Tram van Milaan

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Tram van Milaan
Ventotto-trams op lijn 1 op de Piazza Cavour
Ventotto-trams op lijn 1 op de Piazza Cavour
Basisgegevens
Locatie Milaan
Vervoerssysteem Tram
Startdatum 1881 (paardentram); 1893 (elektrische tram)
Lengte trajecten 181,8 km
Aantal lijnen 17 + 1
Spoorwijdte 1.445 mm
Uitvoerder(s) Azienda Trasporti Milanesi (ATM)
Tramnet van Milaan; 2017
Tramnet van Milaan; 2017
Portaal  Portaalicoon   Openbaar vervoer

De Tram van Milaan (Azienda Tranviaria Municipale; ATM) is een van de stadsvervoerbedrijven van Italië met de rijkste geschiedenis en een ooit zeer uitgestrekt lijnennet. Het tramnet in de Lombardische hoofdstad Milaan bestaat tegenwoordig uit 18 lijnen, waarvan 17 stadslijnen. Het heeft een totale lengte van bijna 182 kilometer.

Stand: Huidig lijnennet (2018)[bewerken]

  • 1 - Greco (Via Martiri Oscuri) - Roserio
  • 2 - Piazza Bausan – Piazzale Negrelli
  • 3 - Duomo (Via Cantù) – Gratosoglio
  • 4 - Piazza Castello – Niguarda (Parco Nord) (Metrotranvia Nord)
  • 5 - Ortica (Via Milesi) – Ospedale Niguarda
  • 7 - Piazzale Lagosta – Precotto (Via Anassagora) (Metrotranvia di Bicocca)
  • 9 - Station Milano Centrale (Piazza IV Novembre) – Station Milano Porta Genova
  • 10 - Viale Lunigiana – Piazza XXIV Maggio
  • 12 - Viale Molise - Roserio
  • 14 - Cimitero Maggiore – Lorenteggio
  • 15 - Piazza Fontana – Rozzano (Via Guido Rossa) (Metrotranvia Sud)
  • 16 - Stadio Giuseppe Meazza (Piazzale Axum) – Via Monte Velino
  • 19 - Station Milano Lambrate - Piazza Castelli
  • 24 - Duomo (Via Dogana) – Vigentino (Via Selvanesco)
  • 27 - Piazza VI Febbraio – Viale Ungheria
  • 31 - Bicocca – Cinisello Balsamo (Via I Maggio) (Metrotranvia di Cinisello)
  • 33 - Piazzale Lagosta – Rimembranze di Lambrate
  • 179 - Milaan (Comasina) – Limbiate

De lijnen 1, 5, 10, 19 (grotendeels) en 33 worden nog volledig gereden door de vooroorlogse Peter Witt Cars van ruim 90 jaar oud.

Geschiedenis[bewerken]

Paardentram; circa 1885.
Elektrische tram; circa 1895.
Tweeassige werkwagen 718; circa 1990.
Motorwagen 1544 (type Peter Witt Car) met trolleystang, in de oorspronkelijke kleur; 1967.

Na jarenlange discussies werden de eerste paardentrams in 1881 bedrijf genomen door de Società Anonima degli Omnibus (SAO).

De eerste elektrische tramlijn werd op 1 november 1893 door de firma Edison als proeflijn geopend. Dankzij het grote succes hiervan werd de SAO door Edison overgenomen en werden de routes successievelijk geëlektrificeerd.

In 1917 werd het trambedrijf door het stadsbestuur overgenomen, dat hiervoor het Ufficio Tramviario Municipale (Gemeentelijk Trambedrijf) oprichtte.

De trams, die aanvankelijk links reden, gingen vanaf 1926 rechts rijden. Het grote tramnet was er ook de oorzaak van, dat Milaan als laatste stad van Italië het verkeer in de straten op rechtsverkeer omschakelde, terwijl in de provincie Milaan al reeds eerder rechts gereden werd. Er waren omvangrijke verbouwingen en aanpassingen noodzakelijk. De omschakeling vond plaats op 3 augustus 1926. 's Avonds gingen alle tramwagens naar de remise om na middernacht weer uit te rijden, deze keer rechts rijdend. Gedurende de hele nacht werd proefgereden, om te zien of alles goed functioneerde. In de Corriere della Sera stonden vijf grote artikelen over deze grote gebeurtenis.

In 1928 kwamen de eerste trams van de beroemde serie 1500-2000 (type Peter Witt Car) in dienst, die tot heden in het stadsbeeld te zien zijn. In 1931 werd de UTM een zelfstandige onderneming met de naam Azienda Tranviaria Municipale (ATM).

In de Tweede Wereldoorlog leed het tramnet zware schade, maar het kon voor het einde van 1945 weer volledig in bedrijf genomen worden. De in de naoorlogse jaren enigszins verwaarloosde tram kreeg vanaf 1 november 1964 concurrentie van de nieuw gebouwde Metro van Milaan. Inmiddels zijn van de 40 lijnen aan het einde van de oorlog er nog 17 overgebleven, doorstreepte lijnnummers zijn er helemaal niet meer.

Sinds oktober 2006 is er met de ATMosfera de mogelijkheid, in een gerestaureerde en verbouwde tramwagen te eten.

Ontwikkeling van het tramnet[bewerken]

Door verlengingen van diverse lijnen aan de stadsrand is de schaal van kaart tot kaart verschillend.

Plannen[bewerken]

In de komende jaren zijn de volgende nieuwe lijnen gepland:

  • Lijn 24 zal vanaf Vigentino voorbij de stadsgrens over Noverasco en Opera naar Locate di Triulzi worden verlengd.
  • Lijn 27 zal van de Viale Ungheria door de nieuwe wijk Santa Giulia naar het Station Milano Rogoredo worden verlengd.
  • Op middellange termijn worden de interlocale tramlijn naar Limbiate en de voormalige lijn naar Desio verbouwd tot moderne sneltramlijnen, met gedeeltelijke uitbreiding met dubbelspoor.
  • Op lange termijn gaat de Bicocca-lijn (7) als Metrotranvia interperiferica Nord rijden van de Piazzale Bausan via het S-Bahnstation Certosa naar het Metrostation Cascina Gobba.
  • Een of meerdere lijnen zijn in planning tussen Cascina Gobba, Sesto San Giovanni en Monza.

De interlocale tramlijnen[bewerken]

Het tramnet van de TIP omstreeks 1915.

Naast het stadsnet groeide ook het net van interlocale tramlijnen rond Milaan. De eerste, als paardentram geëxploiteerde, interlocale tramlijn tussen Milaan en Monza werd in 1876 geopend door de Società Anonima degli Omnibus.

De eerste stoomtramlijn reed in 1878 tussen Milaan en Vaprio d'Adda en werd geëxploiteerd door de Società Anonima del Tramway Milano-Gorgonzola-Vaprio. Later fuseerden de talrijke bedrijven in de Tranvie Interprovinciali Padane (TIP), een van de grootste trambedrijven van Europa.

In 1919 werd door Edison, dat tot 1917 het stadstramnet had geëxploiteerd, de Società Trazione Elettrica Lombarda (STEL) opgericht. De STEL nam van de TIP de drukstbereden routes over en elektrificeerde deze, de andere lijnen werden vervangen door busdiensten. Het net van de STEL werd op 1 juli 1939 overgenomen door het gemeentelijke bedrijf Azienda Tranviaria Municipale (ATM).

Na de Tweede Wereldoorlog werd het net gestaag ingekrompen. Met uitzondering van de lijn naar Limbiate, alhoewel door de komst van metrolijn 3 wel ingekort en ingekrompen, werd de dienst op alle interlocale tramlijnen inmiddels opgeheven. De routes naar het oosten en noorden werden vervangen door metrolijn 2. De lijnen naar Monza werden volledig opgeheven.

Tramremises[bewerken]

Tegenwoordig zijn er vijf tramremises:

  • Deposito Baggio
  • Deposito Leoncavallo
  • Deposito Messina
  • Deposito Precotto
  • Deposito Ticinese

Materieeloverzicht[bewerken]

Nummers Type aanduiding Bouwjaren Fabrikanten Lengte Breedte v/max Zitplaatsen Staanplaatsen Aantal Afbeelding
1501-2002 Ventotto 1927-1930 diverse 13,89 m 2,35 m 42 km/h 29 101 502,
nog 151 in dienst[1]
Tram ATM storico 1503.jpg
4601-4613 1955 OMS, TIBB, Breda 19,58 m 2,4 m 45 km/h 36 140 13,
nog 10 in dienst
JHM-1977-2039 - Italie, Milan, tramway.jpg
4714-4733 1956-1960 OMS, TIBB, Breda 19,58 m 2,4 m 45 km/h 36 140 20 Milano - piazza IV Novembre - tram 4722.jpg
4800-4844 1973-1977 ATM Milano, Officine di Cittadella 27,89 m 2,4m 45 km/h 49 231 45 (niet meer in dienst) Milano--mailand-atm-sl-752317.jpg
4900-4999 Jumbotram 1976-1978 GAI 29,01 m 2,38 m 60 km/h 59 207 100 Elettromotrice 4938 in Piazza Cordusio.jpg
7001-7026 Eurotram 1999-2000 Adtranz 34,10 m 2,47 m 70 km/h 68 194 26 ATM Eurotram 7019 via dei Missaglia 20130709.JPG
7101-7148 Sirio 2002-2009 AnsaldoBreda 35,35 m 2,4 m 70 km/h 71 214 48 ATM AnsaldoBreda Sirio 7119 viale Liberta Cinisello 20120810.JPG
7501-7535 Sirietto 2003-2009 AnsaldoBreda 25,15 m 2,4 m 70 km/h 50 141 35 Milano tramwaj 7503.jpg
7601-7633 Sirietto 2008-2009 AnsaldoBreda 25,15 m 2,4 m 70 km/h 50 141 33 Gratosoglio terminus 05.jpg

Elf niet meer gebruikte tramwagens van het type Peter Witt Car werden in 1998 naar San Francisco verkocht, waar zij op lijn F Market & Wharves dienst doen. Andere trams werden omstreeks 2005 door het Amerikaanse bedrijf Gomaco Trolley Company aangekocht. Dit restaureert de tramwagens en verkoopt ze door als historische trams door aan Amerikaanse trambedrijven.

Zie ook[bewerken]

Literatuur[bewerken]

  • Giovanni Cornolò. Fuori porta in tram. Le Tranvie extraurbane milanesi 1876-1980. Ermanno Albertelli Editore, Parma 1980.
  • Giovanni Cornolò, Giuseppe Severi. Tram e tramvie a Milano 1840-1987. Azienda Trasporti Municipali, Milaan 1987.
  • Paolo Zanin: Primi tram a Milano. Nascita e sviluppo della rete tranviaria (1841-1916). Editrice Trasporti su Rotaie, Salò 2007, ISBN 978-88-85068-07-0.

Weblinks[bewerken]