Abraham van Karnebeek
| Abraham van Karnebeek | ||||
![]() |
||||
| Jhr. mr. A.P.C. van Karnebeek | ||||
| Naam | Abraham Pieter Cornelis van Karnebeek | |||
| Geboren | Amsterdam 14 september 1836 | |||
| Overleden | Den Haag 9 oktober 1925 | |||
|
||||
Abraham Pieter Cornelis van Karnebeek (Amsterdam 14 september 1836 – Den Haag 9 oktober 1925) was een Nederlandse jonkheer en conservatief-liberaal politicus. Hij werd na een diplomatieke en ambtelijke loopbaan Commissaris des Konings in Zeeland en later minister van Buitenlandse Zaken. Vanaf 1890 was hij actief Tweede Kamerlid voor het district Rotterdam en later voor Utrecht. Hij stemde als één van de weinige liberalen tegen de Leerplichtwet.
Hij was de schoonzoon van J.J. Rochussen, de neef van J.P.P. van Zuylen van Nijevelt en de vader van H.A. van Karnebeek, die alle drie, net als hij Minister van Staat waren.
Van Karnebeek was voorzitter van de in 1904 opgerichte Carnegie Stichting, en speelde een belangrijke rol bij de oprichting van het Vredespaleis. De Van Karnebeek bron is naar hem genoemd.
Bronnen, noten en/of referenties
|
| Voorganger: W. Six |
Commissaris des Konings van Zeeland 1879-1884 |
Opvolger: W.M. de Brauw |
| Voorganger: M.W. du Tour van Bellinchave |
minister van Buitenlandse Zaken 1885-1888 |
Opvolger: C. Hartsen |
