Anna van Oldenburg

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Anna van Oldenburg

Anna van Oldenburg (Oldenburg, 14 november 1501 - Emden, 24 september 1575) was een dochter van Johan V van Oldenburg en van Anna van Anhalt-Zerbst. Zij huwde met Enno II van Oost-Friesland. Na zijn vroege dood in 1540 nam zij het regentschap waar voor haar minderjarige zoons Edzard, Christoffel en Johan. Dit regentschap zou duren tot 1561. Zij kreeg daarbij de steun van de standen. Zelf gereformeerd, liet zij alle godsdienstige gezindten toe in het graafschap en het is slechts op vraag van de keizer dat zij in 1549 de wederdopers het grondgebied ontzegt. Anna hervormde verder de rechtspraak van Oost-Friesland in 1545. In 1556 laaide nog even het conflict met Harlingerland op, maar Anna bracht de zaak voor het rijkskamergerecht en won het geding. in 1558 schafte zij de primogenituur af in Oost-Friesland, waardoor haar drie zonen opvolginsgrecht kregen. Vermoedelijk gebeurde dit om de invloed van het Huis Wasa in te perken. Catharina, de echtgenote van haar oudste zoon Edzard was immers een dochter van Gustaaf Wasa. Deze beslissing leidde tot een feitelijke tweedeling van het graafschap, temeer omdat Edzard luthers was, en zijn broer Johan en Anna zelf aanhangers waren van het calvinisme.

Kinderen[bewerken]