Zandvoorde (Oostende)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Zandvoorde
Deelgemeente in België Vlag van België
Zandvoorde (België)
Zandvoorde
Situering
Gewest Vlag Vlaams Gewest Vlaanderen
Provincie Vlag West-Vlaanderen West-Vlaanderen
Gemeente Vlag Oostende Oostende
Fusie 1971
Coördinaten 51° 12′ NB, 2° 59′ OL
Algemeen
Inwoners 3442 (2020)
Overig
Postcode 8400
NIS-code 35013(C)
Oude NIS-code 35026
Detailkaart
Kaart van Zandvoorde
Locatie binnen het grondgebied Oostende
Portaal  Portaalicoon   België

Zandvoorde is een dorp in de Belgische provincie West-Vlaanderen. Het was een zelfstandige gemeente tot het op 1 januari 1971 fuseerde met Oostende. Het dorp ligt in De Polders ruim drie kilometer ten zuidoosten van het Oostendse stadscentrum.

Etymologie[bewerken | brontekst bewerken]

De naam Zandvoorde is samengesteld uit oude termen “sand” en “furdu” wat betekent een zanderige, doorwaadbare plaats, een voorde. In de middeleeuwen waren er nog weinig spellingsregels, daarom komen in oude documenten allerlei schrijfwijzen van de plaatsnaam voor:

  • 1249: Zantvorde
  • 1250: Zandvorde
  • 1271: Santforda
  • 1275: Zantvorde
  • 1283: Santforde
  • 1295: Zandtvoorde
  • 1300: Zandvorde
  • 1335: Zandvoorde

Naast het polderdorp Zandvoorde bestaat er nog een tweede Zandvoorde in West-Vlaanderen, dan evenwel als deelgemeente van Zonnebeke. Tevens valt het gehucht Plassendale, dat deels in Zandvoorde en Oudenburg ligt, niet te verwarren met Passendale, ook een deelgemeente van de Zonnebeke.

Geschiedenis[bewerken | brontekst bewerken]

Middeleeuwen[bewerken | brontekst bewerken]

In de Romeinse tijd zag de Vlaamse kustlijn er totaal anders uit. De streek van Oostende en Zandvoorde was overstroomd, maar in de loop van de middeleeuwen kwamen door verzanding kreekruggen droog te liggen. Op een van die ruggen is in de achtste eeuw Zandvoorde ontstaan. De hoger gelegen zandrug bood midden in het drassige schorgebied een veilige plaats om te wonen.[1] De eerste schriftelijke vermelding is van 1102, als Santvoort. In 1184 was er sprake van een kapel, die bediend werd door de monniken van de Sint-Pietersabdij te Oudenburg. In 1249 werd de kapel verheven tot parochiekerk, waarbij het patronaatsrecht aan de Oudenburgse abdij bleef.

Vroegmoderne Tijd[bewerken | brontekst bewerken]

In 1584 werden bij Oostende de duinen doorgestoken door het calvinistische bewind, teneinde de Spaansgezinden tegen te houden. Enige dijken werden aangelegd, maar pas omstreeks 1700 kwam de Nieuwe Zandvoordepolder definitief droog te staan, terwijl vanaf 1803 ook de Keignaertpolder ontstond. Een overblijfsel van de inundaties vormt het Oostends Krekengebied, tegenwoordig een natuurgebied.

Moderne Tijd[bewerken | brontekst bewerken]

Industriële revolutie[bewerken | brontekst bewerken]

In de 19e eeuw was Zandvoorde vooral een landbouwdorp. Daarnaast waren er steenbakkerijen. Eind 19e eeuw en begin 20e eeuw kwam er industrie tussen de spoorlijn en het Kanaal Brugge-Oostende. Enkele voorbeelden hiervan zijn de Société Ostendaise Lumière et Force Motrice (S.O.L.F); Société Semet Solvay et Piette en de Steenbakkerij Ste. Marie & St. Antoine. Hier speelde de nabijheid van de stad Oostende een rol.[2]

Demografische ontwikkeling[bewerken | brontekst bewerken]

Alle historische gegevens hebben betrekking op de (deel)gemeente Zandvoorde, ook na de gemeentelijke fusie van 1971.

Bronnen: Heemkring Santforde; Project Belgische Historische Tellingen (KU Leuven)

Parochie[bewerken | brontekst bewerken]

Situering[bewerken | brontekst bewerken]

Onze-Lieve-Vrouwkerk Zandvoorde

Reeds in 1331 behoort Zandvoorde tot de dekenij Oudenburg en noch in 1559, bij de stichting van het bisdom Brugge, noch in 1801, bij de heropriching van het bisdom Gent verandert dat. In 1802 echter wordt het dekenij Gistel. Dat blijft ook zo in het nieuwe bisdom Brugge (1834). In 1971 echter wordt het dekenij Oostende en tot op heden (2021) is dat zo gebleven.[3]

Maria-Ten-Hemel-Opgenomenkerk[bewerken | brontekst bewerken]

De eerste kerk werd waarschijnlijk tijdens de tweede helft van de dertiende eeuw gebouwd. In 1584 werd ze door de geuzen grondig verwoest, en kon pas in 1630-1639 hersteld worden. Op 6 juli 1659 plunderden de soldaten van de Prins van Condé de kerk. In 1665 kon de bisschop het nieuwe altaar wijden, maar de kerk bleef een hele tijd in povere toestand. In de nacht van 6 op 7 december 1868 viel de torenspits van de kerk om na een hevige storm. In 1895 werd een nieuwe toren gebouwd en in 1908 werden uitbreidingswerken uitgevoerd. De inwijding van voornoemde werkzaamheden vond plaats op 29 september 1913 door Mgr. Waffelaert, bisschop van Brugge. Op 27 juni 1917 kwam het bevel dat de kerk zou ingericht worden als hospitaal voor gekwetste Duitse soldaten. Er werd toen mis gelezen in de sacristie, de pastorie, in open lucht, in een herberg en ook nog in een schuur. Dat bleef zo tot 1 december 1917. Van af dan konden de diensten weer normaal doorgaan in de kerk. In 1994 werd het gebouw grondig gerestaureerd. De parochiekerk is momenteel nog in gebruik voor de rooms-katholieke eredienst, maar wordt de afgelopen jaren ook meer gebruikt voor (culturele) activiteiten.

De kerk bewaart ook heel wat religieus erfgoed: zo is er onder meer de eikenhouten communiebank van 1720; in het koor zijn er glasramen uit het eerste kwart van de 20ste eeuw naar ontwerp van het huis Peene-Delodder (Brugge); en ook het orgel van 1854 naar ontwerp van F. Ureel (Krombeke).[4][5][6]

Pastoors[bewerken | brontekst bewerken]

Bisdom Brugge (1559-1801)[bewerken | brontekst bewerken]

Mandaat Naam levensloop Varia
... - 18 juni 1568 Joannes Maes
18 juni 1568 - 30 juni 1573 Joannes Heyns
30 juli 1573 - ... Georgius Hannuyt
7 februari 1640 - ... Arnoldus Grandsire
25 november 1691 - ... Ignatius Cardinael
8 januari 1788 - 19 april 1789 Paulus De Brauwere Nieuwpoort, 29 maart 1735 - Brugge, 22 mei 1803
14 maart 1789 - 23 juli 1796 Placidius Camerlynck Reningelst, 31 augustus 1750 - Brugge, 20 september 1810
12 november 1796 - 16 oktober 1797 Paulus De Brauwere Nieuwpoort, 29 maart 1735 - Brugge, 22 mei 1803
1797 - 1804 Fernandinus Terlinck Veurne, 17 april 1765 - Middelburg (België), 11 maart 1817 In 1798, toen Femandus Justus Terlinck hier pastoor was, werd door de Fransen het mislezen verboden tot Pinksteren 1802. De pastoor celebreerde dan toch de mis op gevaar voor straffen en afranselingen, op de voute van de hoeve Melis in de Grintweg. Het is daar dat hij op 19 november 1798 werd aangehouden omdat hij niet wilde gehoorzamen aan de 'eed van haat'. Op 21 februari 1800 kwam hij terug, na verbannen te zijn geweest op het eiland Oléron aan de westkust van Frankrijk.

Bisdom Gent (1801-1834)[bewerken | brontekst bewerken]

Mandaat Naam levensloop
1806 - 1811 Josephus Denecker Tielt, 4 augustus 1760 - 23 maart 1812
1811 - 1823 Franciscus Robbe Oostnieuwkerke, 25 oktober 1745 - Bellegem, 30 september 1826
5 december 1823 - 9 mei 1854 Joannes Van Andorpe Hooglede, 20 februari 1787 - Zandvoorde, 9 mei 1854

Bisdom Brugge (1834-heden)[bewerken | brontekst bewerken]

Mandaat Naam Afbeelding levensloop Varia
5 december 1823 - 9 mei 1854 Joannes Van Andorpe Hooglede, 20 februari 1787 - Zandvoorde, 9 mei 1854
18 mei 1854 - 21 februari 1870 Antonius Manhaeve Ingelmunster, 28 augustus 1796 - Zandvoorde, 21 februari 1870 Pastoor Manhaeve liet een plan opmaken voor het bouwen van een nieuwe toren en het vergroten van het kerkgebouw. Het plan was op 1 september 1866 klaar. Volgens dit plan van de heer Buyck zou de nieuwe toren links van de voorgevel worden gebouwd. Het plan werd echter nooit uitgevoerd, wegens gebrek aan de nodige financiële middelen.
1 mei 1870 - 27 januari 1888 Karel De Jaegher Oostrozebeke, 4 augustus 1819 - Brugge, 29 juli 1893
6 februari 1888 - 18 augustus 1892 Henricus Boedts Alveringem, 30 maart 1838 - Marialoop, 11 april 1907 oktober 1864: surveillant college, Poperinge.
18 augustus 1892 - 28 juli 1899 Pieter Pieters Nieuwkapelle, 2 oktober 1849 - Ardooie, 21 juli 1938
28 juli 1899 - 23 januari 1903 Isedore Vandermersch Moorsele, 6 september 1845 - Brugge, 1 november 1903
28 januari 1903 - 24 februari 1908 Julius Vynckier Wakken, 17 januari 1855 - Emelgem, 22 februari 1941
24 februari 1908 - 25 oktober 1912 Achille Delputte Zwevegem, 10 november 1855 - Sint-Eloois-Winkel, 22 maart 1916
25 oktober 1912 - 13 april 1937 Aloysius Dalle Pittem, 24 april 1862 - Zevekote, 23 april 1941
16 april 1937 - 13 februari 1941 Valeer Pil Zonnebeke, 4 december 1885 - Ieper, 8 december 1975 Hij was de zoon van Emiel-Gustaaf Pil, hoofdonderwijzer en secretaris, en van Romanie Van den Bulcke. Priester gewijd op 18 december 1909 te Brugge. Leraar aan het college te Veurne van 1910 tot 1914. Op 20 oktober 1915 werd hij aalmoezenier van de Vlaamse vluchtelingen te Tours. Vanaf september 1919 diensdoend pastoor op de Sint-Jozefsparochie te Hooglede. Hulppriester te Hertsberge in november 1919. Daarna onderpastoor te Kortemark van 1920 tot 1937. Van 1937 tot 1941 pastoor te Zandvoorde (Oostende). Van 1941 tot 1 augustus 1960 werd hij pastoor te Wevelgem. Vanaf augustus 1960 maakte hij zich verdienstelijk als rustend priester in het Godshuis "de Belle" te Ieper.
14 februari 1941 - 28 juli 1948 Prosper Bouciqué Merkem, 31 maart 1891 - Merkem, 4 juni 1956 Brancardier aan het IJzerfront (1914) en leraar St. Vincentiuscollege Ieper (15 juni 1920).
28 juli 1948 - 19 september 1952 Joris Moenaert Gistel, 10 juni 1898 - Oostende, 7 september 1978 18 september 1924: subregent aan het college van Nieuwpoort en leraar aan het VTI van Kortrijk (14 september 1929).
19 september 1952 - 22 juli 1959 Gerard Maeyens Tielt, 17 februari 1902 - Ieper, 12 januari 1971
30 juli 1959 - 8 oktober 1979 Tryphon Huyghebaert Roeselare, 27 augustus 1908 - Oostende, 8 oktober 1979 23 augustus 1934: leraar aan het college te Menen.
19 november 1979 - 13 juni 2012 Wielfried Ryckebusch Ruddervoorde, 23 april 1928 - Oostende, 23 januari 2014 Leraar aan het Vrij Technisch Instituut te Oostende (1953-1964). Sedert 6 oktober 2003 pastoor bij de parochiefederatie Oostende Kana.
14 juni 2012 - 31 december 2018 Luc Vantyghem
1 januari 2018 - 30 november 2020 Luc De Graeve
1 december 2020 - ... Bart Bonné

Natuur en landschap[bewerken | brontekst bewerken]

Zandvoorde ligt op een wat hogere rug in het West-Vlaams poldergebied, dat hier vorm gekregen heeft door de inundaties voorafgaand aan het Beleg van Oostende. Zo ontstond het Oostends Krekengebied. Het natuurgebied omvat, naast de kreken, ook diverse polderreservaten:

De Keignaert[bewerken | brontekst bewerken]

In Zandvoorde ligt natuurgebied De Keignaert, dat slechts kan bezocht worden met toestemming van Natuurpunt vzw. De Keignaertkreek maakt deel uit van het Oostends Krekengebied dat is ontstaan tijdens het Beleg van Oostende (1601 - 1604). De belegerden groeven een bres door de duinen om zich achter het binnengestroomde water tegen aanvallende troepen te beschermen.

De Zwaanhoek[bewerken | brontekst bewerken]

De Zwaanhoek is een poldergebied op het grondgebied van Oostende en Oudenburg van ongeveer 200 hectare, waarvan 150 hectare natuurgebied is. Vroeger werd er in dit gebied veen en turf uit de grond gehaald, waardoor er nu een gevarieerd landschap is ontstaan met weilanden, sloten, moerassen en akkers.

Tijdens de volle middeleeuwen kennen bewoning in en ontginning van het landschap een versnellingsmoment, waarbij verschillende nederzettingen werden ingeplant. Een goed gekend voorbeeld van een dergelijke nederzetting is de vindplaatsencomplex Zegersdijk, een verdwenen middeleeuws gehucht in de Zwaanhoek. Ter hoogte van dit toponiem werden meerdere vindplaatsen uit de 10e-12e eeuw aangetroffen, evenals vervaagde infrastructuur (wegen en dijken).

Het laaggelegen poldergebied bestaat uit een dunne kleilaag op een ondergrond van turf. Dankzij de aanwezigheid van zilte en brakke ‘waterbellen’ onder de zoetwaterlaag, ‘kwellen’ genoemd, zijn er unieke plantensoorten te bewonderen. In de lente kan men er diverse soorten orchideeën bewonderen. Het natuurgebied is niet alleen van groot belang voor planten, maar ook voor allerlei weide- en moerasvogels. Zowel in de zomer als tijdens de trekperiodes en de winter zijn er heel wat vogelsoorten aanwezig zoals kleine rietganzen, kolganzen, grutto, kluut, kievit, tureluur en scholekster. Verder vindt men in de Zwaanhoek ook groene en bruine kikkers en kleine watersalamanders in de sloten. Het natuurgebied zelf is alleen toegankelijk onder begeleiding van een gids.

Voor iedereen toegankelijk is uitkijktoren ‘het Rietnest’ langs het kanaal Plassendale-Nieuwpoort. De toren symboliseert het nest van de karekiet. Wat verderop staat een vogelkijkwand. Infopanelen helpen de beginnende vogelspotter de vogelsoorten te herkennen.

Het Geuzenbos (stadsrandbos)[bewerken | brontekst bewerken]

In de winter van 1995 werd het allereerste perceel van het Oostendse stadsrandbos aangeplant. Sindsdien kwam er elk jaar een aantal hectare bij en zo krijgt het Geuzenbos stilaan gestalte. Ondertussen werd 90 hectare bos aangeplant, en de ambitie is dat het bos 120 hectare groot wordt. De oudste aanplantingen zijn 25 jaar oud, waardoor er ondertussen een echt bosklimaat heerst. Men vindt er rode eekhoorns en heel wat broedvogels zoals buizerd en sperwer. Het Stadsrandbos vormt een buffer tussen de woon- en industriezones en het achterliggende krekengebied.

Het bos kreeg de naam Geuzenbos omdat het in het gebied ligt dat ooit door de Oostendse geuzen onder water werd gezet als deel van hun strijdplan tegen de Spaanse veroveraar.

Het fiets- en wandelpad dat door het stadsrandbos naar Zandvoorde loopt heet Noriyuki Inouepad. Inoue is de CEO van Daikin Industries, een bedrijf dat vooral bekend is van zijn aircosystemen en dat sinds 1972 zijn Europees hoofdkantoor in Oostende heeft. Net als de Japanse tuin Shin Kai Tei is het Inouepad een uiting van de band tussen Oostende en Japan, die belichaamd wordt door het bedrijf Daikin. Het pad loopt langs de plek waar in de middeleeuwen het Quaet Kasteel (of de Duvelstorre) stond. Het Noriyuki Inouepad is een onderdeel van het Groen Lint.[7]

Verenigingen[bewerken | brontekst bewerken]

Sport[bewerken | brontekst bewerken]

Evenementen[bewerken | brontekst bewerken]

  • Zandrock Festival is een gratis tweedaags zomerfestival dat plaatsvindt in het laatste weekend van augustus. Zandrock Festival werd voor het eerst georganiseerd in 2008 en ging ook door in 2009, 2010, 2011, 2012, 2014, 2016 en 2018. In 2020 vindt de achtste editie plaats.
  • De driedaagse wordt naar jaarlijkse gewoonte op zondag afgesloten met 'Zandvoorde Feest', gericht op een volwassen en ouder publiek.
  • Ook jaarlijks wordt door de KSA Zandvoorde de Zwanefeesten georganiseerd. Deze driedaagse wijkfeesten gaan door van vrijdag tot zondag, telkens het eerste weekend van augustus. In 2019 vond de 58ste editie plaats.

Politiek[bewerken | brontekst bewerken]

Burgemeesters[bewerken | brontekst bewerken]

Zandvoorde had een eigen gemeentebestuur en burgemeester tot de fusie van 1971. Voor die gemeentelijke fusie van 1971, waarbij het grondgebied van Zandvoorde bij Oostende werd gevoegd, was de postcode van de gemeente '8232' in plaats van '8400'. Burgemeesters waren:

Politieke partij Mandaat Naam Afbeelding Schepenen
1800 - 1803 Jean-François Matthys
1803 - 1807 Joseph Cooreman
1809 - 1819 Jean-François Matthys
1819 - 1825 Ignatius Van Remoortele
1825 - 1849 Carolus Zwaenepoel M. Vercruyce

P. Danneel

1849-1856 Josephus Cooreman Josephus Vercruyce

Jean Cobbaert

1858 - 1893 Josephus Vercruyce Jean Cobbaert

Vanaf 1870: C. Van Damme J. Vlamynck

1894 - 1901 Carolus Van Damme
1901 - 1937 Carolus Zwaenepoel M. Vercruyce

N. Spegelaere

1931 - 1941 August Degoe
1942 - 1942 Julien Zwaenepoel
1943 - 1944 René Lanckriet
1944 - 1946 August Degoe
1946 - 1958 Emeri Gevaert
1958 - 1965 Emiel Lefevere
1965 - 1970 Kamiel Paepe

Fusie (1971)[bewerken | brontekst bewerken]

Reeds in 1923 bericht de socialistische krant Vooruit dat de stad Oostende in verband met de uitbreiding van het havenverkeer en de vraag naar nijverheidsgronden onderhandelingen aanhing met de gemeenten Zandvoorde en Bredene "om de gronden links en rechts van de Brugschevaart, tot aan de cokefabriek" bij Oostende in te lijven. Zo zou ook Sas-Slijkens bij de Koningin der Badsteden gaan toebehoren. Deze poging mislukte echter. Toch zal de industrie een belangrijke rol blijven spelen in het fusieverhaal van de poldergemeente, want in 1971 fuseerde de gemeente Zandvoorde (samen met de gemeente Stene) om tot de Oostende toe te behoren.[8][9]

Het schepencollege te Oostende van 29 juli 1942 zette het licht op groen voor de oprichting van Groot-Oostende. Ze schoof talrijke argumenten naar voor. Ten eerste kon de stad niet meer uitbreiden. Er woonden 50.000 mensen in Oostende, terwijl de gemeente maar 12,5 km² groot was. Dit zorgde voor een bevolkingsdichtheid van 4.000 mensen per vierkante kilometer. In het zomerseizoen waren er 300.000 mensen in Oostende wat een onzinnige opeenhoping als gevolg had. Oostende wou haar brede lanen en parken behouden. Hierdoor bleef de helft van de oppervlakte onbebouwbaar. Om uit te breiden had de stad nieuwe grond nodig. Deze kon ze bekomen door de randgemeenten aan te hechten. De inlijving van Bredene, Zandvoorde en Stene zou ruimte creëren voor tuinwijken, sportterreinen en vakantieoorden. De inlijving van Middelkerke en Leffinge leken logisch ter afronding van het geheel. Bredene en Zandvoorde waren daarenboven nodig voor de nijverheid en uitbreiding van de haven. Oostende had zich tot nog toe enkel op toeristisch gebied ontwikkeld en dat was gevaarlijk. Getuige hiervan was de oorlog die een terugloop van het toerisme met zich mee bracht. Oostende schreef ook dat ze betere diensten had dan de randgemeenten zoals scholen, theaters en sportinfrastructuur. De andere gemeenten parasiteerden op deze diensten. De eenmaking van de diensten zou voordelen hebben tijdens het badseizoen. De creatie van één grote gemeente zou tevens een betere ravitaillering als gevolg hebben.

Zandvoorde had een "vertoog opgemaakt om te bewijzen dat deze gemeente niet aanzien kan worden als een parasitaire randgemeente van Oostende". Ze staafde haar vertoog door te stellen dat Zandvoorde een landbouwgemeente was en bijgevolg niet paste bij een stad, dat de gemeente op zeven kilometer afstand lag van Oostende en dat de verwezenlijking van Groot-Oostende financieel ten nadele was van Zandvoorde. Het schepencollege merkte op dat het bijwonen van onderwijs en culturele manifestaties in Oostende niet nadelig was voor de stad.[10]

Het koninklijk besluit van 29 juni 1970 besluit behelsde de integrale aanhechting van Stene en Zandvoorde, evenals de wijk Raversijde, bij Oostende. Daarenboven werden grenscorrecties uitgevoerd t.o.v. Leffinge, Snaaskerke, Oudenburg en Bredene. De gemeenten Oostende, Stene en Zandvoorde worden samengevoegd tot een nieuwe gemeente, genoemd Oostende. De nieuwe gemeente werd tevens gemachtigd de titel van een stad te dragen. Bovendien bepaalde ze dat de nieuwe gemeente Oostende "alle bezittingen, rechten, lasten en verplichtingen van de samengevoegde gemeenten (Stene + Zanvoorde) overnam. Zij nam die van de gemeenten Middelkerke (Raversijde), Leffinge, Snaaskerke en Bredene over wat de gedeelten van hun grondgebied betreft die onderscheidenlijk bij haar werden gevoegd.

De toenmalige Zandvoodse schepen August Devolder meende dat zijn bevolking aan de willekeur van Oostende zou onderworpen worden. Ze zouden 2/3 meer belastingen moeten betalen. De bevolking sprak zich bij een petitie met 90% van de stemmen uit tegen de aanhechting.[11]

Wijkraad (sedert 1971)[bewerken | brontekst bewerken]

De wijkraden zijn een tussenniveau in het plaatselijke democratische bestel. In de vroegere gemeenten (die van voor de fusies van 1971 en 1976), en vooral dan in kleine gemeenten zoals Zandvoorde en Stene, was de band tussen het gemeentebestuur en de bevolking altijd heel hecht. Met de schaalvergroting naar 'Groot-Oostende' vreesden velen dat dit nauwe contact verloren zou gaan. Vandaar dat de gemeenteraad op 25 juni 1971 besliste om wijkraden op te richten, aanvankelijk alleen voor de vroegere gemeenten Stene en Zandvoorde en voor de wat afgelegen wijken Vuurtoren, Mariakerke en Raversijde. Pas op 20 oktober 1978 besliste de gemeenteraad om ook voor het stadscentrum twee wijkraden op te richten.

In zijn vergadering van 24 februari 1995 besliste de gemeenteraad om de wijkraden en het wijkradenreglement grondig te hervormen. De belangrijkste nieuwe bepaling was dat voortaan iedereen de vergaderingen van zijn of haar wijkraad kon bijwonen en actief kon deelnemen aan de discussies en gesprekken. Voorheen waren de wijkraden gesloten vergaderingen van mensen die door de politieke partijen aangeduid werden. Vanaf 1995 kreeg de bevolking met andere woorden rechtstreeks inspraak.

Nabijgelegen kernen[bewerken | brontekst bewerken]

Oudenburg; Gistel; Stene (Oostende); Bredene

Varia[bewerken | brontekst bewerken]

Het dorp vormde in het academiejaar 2015-2016 het studiegebied van de masteropleiding stedenbouw en ruimtelijke planning van de Universiteit Antwerpen.