Wede

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Wede
Isatis tinctoria02.JPG
Taxonomische indeling
Rijk: Plantae (Planten)
Stam: Embryophyta (Landplanten)
Klasse: Spermatopsida (Zaadplanten)
Clade: Bedektzadigen
Clade: 'nieuwe' Tweezaadlobbigen
Clade: Malviden
Orde: Brassicales
Familie: Brassicaceae (Kruisbloemenfamilie)
Geslacht: Isatis
Soort
Isatis tinctoria
L. (1753)
zaden
zaden
Portaal  Portaalicoon   Biologie

Wede (Isatis tinctoria) is een plant uit de kruisbloemenfamilie (Brassicaceae). Uit de plant kan de blauwe kleurstof genaamd pastel (van het Occitaanse woord pastel, pasta) worden gewonnen. De plant kan 1 m hoog worden en is in Nederland zeer zeldzaam. De bladeren zijn glad en omvatten de stengel met een pijlvormige voet. De bloemen zijn klein en geel. De bloei is in mei en juni. De zaden zitten in langwerpige hauwtjes, die gaan hangen als ze rijp worden.

Volgens de Flora groeit de plant vooral langs de rivieroevers van Waal en Rijn, waar de zaden worden aangevoerd uit Beieren en Zwitserland. Wede komt oorspronkelijk uit de Aziatische steppen en is vanwege de blauwe kleurstof pastel naar Europa gebracht. Het ingewikkelde productieproces leverde uiteindelijk bolletjes kleurstof op, de zogenaamde 'kokanjes' (van het Franse 'cocagnes').

Teelt[bewerken]

Wede was tot in de zestiende eeuw de leverancier van blauwe kleurstof in West-Europa. Wede is uitgebreid verbouwd in Nederland voor de pastel, maar vaste groeiplaatsen voor de plant heeft dat niet opgeleverd in Nederland. Dat gebeurde wel in bijvoorbeeld Zuid-Duitsland en Frankrijk.

Vanaf 1100 groeide de lakenindustrie enorm. Engeland werd de leverancier van ruwe wol, die werd geleverd aan weverijen in Vlaanderen (Gent, Brugge, Ieper) en de Toscaanse steden (vooral Florence). De voornaamste leveranciers van wede waren Zuid-Frankrijk (de streek rondom Toulouse, het Pays de Cocagne) en Midden-Duitsland, met plaatsen als Erfurt en Naumburg. Zo ontstonden zeer belangrijke handelskanalen die de Vlaamse steden hun rijkdom gaven zoals die nu nog te zien is in de Belforts. Ook de welvaart van Florence was gebaseerd op textiel. Later werd wede in Engeland (vooral in Lincolnshire) gekweekt.

De wedecultuur stortte volledig in toen de Portugezen, en later de Nederlanders en Engelsen, indigo uit India naar Europa brachten. De kleurstof werd toen vervangen door de veel sterkere en kleurvastere oosterse indigo uit het geslacht Indigofera en vanaf de negentiende eeuw door synthetische indigo.

Productieproces[bewerken]

Wede wordt geoogst vlak voor de bloei, in stukken gesneden en vervolgens aan een rottingsproces onderworpen. Het resultaat is een kleiachtige massa, de pastel. Van deze pasta werden balletjes gemaakt, de kokanjes, die gedroogd werden en verkocht.

De bal wordt in een "wede-kuip" met zemelen en veel water gedaan met eventueel de plant meekrap daaraan toegevoegd. Na één of twee dagen is het resultaat een geel-groenige vloeistof. Textiel wordt tien seconden in de vloeistof gedoopt. De kleurstof hecht zich aan het textiel, dat te drogen wordt gehangen. Daarbij komt de gele kleurstof in aanraking met zuurstof uit de lucht, waardoor het verandert in onoplosbaar pastelblauw, dat niet meer uit het textiel gespoeld kan worden. Het verfbad geeft een lichtblauwe kleur, het pastelblauw, aan het textiel. Door dit proces te herhalen kon de kleur donkerder gemaakt worden, maar diep donkerblauw is met wede niet mogelijk.

'Blauwe maandag'[bewerken]

Vroeger werd het weekproces op zaterdagmiddag ingezet. Men liet het geheel vervolgens tot maandagochtend staan en hing het dan op. Daardoor hadden de wevers 'verplicht' vrij op maandag als de textiel droogde. Dit zou een verklaring kunnen zijn voor het begrip blauwe maandag, maar er zijn ook andere aannemelijke verklaringen[1].

Ecologische aspecten[bewerken]

De wede is waardplant voor onder meer het oranjetipje, Anthocharis damone en het groot koolwitje.

Externe links[bewerken]