Witkapalbatros

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Witkapalbatros
IUCN-status: Gevoelig[1] (2016)
Witkapalbatros
Witkapalbatros
Taxonomische indeling
Rijk:Animalia (Dieren)
Stam:Chordata (Chordadieren)
Klasse:Aves (Vogels)
Orde:Procellariiformes (Buissnaveligen)
Familie:Diomedeidae (Albatrossen)
Geslacht:Thalassarche
Soort
Thalassarche cauta
Gould, 1841
Afbeeldingen Witkapalbatros op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Witkapalbatros op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Vogels

De witkapalbatros (Thalassarche cauta) is een vogel uit de familie van de albatrossen (Diomedeidae). De vogel werd in 1840 door John Gould geldig beschreven als Diomedea cauta. Het is een gevoelige zeevogelsoort die broedt op eilanden in het zuidwestelijk deel van de Grote Oceaan.

Kenmerken[bewerken]

De vogel is 90 tot 100 cm lang en heeft een spanwijdte van 210 tot 260 cm. Het gewicht bedraagt 2,9 tot 5,1 kg. Het is de grootste albatros van het geslacht Thalassarche met een forse, lichtgrijze snavel met een gelige punt. De onderzijde van de vleugels is vrijwel geheel wit, met dunne zwarte randen. Op de ondervleugel heeft hij de karakteristieke zwarte vlekken aan de basis, bij de borst. De kop is bleek lichtgrijs en hij ziet er met de donkere ogen en wenkbrauwen streng uit.[2]

Leefwijze[bewerken]

Het voedsel bestaat voornamelijk uit pijlinktvis, maar ook vis, schaaldieren en afval van vissersboten staan op het menu.

Voortplanting[bewerken]

De witkopalbatros broedt op rotsachtige eilanden en bouwt een nest van aarde, gras en wortels. Het vrouwtje legt half september één ei dat beide ouders gedurende ongeveer 73 dagen bebroeden.

Verspreiding en leefgebied[bewerken]

De soort telt 2 ondersoorten:

Buiten de broedtijd wordt de vogel gezien in een groot zeegebied dat reikt van de westkust van Zuidelijk Afrika tot de oostkust van het zuidelijk deel van Nieuw-Zeeland.[2]

Bedreiging[bewerken]

De totale populatiegrootte wordt geschat op 60 tot 70 duizend individuen. Nauwkeurige gegevens over trends in de afgelopen 66 jaar (3 generaties) ontbreken. Wel is bekend dat door de langelijnvisserij en de zeevisserij met netten in de Zuidelijke Oceaan veel vogels verstrikt raken en verdrinken. Om deze reden staat deze soort als gevoelig (voor uitsterven) op de Rode Lijst van de IUCN.[1]