Zeeolifanten

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Zeeolifanten
Zuidelijke zeeolifant (bul)
Zuidelijke zeeolifant (bul)
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Mammalia (Zoogdieren)
Orde: Carnivora (Roofdieren)
Familie: Phocidae (Zeehonden)
Geslacht
Mirounga
Gray, 1827
Typesoort
Phoca proboscidea Péron, 1816
(Phoca leonina Linnaeus, 1758)
Zeeolifanten op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Het geluid van zeeolifanten
Vista-kmixdocked.png
 

De zeeolifanten (Mirounga) zijn een geslacht van zeer grote zeehonden. De zeeolifanten behoren tot de grootste levende zeeroofdieren, en in zekere zin ook de grootste leden van de orde der roofdieren (Carnivora). Zeeolifanten danken hun naam aan hun grootte en de slurfachtige neus van de mannetjes.

Kenmerken[bewerken]

Volwassen mannetjes ("bullen") kunnen wel drie tot zeven keer zo groot worden als de vrouwtjes, met een lengte van zes meter lang en meer dan 3000 kilogram wegen. De vrouwtjes kunnen 3 meter groot en 649 kg zwaar worden. De neus van volwassen mannetjes is sterk uitgegroeid tot een slurf, die over de bek heen hangt. Zij kunnen hiermee brulgeluiden produceren, vooral bij competitie om vrouwtjes. Mannetjes hebben meerdere vrouwtjes, waarbij een succesvol mannetje wel 50 vrouwtjes per seizoen kan bevruchten. Zeeolifanten zijn goede duikers. Duikrecords onder zeehonden staan op de naam van zeeolifanten. Eén zuidelijke zeeolifant is wel eens twee uur lang onder water gebleven, van een noordelijke zeeolifant is bekend dat hij ongeveer anderhalve kilometer diep dook. Een vrouwtje kan gemiddeld 20 minuten, een mannetje wel een uur onder water blijven. Ze zijn door hun dikke vetlaag goed beschermd tegen koud water.

Voortbeweging[bewerken]

Zeeolifanten hebben net als andere zeehonden ge-atrofieerde achterpoten die samen de staart en staartvin vormen. Elk van deze ‘voeten’ heeft 5 lange zwemvliezen waarmee ze druk op het water uitoefenen tijdens het zwemmen. De borstvinnen worden daarbij nauwelijks gebruikt. Hoewel hun vinvormige achterpoten niet geschikt zijn om te lopen, gebruiken de dieren deze toch om hun lichamen voort te stuwen, ongeveer zoals een rups dat ook doet. Hierdoor zijn ze in staat korte afstanden relatief snel af te leggen, bijvoorbeeld om naar het water terug te keren, achter een vrouwtje aan te gaan of om een indringer te verjagen.

Soorten[bewerken]

Er zijn twee soorten, de noordelijke zeeolifant (Mirounga angustirostris), die voorkomt langs de westkust van Noord-Amerika, en de zuidelijke zeeolifant (Mirounga leonina), die voorkomt in de gematigde en subantarctische wateren van de Zuidelijke Oceaan.

Voortplanting[bewerken]

In de voortplantingstijd verzamelt een sterke bul een harem van ongeveer 20 vrouwtjes. Om deze harem en een stuk strand te kunnen veroveren, moet hij met andere mannetjes vechten. Deze gevechten zijn zeer agressief en kunnen diepe littekens veroorzaken. Soms eindigen ze zelfs in de dood. Jongere mannetjes zijn meestal niet sterk genoeg om een harem te veroveren, en over het algemeen zal slechts één op de tien bullen ooit de kans krijgen om te paren. De paring vindt plaats op het strand. Hierbij maakt de bul gebruik van zijn lichaamsgewicht: vrouwtjes die niet bereid zijn om te paren, (bijvoorbeeld omdat ze al drachtig zijn of al een jong hebben), worden met het volle gewicht naar beneden gedrukt, waarna de bul probeert te paren. Vrouwtjes die te veel tegenstribbelen worden zeer hard gebeten. Jongen raken op deze manier meestal hun moeder kwijt. Ook komt het regelmatig voor dat jongen (per ongeluk) doodgedrukt worden door de bullen.

Bedreiging[bewerken]

In de negentiende eeuw zijn beide soorten zwaar bejaagd voor hun dikke vetlaag. Vooral de noordelijke soort had het zwaar te verduren, en stond op de rand van uitsterven. Aan het einde van de negentiende eeuw waren er waarschijnlijk niet meer dan 20 dieren. Tegenwoordig komen beide soorten weer in grote aantallen voor. Het aantal noordelijke zeeolifanten is in een eeuw gestegen van nog geen twintig naar rond de 125.000 in 1992.