BMX

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken
Een BMX-wedstrijd

BMX of fietscross is een extreme sport en is een Olympische sport sinds de Spelen van Peking in 2008. Het woord BMX staat voor Bicycle Motocross (de X staat dus voor cross).

BMX ontstond eind jaren zestig aan de westkust van de Verenigde Staten. Het heeft zijn roots in motorcross, waar men met een motorfiets over zanderige en heuvelige terreinen reed. Fietscross, zoals de sport in Nederland genoemd wordt, is als georganiseerde sport ontstaan in het begin van de jaren tachtig. De sport heeft tot midden jaren tachtig een enorme groei doorgemaakt. Hierdoor waren er wereldwijd diverse BMX-teams actief, zoals Hutch, Redline en Mongoose.

BMX-racen kent een aantal afsplitsingen. Freestyle, Flatland, Dirt en Street zijn hier voorbeelden van. Deze afsplitsingen zijn echter creatieve individuele sporten zodat een puntensysteem niet haalbaar is; men kan niet uniform jureren.

Tegenwoordig bestaat de sport uit zes disciplines met drie verschillende typen fietsen. De zes disciplines vallen als volgt uiteen; BMX Race en BMX Freestyle. Freestyle heeft nog een 5 tal afspiltsingen: Dirt, Street, Park, Vert en flatland.

  • Cross op heuvelig terrein of "trials, ook wel dirt genoemd"

op snelheid, bij iedere bult een sprong met bijbehorende stunt of "trick",

  • Op straat of "street"

Stunts uitvoeren op straat door te "grinden" (de fiets balanceren op een buis, randen van bankjes en dergelijke) of te springen over ophogingen, verkeersdrempels of andere obstakels. Deze soort BMX is geïnspireerd door skateboarden. Veel freestyle motorcrossers kijken voor nieuwe tricks naar BMX street. Street lijkt qua tricks heel veel op park alleen de filosofie achter street is heel anders dan die van park. Bij street gebruik je de omgeving voor je tricks terwijl hij er helemaal niet voor bedoeld is. Dit geeft het vrije gevoel wat bmx rijders bij street hebben. Bij park zijn alle obstakels er just voor gebouwd om stunts op te doen.

  • Park

Stunts uitvoeren op een skatepark door te "grinden" (de fiets balanceren op een buis of een rand van een obstakel) of te springen over een funbox en andere obstakels zoals jumpramps (schans), miniramps (lijkt op eenhalfpipe alleen dan zonder verticaale stukken), banks en Quarter pipes. Deze soort BMX is geïnspireerd door skateboarden. Veel freestyle motorcrossers kijken voor nieuwe tricks naar BMX park.

  • Flatland

Bij deze discipline voert men ingewikkelde tricks uit op een verharde ondergrond. Bij deze tricks wordt dus alleen gebruikgemaakt van de fiets en niet van schansen of andere obstakels. De tricks die bij flatland uitgevoerd worden verschillen nog al van de andere disciplines. Het zijn combinaties van verschillende posities en rotaties van je fiets of stuur die elkaar opvolgen. Meestal alleen op het voor- of achterwiel rijdend. Je kan het zien als een soort van breakdance op een bmx fiets. Het vereist veel training en concentratie om een goede flatlander te zijn.

  • Vert

stunts uitvoeren in een halfpipe ("halve pijp" met uiteinden die loodrecht lopen).

  • Race

Een wedstrijd op een gesloten parcours om het snelst de finish te halen. Dit parcours begint bij een starthek om vervolgens technisch over bulten en door bochten te gaan, om zo de finish te kunnen halen. Deze wedstrijd wordt verreden in drie manches (rondes) om genoeg punten te verzamelen om door te gaan naar de kwartfinale, halve finale en ten slotte de finale. In de finale rijden maximaal zes tot acht rijders. Deze discipline vereist vooral een combinatie van techniek en conditie.

Er wordt met acht rijders (elektronisch) gestart met behulp van een hek vanaf een startheuvel. Dit hek valt steeds op exact dezelfde wijze zodat de start tot op 320 milliseconden nauwkeurig getraind kan worden. De olympische BMX-baan in Peking is 370 meter lang (mannen) en 350 meter (vrouwen). Mannen en vrouwen rijden een verschillend parcours. Dit heeft onder andere te maken met de relatie tussen snelheid en afstand die men door de lucht af kan leggen. De minimale leeftijd voor een Olympische BMX-atleet is 19 jaar.

Een race duurt tussen de 30 en 40 seconden, waarbij tijdens de rit obstakels moeten worden genomen. Dit kunnen sprongen van meer dan 10 meter zijn, korte opeenvolgende en onregelmatig aangelegde heuveltjes (rhythm sections) en kombochten.

BMX-fietsen kenmerken zich door hun wielmaten: 20" voor de standaard BMX-klasse, 24" voor de cruiserklasse. Het materiaal op sportniveau is technisch hoogstaand en niet te vergelijken met de gemiddelde kinderfiets waar BMX op staat.

Enkele prominente atleten uit de tegenwoordige wielersport zijn in de BMX begonnen. Bekende wielrenners als Cadel Evans, Robbie McEwen en Todd Wells hebben hun oorsprong in de BMX. Bas de Bever, Anneke Beerten, Corinne Dorland en Robert de Wilde zijn Nederlandse voorbeelden van topsporters die in de BMX zijn gestart.

Inhoud

[bewerken] Nederland

G.T. Kuwahara was de eerste fietsfabrikant die in Nederland een factoryteam met Nederlandse riders liet rijden, met o.a. Phil Hoogendoorn, Fred Waasdorp, Martijn Kloppenburg, Rick Karsters, David van Doorn en Corine Dorland.

In 1984 werd in Nederland voor het eerst de hoogste klasse geïntroduceerd; de amateurklasse (in 1985 superclass genaamd, tegenwoordig elite). De eindstand van het eerste Nederlandse kampioenschap: 1e Ludy van der Werff, later ook de eerste Nederlandse wereldkampioen(†28-10-2003), 2e Leon Walravens, 3e Peter Ploemen, 4e Addie van de Ven, 5e Gerrie Gerrits, 6e Jan van den Dungen, 7e Phil Hoogendoorn en 8e Barry Bartelkamp.

[bewerken] België

BMX in België floreerde in de jaren '80, maar hieraan kwam een abrupt einde toen reglementen verhinderden dat onder-12-jarigen nog aan wedstrijden mochten deelnemen. Sinds het wegvallen van deze reglementering gaat het beter met de sport en worden nieuwe circuits aangelegd. Bekende namen zijn onder andere huidig bondscoach en meervoudig Europees en wereldkampioene Ellen Bollansée en Arnaud Dubois.

[bewerken] Externe links

[bewerken] BMX-sportbonden

 
Persoonlijke instellingen
Boek maken