Austin Allegro

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Austin Allegro Mk III 4-deurs (1982)
Austin Allegro Mk II 2-deurs (1979)
Austin Allegro Mk III kombi (1981)

De Allegro was een model van het Engelse automerk Austin, dat toen onderdeel was van British Leyland. De Allegro was van 1973 tot 1983 in productie, en dezelfde auto werd in Italië tussen 1974 en 1975 door Innocenti op de markt gebracht als Innocenti Regent.

In totaal werden ruim 640.000 Allegro's gebouwd, maar de auto wordt in het Europese verkeer nauwelijks meer aangetroffen. In Nieuw-Zeeland daarentegen wordt de Allegro nog dikwijls als dagelijks vervoermiddel gebruikt.

De Allegro werd op de markt gebracht als opvolger van de populaire Austin 1100 en 1300. Waar echter het ontwerp van de 1100/1300 van dat model een groot succes had gemaakt, waren vriend en vijand het er over eens dat het ontwerp van de Allegro niet echt een succes zou worden. Het belangrijkste probleem was dat in Europa de hatchback carrosserievariant in opkomst was met de Volkswagen Golf en Opel Kadett, terwijl de Allegro een sedan-achtige achterklep had. De marketingafdeling van BL had besloten dat alleen de Austin Maxi als hatchback leverbaar zou worden, wat de Maxi een uniek verkoopargument zou geven.

De Allegro werd via de voorwielen aangedreven, en stond op de vernieuwde Hydragas gasbolvering. Deze gasvering maakte het mogelijk de vering van voor- en achterzijde van de auto met elkaar te verbinden, hetgeen betere rijeigenschappen opleverde. Het Hydragas-systeem werd ontwikkeld door Alec Issigonis (samen met Alex Moulton van Moulton Design Ltd) hij had dit systeem willen toepassen in de Mini). BL had dit systeem toegepast als een vereenvoudigde versie van Citroëns hydropneumatische vering. Een andere noviteit was (in de vroege modellen) het stuurwiel, dat vierkant was met afgeronde hoeken. Dit nieuwe stuurwiel werd als verkoopargument gebruikt, maar oogstte weinig succes. Latere Allegromodellen zijn dan ook uitgerust met een conventioneel, rond stuur. Het zwakke punt van de Allegro waren de fusees en de aandrijfassen. Indien deze specifieke onderdelen niet volgens de specificaties werden onderhouden of vastgezet dan resulteerde dat in versnelde slijtage van betreffende onderdelen. Bijvoorbeeld het te strak aanhalen van de naafmoer zorgde ervoor dat de splines van de aandrijfas (waarover de remschijf met naaf geschoven wordt) in axiale richting snel versleten.

Na twee modelwijzigingen - in 1975 en 1980 - werd de Allegro in 1983 opgevolgd door de Austin Maestro.