Wet openbaarheid van bestuur

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Wob)
Ga naar: navigatie, zoeken
Wet openbaarheid van bestuur
Citeertitel Wet openbaarheid van bestuur
Titel Wet van 31 oktober 1991, houdende regelen betreffende de openbaarheid van bestuur
Afkorting WOB
Wob
Soort regeling Wet in formele zin
Toepassingsgebied Nederland
Rechtsgebied Staatsrecht
Bestuursrecht
Status Geldend
Goedkeuring en inwerkingtreding
Ingediend op 27 januari 1987[1]
Aangenomen door Tweede Kamer op 25 september 1990[2]Eerste Kamer op 29 oktober 1991[3]
Ondertekend op 31 oktober 1991
Gepubliceerd in Stb. 1991, 703
In werking getreden op 1 mei 1992
Geschiedenis
Wijzigingen Externe lijst
Lees online
Wet openbaarheid van bestuur
Portaal  Portaalicoon   Mens & maatschappij

De Wet openbaarheid van bestuur (Wob) uit 1991 regelt de openbaarheid van bestuur door openbaarmaking van informatie door de Nederlandse overheid.

De wet garandeert eenieder de mogelijkheid om informatie over een bestuurlijke aangelegenheid bij een bestuursorgaan (bijvoorbeeld een ministerie, provincie of gemeente) op te vragen. De Wob is geen documentenwet zoals de openbaarheidsregels bij de Europese Unie, van de VS en van bijvoorbeeld Zweden, maar een informatiewet. Het gaat om de informatie, ongeacht de gegevensdrager. Zo kan het ook om informatie op een USB-stick of harde schijf gaan of om een foto of aantekeningen op een gele memosticker. De overheid heeft het laatste woord over de vorm van de gegevensverstrekking, dat kan ook mondeling zijn.

De wet begint als volgt:

Alzo wij in overweging genomen hebben, dat het, mede gelet op artikel 110 van de Grondwet, met het oog op een goede en democratische bestuursvoering wenselijk is gebleken de regelen met betrekking tot de openheid en openbaarheid van bestuur aan te passen en deze zo veel mogelijk in de wet op te nemen.

Openbaarmaking is een plicht van elk bestuursorgaan, het is het juridische uitgangspunt. Geheimhouding hoort altijd een - gemotiveerde - uitzondering te blijven. Persoonlijke beleidsopvattingen, privacygevoelige informatie zoals strafbladen en stukken die concurrentiegevoelige informatie van bedrijven bevatten, zijn uitgesloten van de mogelijkheid om ze met een beroep op de wet Wob in te zien. Maar ook hierop zijn uitzonderingen mogelijk gemaakt door de rechter en het Verdrag van Aarhus. Het vakgebied van de overheidscommunicatie en -informatie kreeg door de Wob een juridisch fundament.

Wobben[bewerken]

Regelmatig moeten journalisten en anderen deze wet gebruiken om informatie op te eisen die eerder geweigerd werd. Dat wordt wobben genoemd. De Wob verplicht de overheid trouwens niet alleen om informatie desgevraagd openbaar te maken: een onderbelicht feit is dat zij dit ook uit eigen beweging hoort te doen, zodra dat goed is voor de democratie. Openbaarheid is als rechtstoestand door rechters vast te stellen, maar openheid (een mentaliteit) niet. Voor Wob-critici wringt juist daar de schoen.

Uitvoering door de rijksoverheid[bewerken]

Kosten en middelen[bewerken]

Voor het verstrekken van kopieën van documenten op een Wob-verzoek mag de rijksoverheid een vergoeding in rekening brengen. De hoogte hiervan is vastgelegd in het Besluit tarieven openbaarheid van bestuur[4]. Voor het verstrekken van kopieën van schriftelijke stukken, bedraagt deze:

  • voor minder dan 6 kopieën: gratis;
  • voor 6 tot 13 kopieën: € 4,50;
  • voor 14 of meer kopieën: € 0,35 per kopie.

Voor kopieën van een ander materiaal bedraagt deze niet meer dan de kostprijs. Voor een uittreksel of een samenvatting van een document bedraagt de vergoeding € 2,25 per pagina. Dergelijke vergoedingen zijn zelden kostendekkend. Echter het aantal Wob-verzoeken is jaarlijks niet dermate groot dat de uitvoering van de wet tot grote kosten heeft geleid.

Beperkingen[bewerken]

De Raad van State heeft een uitzondering gemaakt voor de correspondentie die tussen koning en ministerraad gevoerd wordt en bij het Kabinet van de Koning berust. De Raad van State beschouwt het Kabinet van de Koning niet als een bestuursorgaan. Ook correspondentie tussen de Prins van Oranje en het Kabinet van de Koning valt volgens de bestuursrechter niet onder de Wob.[5]

Wanneer een stuk van de ministerraad in het Koninklijk Huisarchief is beland kan het met een beroep op de archiefwet noch met de Wob worden ingezien.[6]

Uitvoering door gemeenten[bewerken]

Kosten en middelen[bewerken]

Voor gemeenten (maar ook voor provincies en waterschappen) geldt dat als zij een vergoeding vragen er eerst vergoedingenregels moeten zijn vastgesteld en bekendgemaakt. De gemeente moet dit in een (leges) verordening vastleggen. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten geeft aan, dat bij het vaststellen van de vergoedingenregels aansluiting gezocht kan worden bij de tarieven van het Rijk. Dergelijke vergoedingen zijn zelden kostendekkend. Echter het aantal Wob-verzoeken is jaarlijks niet dermate groot dat de uitvoering van de wet tot grote kosten heeft geleid.

Beperkingen[bewerken]

Gemeenten moeten inzage geven in bouwverslagen met derden. Concurrentiegevoelige informatie wordt daarvan uitgesloten. Inzake bijzondere persoonsgegevens en privacygevoelige gegevens van natuurlijke personen (ergo, geen bedrijven) geldt de Wet bescherming persoonsgegevens.

Dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Vanaf oktober 2009 is er een stijging merkbaar[bron?] door de komst van de Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen. Tegelijkertijd met deze nieuwe wet werd de beslistermijn van de Wet openbaarheid van bestuur verdubbeld van twee naar vier weken (de tijd tussen het informatieverzoek en de honorering of (gedeeltelijke) afwijzing), uitgezonderd Wob-verzoeken met betrekking tot milieu-informatie waarbij de beslistermijn twee weken bleef. Wel heeft het bestuursorgaan de mogelijkheid de beslissing te verdagen met nog eens vier weken, maar moet dit wel schriftelijk laten weten vóór het verstrijken van de eerste termijn van vier weken. Nu moet eveneens tegelijkertijd met de beslissing van het bestuursorgaan over het wel of niet inwilligen van het openbaarmakingsverzoek de gevraagde informatie worden verstrekt aan de verzoeker binnen vier weken.

Externe links[bewerken]