]

Het evangelie volgens Johannes noemt Simon van Cyrene niet; volgens vers 19:17 zou Jezus zelf zijn eigen kruis hebben gedragen. Ook in tegenstelling tot de synoptische evangeliën werd Jezus volgens Johannes niet weggevoerd en gekruisigd door Romeinse soldaten, maar door de joodse hogepriesters (19:15–18). Waarom Johannes Simon niet noemt is onbekend; wellicht kwam die persoon niet voor in de bronnen die Johannes ter beschikking had, of heeft hij Simon bewust uit zijn verhaal weggelaten.[1]

Er zijn enkele buiten-Bijbelse bronnen, zoals de docetische Tweede verhandeling van de grote Seth[2] (een geschrift vermoedelijk uit de 3e eeuw), die vermelden dat Simon van Cyrene niet alleen het kruis droeg voor Jezus, maar ook in zijn plaats is gekruisigd. Ook de gnosticus Basilides vermeldt dit.[bron?] In kringen van Manicheeërs, maar ook in sommige islamitische kringen komt dit gedachtegoed voor.[bron?]