Antoni Tàpies
Antoni Tàpies i Puig, markies van Tàpies (Catalaanse uitspraak [ənˈtɔni ˈtapiəs]) (Barcelona, 13 december 1923 – aldaar, 6 februari 2012[1]) was een Catalaans kunstenaar die zich vanaf 1943 aan het schilderen wijdde.
In de moeilijke omstandigheden van het franquistische Spanje met zijn strenge censuur, richtte hij in 1948 samen met Joan Brossa i Cuervo, Joan Ponç, Joan-Josep Tharrats, Modest Cuixart, Arnau Puig het avantgardistische tijdschrift Dau al set op. In 1966 was hij een van de protagonisten van de Caputxinada, een studentenactie voor meer academische vrijheid en kwam daardoor op de lijst van voor het regime verdachte personen.[2]
Vanaf 1950 verbleef hij vaak in Parijs. Tàpies begon als surrealistisch kunstenaar en onderging invloed van Paul Klee en Joan Miró, maar boog al gauw af naar een abstract-expressionistisch schilderen, eerst in de 'Arte Povera'-richting, daarna met een spontaan handschrift in verf en veel symbooltaal; het Oosterse denken had daarbij invloed (kalligrafie). Zijn schilderkunst stond voor hem in het teken van het bewustmaken, zowel geestelijk als maatschappelijk.
Prijzen en onderscheidingen [bewerken]
- 1983: Medalla d'Or de la Generalitat de Catalunya, de hoogste Catalaanse onderscheiding.
Twee van zijn werken werden met de Serra d'Or-kritiekprijs voor literatuur en essay bekroond:
- 1975 L'art contra l'estètica
- 1978 Memòria personal. (mémoires)
Bronnen, noten en/of referenties
|
| Zie de categorie Antoni Tàpies van Wikimedia Commons voor meer mediabestanden. |