Skateboarden

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Een nosemanual op een longboard

Skateboarden is van origine een Amerikaanse sport die ontstaan is eind jaren zestig van de 20e eeuw. De sport is ontwikkeld door surfers die surfen wilden op het land, en wordt vaak gelinkt met de jeugdcultuur.

Deze sport wordt beoefend met behulp van een skateboard: een essenhouten plank, met 2 trucks en vier wieltjes waar elk 2 lagers in zitten. Door zich hiermee voort te bewegen en te springen kan men tal van tricks of stunts uitvoeren. Vooruit rijden doet men al steppend, pushen (zie woordenlijst) of slalommend. Door de populariteit van deze sport zijn er speciale hindernissen gekomen die ook gebruikt worden voor BMX en skaten.

Geschiedenis[bewerken]

Eerste Nederlandse skatebaan in 1978

De sport werd in de jaren vijftig aan de westkust van de VS door surfers bedacht, door op land te surfen met onder hun surfboard gemonteerde rolschaatswielen. In het begin bestond de discipline enkel uit rijden, slippen en enkele "eenvoudige" figuren of tricks (uit het Engels voor "truc") zoals de wheelie of over hindernissen springen waarbij de plank eronderdoor dook. Helemaal in het begin kon men geen kickturns maken omdat het deck geen tail (of nose) had. Later kon het wel. Tijdens een langdurige droogteperiode in Californië, waardoor mensen hun zwembad leeg lieten staan, vonden de Z-Boys het een goed idee om in de zwembaden te gaan skateboarden waar men tricks bedacht zoals het carven (via verplaatsing van hun gewicht rondjes blijven rijden in bowls), later aangevuld met wheelies die boven de bowls uitstaken.
Grote namen uit die periode zijn Stacy Peralta (oprichter van een skateboard bedrijf/team Dogtown en de Z-boys dat later opging in Powell-Peralta) en de legendarische onverschrokken Tony Alva, maar ook de iets minder bekende Jim Muir en Shogo Kubo. Stacey Peralta maakte begin 21e eeuw de film Lords of Dogtown over Dogtown and the Z-Boys, die in de filmhuizen draaide.

In het begin waren de boards smal en lang, maar al gauw ging men verschillende stijlen ontwikkelen met aparte boards; in de jaren tachtig steeds bredere voor de verticale disciplines en smallere voor de slalom en freestyle. Een typisch vert board in die tijd had nauwelijks een nose, en geen concave. Een typisch freestyle board kreeg steeds meer nose, lichtere trucks zoals de magnesium Tracker en ACS 500 en steeds kleinere en hardere wielen. Een typisch slalom board in die tijd was een foam/fiberglass (Summerski) of aluminium exemplaar (bv Powell Quicksilver), sterk verend met soms een duikende voorkant vanwege de stroomlijning. Ook G&S was populair met zijn verende sandwich decks: hout-fiberglass-hout of fiberglass-hout-fiberglass. Met de uitvinding van steeds meer vert tricks kwamen eind jaren negentig vert boards met meer nose, en ook met concave. Ook de vert wielen werden smaller. Men ontdekte dat de snelste wielen een hoge rebound hadden: een dikke rand oftewel lip. De slalom skaters ontdekten dat een licht stevig board veel betere resultaten geeft dan een verend exemplaar. Niet alleen hout, maar ook kevlar werden populair vanwege de stevigheid.

Een belangrijk medium voor de sport was Skateboarder Magazine, dat vanaf de jaren zestig van de vorige eeuw over de hele wereld werd verspreid. De covers geven een mooi beeld van de mode en ontwikkelingen van het skateboarden.

In de jaren zeventig werd er weer een nieuw fenomeen ingevoerd in deze sport. In plaats van met kleien wielen te rijden, vond men er polyurethane uit. Frank Nasworthy, een Amerikaan, stal deze wielen uit de fabriek waar hij werkte. Oorspronkelijk waren dat rolschaatswielen, maar Frank zorgde er dus voor dat deze onder het skateboard pasten, waardoor de skaters sneller gingen. Al gauw werd snelheidsrecord na record gebroken. Met een aerodynamisch pak en helm brak Gary Hardwick in Fountain Hills (Arizona) (26 september 1998) het downhillrecord met bijna 100 km/u (staand). Nadat de Belgische autocoureur Jacky Ickx in de jaren zeventig een motorisch aangedreven skateboard ontwikkelde, kwam Billy Copeland op het idee om met een motorisch aangedreven skateboard een record te vestigen (112 km/h op 15 mei 1998). Het huidige downhillrecord staat op 120 km/u (liggend).

Skaten kwam weer in de mode in de jaren tachtig met het streetstyle als hoofddiscipline. Vele aanhangers keerden terug van de ramp naar de straat om er diverse figuren te creëren, die nu worden geklasseerd als old-school (zoals bijvoorbeeld de boneless, no-comply en footplants). Andere disciplines zijn: downhill, parallelle en grote slalom, freestyle, bowl (soort leeg zwembad), ramp (¼ cirkelvormige helling), Hollywood ramp (bowl met plat tussenstuk), hoog- en verspringen (van board op board) en — waar het allemaal mee begon — het cruisen. Ondanks de soms magere belangstelling en de nog magerder media-aandacht in Europa worden er enkele baanbrekende tricks bedacht:

  • jaren zeventig: de arial — men komt 'los' van de verticale baan (ook air genoemd)
  • jaren zeventig: de eerste handplants
  • jaren tachtig: (door Alan 'Ollie' Gelfand) de eerste ollie (arial, sprong zonder het board vast te houden) in de bowl, al gauw gevolgd door de eerste sprong (ollie) over de canyon (=ingang van een bowl). Door de vele variaties die dat baanonderdeel geeft, worden er in de ramps inrijstukken ingebouwd, die als canyon worden gebruikt.
  • jaren tachtig: de opkomst van de freestyle, met name door allerlei tricks van Rodney Mullen (de kickflip, 50/50's, de impossible en variaties op de handstand zoals de handstand-kickflip).
  • eind jaren tachtig: de skaters brengen de vert tricks zoals ollie en handplants naar de straat, Mike McGill doet voor het eerst de McTwist; een backside 540 air (rotatie in de lucht) in de halfpipe.
  • jaren negentig: verschillende gemeentes gaan skateparken bouwen, met name gericht op het streetstyle.
  • jaren negentig: handrails komen in de mode — men maakt een ollie op centrale trapleuning die meestal van metaal is, en glijdt naar beneden.
  • 2005: Danny Way springt met zijn board uit een helikopter in een skatebaan (maart) en ook nog over de Chinese Muur (juli).
  • 2006: De wereldkampioen slalom Giammarco Luca geeft een demonstratie tijdens de openingsceremonie van de Olympische Winterspelen in Turijn.
  • 2006: Danny Way, die reeds verschillende records beet heeft wat betreft enorm hoge ramps, springt in Las Vegas (Nevada) van 9 meter hoog in een quarterpipe. De vermenging tussen de verschillende skateboard-disciplines gaat ook in de pipe verder door de toevoeging van street-obstakels (banks) op de rand ervan en de uitvoering van kickflips op de transition (=verticaal stuk van de half-pipe).

Door een opmerkelijke vermindering van de mediabelangstelling en een gebrek aan nieuwkomers neemt de populariteit van de sport begin jaren tachtig weer af. Bepaalde pioniers zoals Steve Caballero, Rodney Mullen en Natas Kaupas gingen niettemin verder met skaten en het uitvinden van nieuwe figuren, maar in beperkte kring.

Rond 1988 kwam skateboarden weer in de mode. De discipline had een gebrek aan elan, en de vernieuwing - een zeer belangrijke factor in het skateboarden — was steeds meer nodig. De grote namen van toen, zoals Natas Kaupas en Mark Gonzales begonnen over rails te glijden. Ze geven een nieuwe richting aan het skaten, maar ze blijven op straat. De nieuwe generatie van de jaren tachtig hield zich voortaan bezig met trappen, rails, stoepranden (curbs), enzovoort. Nieuwelingen zoals Ray Barbee, Mike Carrol, Colin McKay en Salman Agah komen erbij. Deze zijn vandaag de dag nog steeds actief, maar staan niet zoveel in de belangstelling van de media.

De Bones Brigade (Caballero, Hawk, McGill, Guerrero) brengt in mei 1989 nog een bezoek aan Scheveningen, Wassenaar en aan Amsterdam om demonstraties te geven samen met de lokale Haagse skaters onder leiding van Richard Krijgsman.

In Duitsland krijgt het skateboarden vaste voet aan de grond door de Titus World Cups, waar zoals verwacht de Amerikanen (bv Christian Hosoi, Ken Park ook de Braziliaan Sergio Negao met een unieke frontside 540) de show stelen. Enkele Baltische Oost-Europeanen verbluffen bij de slalom.

Tussen 1992 en 1994 wordt het skateboarden technischer en minder esthetisch.

Dit is onder andere te wijten aan de minuscule wieltjes en de smalle boards. Deze periode wordt baggy pants and small wheels genoemd ("baggy-broeken en kleine wielen"). Hiermee eindigt de periode van het skateboardmerk "Powell Peralta". Pépé Martinez, Danny Way (tegenwoordig bekeerd tot de pipes) en anderen veroverden de straat: curbs (stoepranden), gaps, enkele rails. Na enkele jaren flips en andere technische figuren te hebben geperfectioneerd, keert het skateboarden terug naar zijn eerste liefde: grote gaps en rails, maar gekoppeld aan een heel nieuwe techniek. In 1998 begint het festival Jamie Thomas (een beroemd skater die het nog steeds populaire merk Zero creëerde).

Bob Burnquist werd in 2005 verkozen tot beste skater aller tijden door op zijn skateboard een loop te maken in een speciale tunnelvormige pipe, waarvan het bovenstuk ontbrak. Hij schreef daarmee geschiedenis want zoiets was nog nooit door iemand gedaan. Tevens was dit record switch.

Ryan Allen Sheckler (geb. 30 december 1989) is tegenwoordig net zo veelbelovend als Tony Hawk en Danny Way destijds. Hij werd 's werelds jongste professional skateboarder in 2003 - toen hij 13 was. Hij heeft op zijn 15e ruim 150 wedstrijden gewonnen, waaronder de X-games en de Gravity Games.

Het skateboarden is nu door reclame en mode veroverd om zijn rebelse imago en elk zichzelf respecterend dorp heeft nu zijn eigen skatebaan.

Een belangrijke wedstrijd in de skatesport zijn de Xgames, het zijn de Olympische Spelen in de extreme sports. Iedere beroemde skater heeft daar geskatet en veel nieuw talent wordt er bekendgemaakt, zoals Evelien Bouilliart. Evelien (15, Aalter, België) werd tijdens de Xgames in 2005 2e. Ze laat veel mannen/jongens het nakijken op haar board, evenals Elissa Steamer (16, San Francisco, VS), pro skater voor Team Zero.

Het is een nog volop levende sport. Dat wordt wel bewezen tijdens de WK Freestyle 2005 in Brazilië, waar zelfs deelnemers van 20 jaar geleden (Schulz, Mokulys) en uit Japan aan meededen.

Achteraf gezien zijn de skaters het meest succesvol als ze met veel fantasie compleet nieuwe wegen inslaan, daarbij geïnspireerd door andere stijlen en zelfs door andere sporten (skiën, surfen). Ook technologische ontwikkelingen spelen een rol, met name de ontwikkeling van nieuwe hindernissen / skateparks zoals de canyon. Zien we in de toekomst misschien magnetische boards zonder wrijving hoveren over metalen banen à la Back to the Future?

Enkele specifieke hindernissen/disciplines[bewerken]

Oldskool[bewerken]

  • hoge en lage snakeruns
  • bank
  • surfen

freestyle[bewerken]

  • Handrail (trapleuning)
  • hubba (een heel erg brede trapleuning waar je ook normaal op kunt pushen)
  • Rail (metalen buis)
  • Funbox (meestal houten obstakel, met daaraan vast een handrail en/of curb en/of miniramp)
  • Stoeprand, curb (rand waar je op kan grinden of sliden)
  • Manual- of wheeliebox (een blok waar je wheelie/manual tricks op kan doen)
  • Alles wat je op de straat tegenkomt, zoals vuilnisbakken, bankjes, stoepranden
  • Launcher- een skate schans met een bolling, waar je jezelf overheen kan "lanceren"
  • Kicker- een schans zonder bolling
  • Quarterpipe: een halve halfpipe
  • Drive: 2 schansen met een middenstuk, bedoelt om overheen te springen
  • Spine- 2 quarters achter elkaar, verschillend van hoogte. (Soms zijn deze in bowls ingebouwd, zoals in Kortrijk (B), en zijn deze 2-3 meter hoog)
  • Hip transfer : 2 schansen of quarterpipes in een hoek van 90 graden naast elkaar
  • de wall- een heel grote quarter

streetstyle[bewerken]

  • streetstyle wordt altijd gedaan op vlakke grond zonder hellingen (ook wel Flatground of Flatland genoemd)

Hoogspringen, verspringen[bewerken]

  • Vlakke plekken, bij bijvoorbeeld van asfalt, beton of marmer. Geen halfpipes en quarterpipes.

Slalom[bewerken]

  • Flauwe en ook steile hellingen
  • Vlak terrein met ergens een helling voor de beginsnelheid
  • Snakerun (zie woordenlijst)

Cruisen[bewerken]

  • Asfalt straten, bij voorkeur met steile hellingen

Enkele streetstyle tricks[bewerken]

Ollie 
Springen door middel van poppen (het naar beneden duwen van de tail met je achterste voet) en het naar de voorkant (nose) schuiven met je voorste voet; dit kan rijdend en stilstaand. Deze truc is bedacht door Allen Gelfand en veel trucs zijn er op gebaseerd.
Grinden 
Met je board over een voorwerp heen "glijden". Dit wordt met de trucks gedaan. Met de nose, tail of het midden van het board over de rail glijden wordt 'sliden' genoemd.
Crooked grind 
een Nosegrind waarbij de Tail 20º tot 60º naar buiten wijst. Wanneer je van de rechterkant komt aanrijden, en een Nosegrind start, gaat de tail 20º tot 60º naar rechts.
Grab Tricks 
Met je handen je skateboard vastpakken en zo door de lucht vliegen.
Kickflip 
Tijdens een ollie het board horizontaal om zijn as laten draaien door het sliden met je voet naar de buitenkant.Deze trick is bedacht door Rodney Mullen.
Manual en One Wheel Manual 
Bij een Manual balanceer je op je twee achterste wielen door naar achter leunen. Tijdens een manual mag de Nose niet op de grond komen. Bij een manual rijd je op twee wielen en bij een Wheelie (ook wel One-Wheel Manual genoemd) rijd je maar op 1 wiel. Je kunt Wheelies en Manuals ook op de voorkant van het board doen. Dit is een stuk moeilijker en ze worden Nose -Manual of Wheelie genoemd.
Back- en Frontside 180
Een Ollie waarbij jij met het board 180º draait. (Wordt vaak afgekort tot Bs of Fs). Gevorderde skaters combineren Bs- en Fs 180's vaak met fliptricks
360º flip (Tre flip) 
Je deck horizontaal 360º laten draaien in combinatie met een Kickflip. Deze Truc ziet er indrukwekkend uit en veel beginners willen hem daarom leren.
Darkslide
Met de wielen naar boven en met de griptape naar onder over een rail sliden
Pop Shove-it
Ook wel Shove-it genoemd. Hierbij draait het board 180º. Zelf draai je niet, in tegenstelling tot een Front- of Backside 180
Heelflip 
Het board tijdens een ollie de andere kant dan een kickflip laten draaien.
360-shove-it 
360-shove-it is wanneer je het board in de lucht 360° laat draaien zonder flip erbij
Hardflip 
Een Frontside Pop Shove-it uitgevoerd in combinatie met een Kickflip.

Enkele vert tricks[bewerken]

Alle tricks vinden plaats op of boven de rand van een ramp, quarterpipe of halfpipe, tenzij anders aangegeven. Het is de bedoeling dat je netjes landt, met je voeten dus op het board en rijdend in de goede richting!

Naar soort[bewerken]

Backside 
Als tijdens de draai je gezicht naar de quarter of halfpipe is gericht.
Boned 
Als je alle moeite doet om alléén het board zo hoog mogelijk voor je te houden tijdens een trick.
Frontside 
Als tijdens de draai je gezicht naar buiten de baan is gericht.
Lean air, lien air 
Tijdens een frontside air beide knieën extreem buigen zodat de wielen naar beneden wijzen.
Liptricks 
Met je board op de rand balanceren, sliden of grinden.
Sad 
Als je alle moeite doet om alléén de nose van het board zo hoog mogelijk te houden tijdens een trick.
Stalefish 
Als je je board beetpakt met je hand achter je benen langs.
to fakie 
Als je, nadat je de trick hebt gedaan, 'achteruit' rijdt. Dit gebeurt bijvoorbeeld als je een quaterpipe op rijdt. Als je weer terugride landing, maar je board niet meedraait (ook wel Pauliño genaamd).

Naar naam[bewerken]

720º en 900º 
720º en 900º varials
air walk 
Tijdens een varial een rennende beweging maken
blunt 
Je rijdt tot vlak over de rand, waarbij de achterste/onderste wielen op de coping/rand rusten. Dan, met snel voetenwerk, het board weer terug in de pipe krijgen. Variatie's: nose-blunt, blunt to fakie, halfcab blunt, kickflip blunt.....
Caballerial 
fakie 360º ollie (dus ook to fakie). Voor het eerst gedaan door Steve Caballero, later freestyle gedaan door Rodney Mullen
Christ air 
Tijdens een backside air beide benen los van het board terwijl je je armen (met het board vast) strekt - het lijkt op een Christusbeeld, vandaar
egg-plant 
Tijdens een handplant beide knieën extreem buigen
flip 
Tijdens een trick het board laten draaien om de horizontale (lengte-)as
frontside handplant 
zelfde als handplant, met je gezicht en borst naar de kant van baan toe
footplant 
Eén voet op de rand terwijl je board een boog maakt, waarna je weer op je board springt - ook frontside mogelijk
gay twist 
360º arial
grapefruit 
als je board -op het achterste wiel na- even (backside) op de zijkant van de coping rust
handplant 
Eén hand op de rand van de baan, board omhoog tegen je voeten
judo air 
Tijdens een backside air je voorste been naar achteren strekken in het verlengde van je lichaam
Madonna 
Tijdens een frontside air je voorste been naar achteren strekken, net alsof je een footplant wilt maken
McTwist 
540º backflip (door Mike McGill)
rocket air 
Tijdens een backside air je voorste been naar achteren strekken totdat hij op de tail staat
sadplant 
Tijdens een handplant de achterste voet naar achteren strekken en de voorste voet met het board naar voren strekken
scary walk 
Zelfde als hierboven maar dan eng kijken (!)
smithvert 
Tijdens een handplant gedraaid 'staan' ;method air : Tijdens een backside air beide knieën extreem buigen zodat de wielen naar boven wijzen
varial 
Tijdens een trick het board laten draaien om de verticale as zonder zelf mee te draaien

Er is nog iets 'vreemds' aan de hand met de voortbeweging van een skateboard met -los ingestelde trucks - (vooral bij cruisers en slalommers) wat stuntfietsers ook ervaren: het pomp-effect. Als er ritmisch 'heen en weer bewegend in flauwe bochtjes' wordt gereden, dan blijkt het board uit zich zelf snelheid te maken. Een vreemd fenomeen, want met een beetje wind mee kan je op die manier een behoorlijke snelheid houden, zonder te steppen.

Bekende skateboarders (onvolledige lijst)[bewerken]

1rightarrow blue.svg Lijst van bekende skateboarders

Verklarende woordenlijst (geen tricks)[bewerken]

  • bail - keihard vallen en waarbij meestal ook bloed voorkomt
  • bowl/pool - een leeggelopen zwembad (vroeger) of een zwembad-vormige skateboardbaan (tegenwoordig)
  • canyon - inrijd-stuk van een bowl of pipe
  • coping - de rand van een baan, waar de meeste tricks worden gemaakt
  • cruisen - het rijden op straat met een surf-achtige stijl
  • curbs - stoepranden (ook kunstmatig)
  • downhill - het zo snel mogelijk van een lange, schuine helling af rijden, meestal met bochten
  • elbow-pads - elleboogbeschermers
  • flatland - tricks doen op een vlak terrein
  • griptape - plakkend tape, die aan 1 kant stroef is waardoor de voeten houvast hebben op het skateboard
  • goofy-foot - de rechter voet is de voorste voet, je zet af met de linker
  • grinden (spreek uit: grainden) - een trick maken, waarbij de trucks van het skateboard over de coping/rail/curb schuren en een schurend geluid maakt. Heel soms zie je zelfs vonken.
  • handrail - de (meestal metalen) leuning van een trap
  • halfpipe- een skateboard-baan die bestaat uit een halve buis met een vlak tussenstuk; ook wel 2 quarterpipes die tegenover elkaar staan met een verticaal gedeelte.
  • knee-pads - kniebeschermers
  • lagers - metalen onderdelen van een wiel, die er met kleine kogeltjes voor zorgt dat een skateboardwiel kan draaien om een as
  • miniramp - een skateboard-baan die bestaat uit een halve buis met een vlak tussenstuk; ook wel 2 quarterpipes die tegenover elkaar staan
  • nosepad - zie tailpad, maar dan op de nose van het board
  • pumpen - een manier van snelheid maken in een mini ramp, halfpipe of bowl/pool, op het juiste moment door je knieën gaan en je gewicht verplaatsen zodat je snelheid maakt zonder te steppen.
  • quarterpipe (vertaald kwart-pijp) - ¼ deel van een buis, waar skateboarders tegenaan en omhoog kunnen rijden en dan tricks kunnen uitvoeren.
  • ramp- spreek uit remp een kleine halfpipe maar weer groter dan de miniramp
  • regular-foot - de linker voet is de voorste voet, je zet af met de rechter
  • slalom - met een skateboard zo snel mogelijk tussen poortjes (cones, blikjes) doorrijden
  • slider bar - (1)een kunststof staaf, die soms langs aan de onderkant van de randen van een street of vert board wordt vastgemaakt, tegen het beschadigen van het board. (2)een -meestal metalen en soms schuine- rand waar de skateboarder tricks op kan doen, zoals slides.
  • snakerun - een betonnen of asfalt baan in de vorm van een slang, waarbij de zijkanten omhoog staan. "Rechte" snakeruns bestaan ook.
  • steppen - net als met een step, met 1 voet afzetten en met de andere voet op het board blijven staan
  • streetskaten - tricks doen op straat en/of met gebruikmaken van al dan niet kunstmatig straatmeubilair
  • tailpad oftewel remblok - houten of kunststof blokje dat soms aan de onder/achterkant van een board wordt bevestigd
  • transition - het gebogen gedeelte van een ramp
  • vert - (1) verticaal oftewel de half-pipe discipline. Sinds de jaren tachtig is het ook letterlijk te nemen: tegen muren omhoog rijden, al dan niet met hulp van een ramp. (2) het verticale deel van een pipe
  • wrist-pads - polsbeschermers

Foto's[bewerken]

klik op de afbeelding voor vergroting

Zie ook[bewerken]