British Leyland

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De Leyland-badge die in de jaren vijftig en zestig talloze Leyland-bussen, ook in Nederland, sierde
Ook de Leyland-wieldop was in die jaren karakteristiek voor de Leyland-bussen
Een Leyland truck uit 1928
Leyland/Verheul Worldmaster museumbus 27, bouwjaar 1957, in Utrecht (stad)
Leyland T45 Cruiser uit 1985

Leyland Motors was een Britse auto-, vrachtwagen- en busconstructeur. In 1968 fuseerde het bedrijf met British Motor Holdings tot British Leyland Motor Corporation. In 1975 werd dat bedrijf genationaliseerd en British Leyland genaamd, of kortweg BL.

Geschiedenis[bewerken]

In 1896 richtten de families Sumner en Spurrier Lancashire Steam Motor Company op in Leyland (VK). In 1907 nam dat bedrijf Coulthards of Preston over. De combinatie werd daarna omgedoopt tot Leyland Motors.

Leyland Motors werd drie generaties lang geleid door de Spurriers totdat Sir Henry Spurrier rond 1960 stierf aan een hersentumor. Onder de Spurriers kende het bedrijf een uitstekende relatie met de vakbonden en werd er nooit meer dan een dag productie verloren door stakingen.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog groeide Leyland Motors snel. Er werden zo'n 6000 voertuigen geproduceerd voor het leger. Na de oorlog werd een hele reeks bedrijfsvoertuigen ontwikkeld die wereldwijd geëxporteerd werden.

Net als de meeste andere constructeurs was Leyland Motors ook betrokken bij de bouw van materieel dat werd ingezet voor de oorlogvoering in de Tweede Wereldoorlog. Het bedrijf maakte veel vrachtwagens, waaronder de Leyland Retriever, en bouwde vanaf 1943 ook Cromwell tanks.

Na deze oorlog bleef Leyland Centurion tanks bouwen. Tevens vonden toen vele overnames plaats. Een overzicht:

British Leyland Motor Corporation[bewerken]

In 1968 fuseerde Leyland Motors met British Motor Holdings. Dat bedrijf omvatte onder meer Daimler, Austin en Morris Commercial. De gecombineerde bedrijven opereerden verder als British Leyland Motor Corporation. De combinatie verenigde de bekendste Britse constructeurs van vrachtwagens en bussen. Daar waren bedrijfsonderdelen inbegrepen die bouwmateriaal, koelkasten en metaal produceerden. Bij de nieuwe onderneming werkten circa 200.000 mensen. Zij bezette de tweede plaats op de ranglijst van Europese automobielfabrikanten. In totaal telde de groep bijna 100 verschillende bedrijven en iets minder dan 40 productielocaties.

British Leyland[bewerken]

De groep was zo groot dat het moeilijk was om ze goed te leiden. Er was ook concurrentie tussen de verschillende onderdelen van de groep, die voordien concurrenten waren, omdat ze hetzelfde product maakten. Ook nog vanwege problemen met de vakbonden brachten al deze zaken het bedrijf aan de financiële afgrond.

In december 1974 ging de groep failliet waarna ze in 1975 genationaliseerd werd door de Britse overheid. De naam werd veranderd in British Leyland en de groep werd opgesplitst in 4 divisies. British Leylands vrachtwagen- en busdivisies werden ondergebracht in Leyland Truck & Bus. In 1981 werd Leyland Truck & Bus opgesplitst in Leyland Trucks en Leyland Bus.

De naam British Leyland verdween later in 1982.

Nageschiedenis[bewerken]

Leyland Olympian dubbeldekker bus van SBS Transit in Singapore. Het model was het laatste dat met het embleem Leyland werd gebouwd.

Leyland Bus werd verkocht aan haar management en in 1988 opgekocht door Volvo Bus. Deze zette een groot gedeelte van het programma van Leyland Bus stop.

Leyland Trucks werd ondergebracht bij Rover Group en fuseerde in 1987 met het Nederlandse DAF. De vrachtwagens werden in het Verenigd Koninkrijk en Ierland als Leyland DAF verkocht en daarbuiten als DAF. Na het faillissement van DAF in 1993 werd het onderdeel aan het management verkocht en terug Leyland Trucks genoemd. De bestelwagendivisie werd LDV. In 1998 werd Leyland Trucks overgenomen door het de Amerikaanse vrachtwagenbouwer Paccar. Momenteel worden in de Engelse fabriek zo'n 14.000 vrachtwagens per jaar gebouwd waarvan een derde in de EU wordt verkocht.

Leyland Motors had ook een afdeling in Australië, Leyland Australia. Daar werd de Morris Marina gebouwd met het Leyland-embleem, de P76 en de Austin Mini.

MG Rover Group, de directe erfgenaam van British Leyland, ging failliet in 2005.

Varia[bewerken]

Lijst van automerken die deel uitmaakten van British Leyland[bewerken]

Tijdlijn tot British Leyland[bewerken]

  • 1910: Daimler neemt BSA over
  • 1931: BSA neemt Lanchester over
  • 1938: Morris richt Wolseley en Riley op binnen de Nuffield Organisation
  • 1944: Standard neemt Triumph over en wordt Standard Triumph
  • 1946: Austin neemt Vanden Plas over
  • 1952: Nuffield Organisation en Austin fuseren tot British Motor Corporation (BMC)
  • 1960: Jaguar neemt Daimler e.a. auto-onderdelen over van BSA
  • 1961: Leyland Motors neemt Standard Triumph over
  • 1965: Rover neemt Alvis over
  • 1966: BMC fuseert met Jaguar tot British Motor Holdings (BMH)
  • 1967: Leyland Motors neemt Rover over
  • 1968: Leyland Motors fuseert met BMH tot British Leyland Motor Corporation (BLMC)
  • 1975: BLMC wordt genationaliseerd en wordt British Leyland (BL)

Tijdlijn na faillissement[bewerken]

  • 1978: Land Rover afgesplitst van Rover maar nog steeds onder BL
  • 1978: Triumph site in Speke gesloten
  • 1980: MG site in Abingdon gesloten
  • 1980: Triumph site in Canley gesloten
  • 1981: Rover-Triumph site in Solihull gesloten
  • 1981: Alvis verkocht aan United Scientific Holdings
  • 1982: BL wordt Austin Rover Group (ARG)
  • 1984: Stopzetting Morris
  • 1984: Jaguar/Daimler afgestoten; Gekocht door Ford Motor Company in 1989
  • 1986: ARG wordt Rover Group
  • 1986: Leyland Trucks (& Vans) verkocht aan DAF
  • 1986: Leyland Bus afgestoten
  • 1987: Stopzetting Austin
  • 1988: Privatisering Rover Group en verkoop aan British Aerospace (BA)
  • 1994: BA verkoopt Rover Group aan BMW
  • 2000: BMW verkoopt Land Rover aan Ford Motor Company
  • 2000: MG Rover Group wordt onafhankelijk
  • 2005: Faillissement MG Rover Group

Zie ook[bewerken]