Plateelbakkerij Ram: verschil tussen versies

Naar navigatie springen Naar zoeken springen
5 bytes verwijderd ,  8 maanden geleden
k
taal of typfoutjes
(→‎Wetenswaardigheden: bronvraag, huidige bron leidt niet direct naar wat er staat, het is dan zoekwerk..)
k (taal of typfoutjes)
 
==Geschiedenis==
Plateelbakkerij Ram werd opgericht met steun van een aantal directeuren van Nederlandse musea en van vooraanstaande kunstenaars zoals [[Jan Toorop|J. Th. Toorop]], [[Willem van Konijnenburg|W. A. van Konijnenburg]], prof. [[Richard Roland Holst]], [[Carel Adolph Lion Cachet]], F. J. van Mansveld, H. van Lerven. Leendert Anthonie Iseger werkte o.a. bij de plateelbakkerijen Rozenburg, Brantjes en Haga en Plazuid), hij kende Colenbrander uit zijn tijd bij Rozenburg en Plazuid. Hij was een groot bewonderaar van Colenbrander en streefde met anderen naar de oprichting van een nieuwe fabriek, exclusief voor het vervaardigen van de Colenbrander ontwerpen. Hij vond de kunsthandelaar en [[plateel|plateelschilder]] Henri van Lerven (Den Haag, 28 februari 1875 - Arnhem, 17 januari 1954), de bankier Charles Engelberts (31 oktober 1881 - 10 juni 1954) en de vermogende broer en zus de Visser bereid om de zaak te financieren. Op april 1921 overleed Iseger, zijn naam werd nog vermeld in de verlening van de vergunning, zijn zwager ''Piet van Lingen'' werkte in de beginperiode in zijn plaats mee bij de opstart. Het doel van het bedrijf werd geformuleerd als: het tot ontwikkeling brengen van een nieuwe Nederlandsche kunstaardewerknijverheid, gegrondvest op de principes en
Plateelbakkerij Ram werd opgericht met steun van een aantal directeuren van Nederlandse musea en van vooraanstaande kunstenaars zoals [[Jan Toorop|J. Th. Toorop]],
vindingen van [[Theodoor Colenbrander|T.A.C. (Theodoor) Colenbrander]] (31 oktober 1841 - 28 mei 1930). De fabriek en het atelier werden gevestigd in een kleine fabriek aan de Schaapsdrift 62 in Arnhem waar ook een Stoom- Wasch- en Strijkinrichting was gevestigd en later een bakkerij.
[[Willem van Konijnenburg|W. A. van Konijnenburg]], prof. [[Richard Roland Holst]], [[Carel Adolph Lion Cachet]], F. J. van Mansveld, H. van Lerven.
Leendert Anthonie Iseger werkte o.a. bij de plateelbakkerijen Rozenburg, Brantjes en Haga en Plazuid), hij kende Colenbrander uit zijn tijd bij Rozenburg en Plazuid.
Hij was een groot bewonderaar van Colenbrander en streefde met anderen naar de oprichting van een nieuwe fabriek, exclusief voor het vervaardigen van de Colenbrander ontwerpen.
Hij vond de kunsthandelaar en [[plateel|plateelschilder]] Henri van Lerven (Den Haag, 28 februari 1875 - Arnhem, 17 januari 1954), de bankier Charles Engelberts (31 oktober 1881 - 10 juni 1954) en de vermogende broer en zus de Visser bereid om de zaak te financieren. Op april 1921 overleed Iseger, zijn naam werd nog vermeld in de verlening van de vergunning, zijn zwager ''Piet van Lingen'' werkte in de beginperiode in zijn plaats mee bij de opstart.
Het doel van het bedrijf werd geformuleerd als: het tot ontwikkeling brengen van een nieuwe Nederlandsche kunstaardewerknijverheid, gegrondvest op de principes en
vindingen van [[Theodoor Colenbrander|T.A.C. (Theodoor) Colenbrander]] (31 oktober 1841 - 28 mei 1930).
De fabriek en het atelier werden gevestigd in een kleine fabriek aan de Schaapsdrift 62 in Arnhem waar ook een Stoom- Wasch- en Strijkinrichting was gevestigd en later een bakkerij.
 
De naam Ram was afkomstig van het [[Ram (sterrenbeeld)|sterrenbeeld Ram]] en werd bedacht door Theodoor Colenbrander. Hij dacht daarbij aan de schittering van het sterrenbeeld (overigens was geen van de drie oprichters geboren onder het sterrenbeeld [[Ram (astrologie)|Ram]]).
 
==Gebouwen==
In totaal zijn er meerdere panden bekend waarin de plateelbakkerij gevestigd was, de voornaamste zijn: Schaapsdrift 62 van 16 mei 1921 tot 1969, Amsterdamsewg 208 van 1924 tot 1935 2e vestiging, Amsterdamseweg 48 van 1938 tot onbekenden datum. In de adresboeken worden vooral in de periode na 1935 nog meerdere adressen genoemd, meestal slechts gedurende enkele jaren (Amsterdamscheweg 202 ,en 206A).
In de adresboeken worden vooral in de periode na 1935 nog meedere adressen genoemd, meestal slechts gedurende enkele jarem (Amsterdamscheweg 202 ,en 206A).
 
===Pand Schaapsdrift 62===
Het bedrijf werd gestart op 16 mei 1921 in het pand aan de Schaapsdrift 62, in de vergunning werden genoemd 2 moffelovens en motoren, de overige voorzieningen waren klaarblijkelijk al aanwezig. De moffelovens waren nodig om het email bij hoge temeperatuurtemperatuur te kunnen branden zodat een dunne harde emaillaag kon worden gerealiseerd. Er was in ieder geval een stookmogelijkheid met een lage industriële schoorsteen, ten dienste van de Stoomwascherij die in 1914 toestemming kreeg voor het plaatsen van een stoommachine. Het gebouw was erg sober, er is bijvoorbeeld nooit een telefoonaansluiting geweest, het deel dat de door Ram werd gebruikt was 6 * 20 meter met twee verdiepingen. Het vaste personeel bestond uit een stoker en een schilder (per 30 mei) waarschijnlijk Willem van Ham, het overige personeel was niet in vaste dienst. Colenbrander woonde op allerlei adressen in Arnhem, afhankelijk van zijn financiële toestand in eenvoudige kamers of appartementen tot in hotels in rijkere dagen. Zijn ontwerpen tekende hij thuis of in een eigen atelier, hij kwam nauwelijks in het fabriekspand, bij één van zijn weinige bezoeken naar aanleiding van een geschil van mening over de gebruikte emailverf sloeg hij met zijn wandelstok een door hem gewraakt model aan diggels. Ook liet hij het uithangbord met de naam ''Colenbrander Aardewerk'' bij de fabriek verwijderen.
Er was in ieder geval een stookmogelijkheid met een lage industriële schoorsteen, ten dienste van de Stoomwascherij die in 1914 toestemming kreeg voor het plaatsen van een stoommachine. Het gebouw was erg sober, er is bijvoorbeeld nooit een telefoonaansluiting geweest, het deel dat de door Ram werd gebruikt was 6 * 20 meter met twee verdiepingen.
Het vaste personeel bestond uit een stoker en een schilder (per 30 mei) waarschijnlijk Willem van Ham, het overige personeel was niet in vaste dienst.
Colenbrander woonde op allerlei adressen in Arnhem, afhankelijk van zijn finaciele toestand in eenvoudige kamers of apartementen tot in hotels in rijkere dagen.
Zijn ontwerpen tekende hij thuis of in een eigen atelier, hij kwam nauwelijks in het frabiekspand, bij één van zijn weinige bezoeken naar aanleiding van een geschil van mening over de gebruikte emailverf sloeg hij met zijn wandelstok een door hem gewraakt model aan diggels. Ook liet hij het uithangbord met de naam ''Colenbrander Aardewerk'' bij de fabriek verwijderen.
 
Na 1930 komt in adresboeken de vestiging aan de Schaapsdrift niet meer voor en is dan kennelijk afgestoten.
De fabriek is 8 * 27 m, het gebouw staat haaks op de weg en ligt ongeveer 40 meter vanaf de weg, tegenwoordig is het gebouw opgenomen in het winkelcomplex aan de Amsterdamseweg 204 - 208. In dit pand was een vestiging van [[Delftsche Aardewerk fabriek De Rijzende Hoop|N.V. Delftsche Aardewerkfabriek "De Rijzende Hoop"]] gesticht door Adrianus Alblas, men vervaardigde er allerlei eenvoudige imitaties van bestaande ontwerpen (o.a. Jacoba inmaakpotten). Toen het bedrijf in 1922 failliet ging kwam een deel van het pand aan de Amsterdamscheweg te koop, het gebouw werd aangekocht in 1924 na het faillissement van de tweede eigenaar, de tabakshandelaar C. IJzelendoorn.
 
De aankoop van het pand was waarschijnlijk bedoeld om de productie van goedkoper aardewerk van andere ontwerpers te scheiden van de oorspronkelijke locatie. Het gebouw was in 1935, het jaar van het faillissement en het jaar waarin het pand werd afgestoten, ingedeeld in een ovenruimte met twee turfovens, kleiopslag en een glazuurwerkplaats op de begane grond. In het lage deel waren ook nog vertrekken voor outillage o.a. magazijn , opslagruimte, wc en wasruimte. Op de verdieping was boven de ovenruimte de schilderswerkplaats waar de decors op de biscuit werden aangebracht, verder was er een kantoortje en een kleine opslagruimte bij de schoorsteen. Het gebouw werd na 1935 in twee delen verdeeld, het hoge deel (208A) werd aangekocht door de heren P. Abele en O. Möller die er ook een plateelbakkerij met een onbekende naam in vestigden, het lage deel werd later een garagebedrijf.
De aankoop van het pand was waarschijnlijk bedoeld om de productie van goedkoper aardewerk van andere ontwerpers te scheiden van de oorspronkelijke locatie.
Het gebouw was in 1935, het jaar van het faillissement en het jaar waarin het pand werd afgestoten, ingedeeld in een ovenruimte met twee turfovens, kleiopslag en een glazuurwerkplaats op de begane grond. In het lage deel waren ook nog vertrekken voor outillage o.a. magazijn , opslagruimte, wc en wasruimte.
Op de verdieping was boven de ovenruimte de schilderswerkplaats waar de decors op de biscuit werden aangebracht, verder was er een kantoortje en een kleine opslagruimte bij de schoorsteen. Het gebouw werd na 1935 in twee delen verdeeld, het hoge deel (208A) werd aangekocht door de heren P. Abele en O. Möller die er ook een plateelbakkerij met een onbekende naam in vestigden, het lage deel werd later een garagebedrijf.
 
<gallery widths="250" heights="200" >
 
==Ontwerpers==
De rol van Colenbrander in de geschiedenis en het voortbestaan van het bedrijf is mede door zijn karakter vrij beperkt gebleven, door hem verkreeg het bedrijf in de beginperiode wel een enorme bekendheid. Na 1925 was er bij verzamelaars weinig belangstelling meer, in 1924 was een grote voorraad uitverkocht op een veiling bij veilinghuis Mak in Amsterdam. Zijn opvolgers hebben er voor gezorgd dat de productie met de tijd meeging en ook commercieel succesvol was.
Na 1925 was er bij verzamelaars weinig belangstelling meer, in 1924 was een grote voorraad uitverkocht op een veiling bij veilinghuis Mak in Amsterdam.
Zijn opvolgers hebben er voor gezorgd dat de productie met de tijd meeging en ook commercieel succesvol was.
===Franciscus Johannes Mansveld===
Mansveld (1 nov. 1872, Den Haag - 3 dec. 1951, Arnhem) was een gerenommeerd kunstenaar die vele facetten van de kunst meester was en daarnaast ook over een groot zakelijk inzicht beschikte. Hij was dan ook de man die het kwijnende bedrijf nieuw leven inblies en eveneens de ontwerper van een breed scala aan gebruiksvoorwerpen. In 1924 richtte hij de N.V. Plateelbakkerij Ram op en werd eerste directeur samen met Engelberts en van Lerven. Hij slaagde erin voor de raad van commissarissen en groot aantal belangrijke mensen uit de culturele wereld te werven. De raad van Commissarissen bestond uit, Raad van Toezicht: voorzitter dr. Hendrik Enno van Gelder (directeur van het Haags Gemeentemuseum), mr. Jean François van Royen en L. A. Ruys verder prof. [[Richard Roland Holst]], Willem Penaat (directeur van het Museum voor Kunstnijverheid in Haarlem), [[Cornelis Baard|Cornelis Wilhelmus Hyginus Baard]], Dirk Hannema (directeur van Museum Boijmans van Beuningen in Rotterdam), A. A. G. van Erven Dorens (directeur van het Gemeentemuseum in Arnhem), dr. H. P. Coster en ir. Elsje Rappard-Broese van Groenou. Op deze wijze verzekerde Mansveld zich ervan dat ook het kunstzinnig peil niet zou lijden onder de commercie. Van zijn hand zijn in ieder geval een groot aantal serviezen die nog steeds erg in trek zijn bij verzamelaars
Mansveld (1 nov. 1872, Den Haag - 3 dec. 1951, Arnhem) was een gerenommeerd kunstenaar die vele facetten van de kunst meester was en daarnaast ook over een groot zakelijk inzicht beschikte.
Hij was dan ook de man die het kwijnende bedrijf nieuw leven inblies en eveneens de ontwerper van een breed scala aan gebruiksvoorwerpen.
In 1924 richtte hij de N.V. Plateelbakkerij Ram op en werd eerste directeur samen met Engelberts en van Lerven.
Hij slaagde erin voor de raad van commissarissen en groot aantal belangrijke mensen uit de culturele wereld te werven.
De raad van Commissarissen bestond uit, Raad van Toezicht: voorzitter dr. Hendrik Enno van Gelder (directeur van het Haags Gemeentemuseum), mr. Jean François van Royen en L. A. Ruys
verder prof. [[Richard Roland Holst]], Willem Penaat (directeur van het Museum voor Kunstnijverheid in Haarlem), [[Cornelis Baard|Cornelis Wilhelmus Hyginus Baard]],
Dirk Hannema (directeur van Museum Boijmans van Beuningen in Rotterdam), A. A. G. van Erven Dorens (directeur van het Gemeentemuseum in Arnhem), dr. H. P. Coster en ir. Elsje Rappard-Broese van Groenou.
Op deze wijze verzekerde Mansveld zich ervan dat ook het kunstzinnig peil niet zou lijden onder de commercie.
Van zijn hand zijn in ieder geval een groot aantal serviezen die nog steeds erg in trek zijn bij verzamelaars
===Nicolaas Hendrik van Lerven===
Van Lerven ( 28 febr. 1875, Den Haag - 17 sept. 1954, Arnhem) de medeoprichter van Ram was kunsthandelaar, keramist, schilder en restaurateur. Hij ontwierp o.a. theeserviezen, ontbijtserviezen, gebakstellen die werden getoond op de grote ''Nenijto'' tentoonstelling in 1928 te Rotterdam.
Hij ontwierp o.a. theeserviezen, ontbijtserviezen, gebakstellen die werden getoond op de grote ''Nenijto'' tentoonstelling in 1928 te Rotterdam.
===Willem van Ham===
Van Ham( 10 april 1900, Gouda - 19 juli 1974, Amsterdam) werkte eerst exclusief voor Colenbrander als plateelschilder, later ontwierp hij ook serviesgoed.
===Hendrikus Jan Jansen van Galen===
[[Driekus Jansen van Galen|Jansen van Galen]] (13 mei 1871, Arnhem - 12 juli 1949, Haarlem) was beeldhouwer en ontwerper onder meer van keramiek. Voor Ram werkte hij in de periode 1926 - 1931, er werden van zijn ontwerpen een groot aantal geglazuurde sculpturen op de markt gebracht voornamelijk dier - mensfiguren (ijsbeer, zeehond, hert, dromedaris, zwanen, leraar, pierrot, vrouw met kind enz.).Ook hij ontwierp een aantal serviezen waarvan onderdelen te zien zijn in het Kunstmuseum Den Haag
Voor Ram werkte hij in de periode 1926 - 1931, er werden van zijn ontwerpen een groot aantal geglazuurde sculpturen op de markt gebracht voornamelijk dier - mensfiguren (ijsbeer, zeehond, hert, dromedaris, zwanen, leraar, pierrot, vrouw met kind enz.).
Ook hij ontwierp een aantal serviezen waarvan onderdelen te zien zijn in het Kunstmuseum Den Haag
===Carel Adolph Lion Cachet===
[[File:Bord met gestileerd decor in blauw, BK-1973-63.jpg|thumb|Bord met gestileerd decor in blauw, Lion Cachet]]
 
===Ru de Boer===
Ru de Boer was sinds 1946 keramist, hij werkte o.a. bij Potterij Zaalberg in Leiderdorp en vanaf 1957 ook voor de Ram, daarnaast was hij docent aan de kunstacademies in Arnhem en Groningen. Hij was mede-oprichter van ''Nederlandse Vereniging van Keramisten NVK''. Bij de Ram begon hij een moderne kunstafdeling van met de hand gedraaide producten van chamotte klei zo werkte hij geheel zelfstandig binnen het bedrijf en vervaardigde een collectie modern aardewerk.
Hij was mede-oprichter van ''Nederlandse Vereniging van Keramisten NVK''. Bij de Ram begon hij een moderne kunstafdeling van met de hand gedraaide producten van chamotte klei zo werkte hij geheel zelfstandig binnen het bedrijf en vervaardigde een collectie modern aardewerk.
 
==Wetenswaardigheden==
Polychroom aardewerk Frits van Beest.jpg|Ram, vaas, Frits van Beest, vervalsing<ref>https://sieraardewerk.nl</ref>{{Bron?|1=Is hier een specifieke bron voor, de huidige leidt niet direct naar wat er staat?!|2=2020|3=6|4=16}}
</gallery>
* Er komen met name uit China veel vervalsingen op de markt zij dragen het Colenbrander stempel maar het decor wijkt sterk af en het aardewerk is erg zwaar in verhouding tot de authetiekeauthentieke. Bijvoorbeeld een Rozenburg motief gemerkt als Ram, Colenbrander.
* Museum Arnhem bezit een uitgebreide collectie.
* Mien van Lerven, de echtgenote van Henri van Lerven schilderde ook decors. ofOf zij ook ontwerpen maakte is niet duidelijk. Zij signeerde met M.L.
{{commonscat|Plateelbakkerij Ram}}
{{Appendix|2=

Navigatiemenu