Vliegpark Vlissingen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Vliegpark Vlissingen
Bf-109s-van-6-jg-54-als-abfangj-ger-op-vlissingen-zomer-1940.jpg
IATA: ICAO:
Algemene informatie
Opgericht 1911
Plaats Vlissingen, Zeeland,
Vlag van Nederland Nederland
Coördinaten 51° 28′ NB, 3° 35′ OL
Locatie in Nederland
Vliegpark Vlissingen
Vliegpark Vlissingen
Startbanen
   Baan      Lengte   Materiaal
n.v.t. 52 hectare (na de laatste uitbreiding in 1932) gras
Lijst van luchthavens
Portaal  Portaalicoon   Luchtvaart

Vliegpark Vlissingen (vliegveld Souburg) was een vliegveld op Walcheren, in de Nederlandse provincie Zeeland. Het lag ten noorden van Vlissingen en werd aan westelijke zijde begrensd door het Kanaal door Walcheren. Het werd tijdens de Tweede Wereldoorlog verwoest.

Ontstaansgeschiedenis[bewerken]

Van 22 tot 30 juli 1911 organiseerde een Vlissings vliegcomité een vliegweek. Uitvalsbasis voor dit festijn was het Midden Reduit, tussen Vlissingen en Souburg. Het Midden Reduit, een oude versterking uit de Napoleontische tijd, werd daarvoor door de landmacht gebruikt als militair exercitieterrein. Tijdens de vliegweek kwamen er drie vliegeniers in actie, te weten: Heinrich van de Burg met een Darioli-monoplaan, Jan van Bussel (Duitsland), met een tweezits Blériot XI en Adriaan Mulder met een tweezits Sommer-biplaan. Het is het begin van het vliegveld en dat van de luchtvaartgeschiedenis van Vlissingen.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog bleef Nederland neutraal, er was echter wel degelijk de dreiging van oorlog. Vanwege de mobilisatie in 1914 besloot de Koninklijke Marine dat er in de buurt van de marinebasis in Vlissingen een vliegkamp moest komen. In 1916 nam de marine het vliegveld in Vlissingen over van de landmacht en werd het gebied uitgebreid tot 30 hectare. Er werd een marinevliegtuig gestationeerd, waarvoor een eenvoudige houten loods werd gebouwd. Het gebeurde in die oorlogsjaren regelmatig dat vliegtuigen verdwaalden en boven Zeeland terechtkwamen. Daarom werd het vliegveld al snel aangewezen als plek voor vliegtuigen om noodlandingen te maken en voor de voorlopige opslag van neergekomen vliegtuigen. De marine had plannen voor de bouw van een vliegtuigloods en deze waren reeds aanbesteed, toen in november 1918 de wapenstilstand werd gesloten en de Eerste Wereldoorlog eindigde. Hierdoor verdween de interesse in het vliegveld, dat onder beheer van het departement van Waterstaat kwam te staan.

Commerciële luchtvaart[bewerken]

Toen Carel Albert van Woelderen in 1919 aantrad als burgemeester van Vlissingen, wilde hij de economie van de stad vergroten op basis van drie pijlers: toerisme, de havens en de industrie. Het vliegveld nam binnen dit beleid nam een belangrijke rol in, het stelde in die tijd echter nog niet veel voor. Voorzieningen waren er nauwelijks en in die eerste jaren gebeurde er ook weinig met het terrein. In 1922 kwam daar verandering in, toen op 12 mei van dat jaar een vliegtuig van de KLM een noodlanding moest maken op het vliegveld. Ondanks dat de noodlanding goed afliep, besloot men dat het zo niet langer kon.

Na de noodlanding werd zodoende begonnen met het opbouwen van het vliegveld. In 1926 werd het beschikbaar voor algemeen luchtverkeer, wat de weg opende voor commerciële luchtvaart. Eind jaren twintig lag er een vliegveld dat voldeed aan de eisen van die tijd. Er was een vliegtuigloods, een nachtwindwijzer met neonbuizen, vaste landingslichten, een stationsgebouw met douanekantoor en een restaurant met terras.

Op 1 juli 1931 opende de KLM haar eerste binnenlandse lijndienst Rotterdam-Haamstede v.v. Het plan voor binnenlandse vluchten stamde reeds uit 1920, maar door de economische depressie van de jaren twintig was het er niet eerder van gekomen om dit te verwezenlijken. Hierna werden er nog enkele luchtlijnen geopend en op 2 mei 1932 werd de Zeeuwse luchtlijn Rotterdam-Haamstede v.v. verlengd tot Vlissingen (en een jaar later door getrokken tot Knokke). Meteen werd het vliegveld uitgebreid tot 52 hectare en het vliegverkeer dat het vliegveld aandeed groeide gestaag. In 1937 landden er bijna 1900 vliegtuigen, waarvan er 770 voor de KLM vlogen.

Tweede Wereldoorlog[bewerken]

Op vliegveld Vlissingen waren een aantal als woonhuis gecamoufleerde militaire barakken te vinden.

Ten gevolge van de groeiende oorlogsdreiging en de mobilisatie van de krijgsmacht stopten op 22 augustus 1939 alle binnenlandse luchtdiensten.

Tijdens diezelfde mobilisatie verplaatste de Militaire Luchtvaart de elementaire vliegopleiding naar het vliegveld. Er werden 26 les-tweedekkers op het vliegveld gelegerd, waarvan 11 Fokker S-IV’s en 15 Fokker S-IX’s. Omdat er niet voldoende ruimte was voor deze vliegtuigen, werden er 4 houten noodhangars gebouwd en een vliegtuigtent opgezet. Dan nog was er te weinig ruimte voor alle vliegtuigen, waardoor er nog enkele vliegtuigen werden geplaatst onder boomgaarden aan de rand van het veld.

Op de ochtend van 10 mei 1940 begon ook voor Vlissingen de Tweede Wereldoorlog met een aanval op het vliegveld. Die eerste dag bleef het bij wat mitrailleurvuur en twee lichte bombardementen. Om te voorkomen dat de Duitsers op het vliegveld zouden landen werden diverse voertuigen het terrein op gereden. Er werden evenwel geen landingspogingen ondernomen. In die eerste oorlogsdagen vielen er op het vliegveld zelf geen doden. Op 14 mei namen de drieëntwintig lesvliegtuigen en bemanning hun toevlucht naar Frankrijk. Van daaruit staken zij de Noordzee over om zich in Groot-Brittannië aan te sluiten bij de RAF (Royal Air Force).

Duitse en Italiaanse jachtvliegers vor een bf-109 op vliegveld Souburg

Na de capitulatie van Nederland werd het vliegveld in gebruik genomen door de Luftwaffe, die gebruik wilde maken van de strategische ligging. Hierbij werd het landingsterrein uitgebreid.

In het begin voerde de RAF een mislukt bombardement uit op het vliegveld, waarbij nauwelijks schade werd toegebracht, maar wel verschillende bommenwerpers neergehaald werden. Daarna voerden de Duitsers tot begin 1941 in samenwerking met de Corpo Aero Italiano (CAI) patrouille- en bewakingsvluchten uit boven het Nederlandse kustgebied, waardoor verdere aanvallen van de geallieerden uitbleven. De eerste twee jaar van de oorlog maakte de Luftwaffe veel gebruik van het vliegveld, daarna werd dit steeds minder. Bij luchtaanvallen van de geallieerden op 15 en 19 augustus 1944 raakte het vliegveld zwaar beschadigd. De inundatie in oktober dat jaar zette een groot deel van Walcheren, waaronder het vliegveld, onder water.

Weerstation Vlissingen[bewerken]

In augustus 1947 verhuisde het weerstation Vlissingen naar een nissenhut op het vliegveld. Het voormalige onderkomen op het Eiland was afgebroken door de Duitsers en tijdens de oorlog hadden de weermannen gebruik mogen maken van een ruimte in hotel Britannia en later in Hotel Noordzeeboulevard. De beslissing om het weerstation naar het vliegveld te verhuizen werd ingegeven door de overtuiging dat de binnenlandse luchtvaart in de periode kort na de Tweede Wereldoorlog een sterke groei zou kennen. De verwachting was dat het vliegveld Vlissingen zeker opnieuw in gebruik zou worden genomen en het weerstation sloot hier mooi op aan, zo redeneerde men. Toen bleek dat de stad geen vliegveld meer zou krijgen besloot het KNMI in 1958 om terug te verhuizen naar het Eiland.

Westerzicht[bewerken]

Op de plek van het voormalige vliegpark Vlissingen verrees na de oorlog de wijk Westerzicht.