Zachte g

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Met de term zachte g wordt verwezen naar een bepaalde uitspraak van de klanken die in de Nederlandse spelling worden weergegeven met de grafemen g en ch. In het zuiden van het Nederlandse taalgebied worden deze klanken uitgesproken als palatale fricatieven (in het IPA weergegeven als respectievelijk [ʝ]? (stemhebbend) en [ç]? (stemloos)), en niet als de velaire fricatieven [ɣ]? (stemhebbend) en [x]? (stemloos), de zogenoemde harde g. De zachte g kan voor de meeste Nederlanders als gemarkeerd beschouwd worden. In het zuiden van het Nederlandse taalgebied is deze uitspraak algemeen. De zachte g is taalkundig gezien een tamelijk zeldzaam verschijnsel. De stemloze palatale fricatief wordt slechts door 5% van de wereldtalen gebruikt. De stemhebbende variant is nog zeldzamer, die komt slechts voor in 7 van de 317 talen die zijn opgenomen in de originele UCLA Phonological Segment Inventory. In Europa komt deze laatste klank behalve in het Zuid-Nederlands ook in het Nieuwgrieks en het Schots-Gaelisch voor.

Schematische weergave van de mondholte, met het harde (7) en zachte (8) gehemelte en de huig (9)

Uitspraak[bewerken]

Zowel een harde als een zachte g wordt gevormd door een vernauwing van de mondholte die ontstaat wanneer de achterkant van de tong omhooggebracht wordt. Het verschil is de plaats in de mondholte waar deze vernauwing optreedt: bij een zachte g is dat bij het harde gehemelte (palatum), bij een harde g verder naar achteren, bij het zachte gehemelte (velum) of zelfs richting de huig (uvula).

De g wordt vooral richting het zuidoosten steeds palataler en 'zachter', en is dus vooral in Zuidoost-Brabant en Limburg hoorbaar anders dan de harde g. In de dialecten in het uiterste zuidoosten van Limburg, en ook verder naar het zuidoosten in het Ripuarische taalgebied rond Keulen, is de g zelfs zo ver gepalataliseerd dat hij in een j overgaat.

Verspreiding[bewerken]

Verspreiding van godsdienstige gezindten in het Nederland van de 19de eeuw

De zachte g komt voor in heel Nederlandstalig België. In West-Vlaanderen klinkt die echter meestal als een h. In Nederland wordt de fricatieve uitspraak van de g vooral geassocieerd met de provincies ten zuiden van de grote rivieren, in casu de Rijn. Het betreft dan met name Noord-Brabant en Limburg, al komt deze variant daarnaast ook voor in de Bommelerwaard, de Betuwe, het Rijk van Nijmegen, Het Land van Maas en Waal, de Zuid-Veluwe, het zuiden van de Achterhoek, het zuidoosten van de provincie Utrecht en andere plaatsen in Utrecht, Overijssel, Drenthe en Groningen. Voor Nederland komt dit verspreidingsgebied opvallend overeen met een kaart voor 'Godsdienstige verhoudingen in Nederland, 1849'.

De Zeeuwse g wordt ook wel onder de zachte g gerekend, maar dit is in feite een zwakke harde g, die in de buurt van een h komt.

Spanje[bewerken]

Ook in Spanje is er een uitspraakverschil in het Spaans in de g-klank tussen noord en zuid. In Noord-Spanje gebruikt men de Hollandse uitspraak, in Zuid-Spanje de Brabantse uitspraak, die overgaat in de Westvlaams-Zeeuwse h.

Sociale status[bewerken]

Nederland[bewerken]

De palatale uitspraak van de g komt in het Hollands dialect, waar de Nederlandse standaardtaal voor een groot deel op gebaseerd is, niet voor. Hierdoor is de harde g de ongemarkeerde variant, en de zachte g de gemarkeerde variant geworden. De zachte g werd echter volgens taalkundigen vroeger meer algemeen in het Nederlandse taalgebied gebruikt dan lang werd aangenomen en wordt gezien als volwaardig alternatief voor de Hollandse g.[1] Desondanks kiezen sommige Nederlanders die van huis uit een zachte g hebben, er nog steeds voor om de ongemarkeerde, harde g aan te leren.

Vlaanderen[bewerken]

Het niet uitspreken van een zachte g komt in Vlaanderen als 'gemaakt' en 'Hollands' over. Een uitzondering hierop zijn sommige West-Vlamingen, die door invloeden van het dialect moeilijkheden hebben om een zachte g uit te spreken. De g van enkele personen klinkt dan ook vrij 'hard'. Een bekend voorbeeld is Johan Vande Lanotte en Herman Brusselmans.

Alternatieve interpretatie[bewerken]

Verwarrend genoeg wordt met de aanduidingen zachte g en harde g ook weleens een ander verschil bedoeld: met de term zachte g wordt dan de stemhebbende [ʝ]? of [ɣ]? aangeduid, en met harde g de stemloze [ç]? of [x]?. Omdat het verschil tussen stemhebbend en stemloos nauwelijks meer wordt gemaakt in Holland en andere gebieden waar de velaire uitspraak gemeengoed is, maar nog wel in de gebieden waar palatale klanken worden gemaakt, is het gebied waar een 'zachte g' wordt gemaakt in deze interpretatie nog nagenoeg hetzelfde. Alleen komt volgens deze opvatting in heel het Nederlandse taalgebied een harde g voor.