Barak (Rechters)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Barak (Hebreeuws: בָּרָק; bliksem) is een persoon uit de Bijbel. Barak leefde in de tijd van de rechters en was een zoon van Abinoam. Hij woonde in Kedes in het gebied van Naftali, de stam waartoe Barak behoorde. De Griekse Septuaginta-vertaling en de Statenvertaling identificeren Bedan uit 1 Samuel 12:11 met Barak.

Overwinning op de Kaänieten[bewerken]

Debora vergezelt Barak in de strijd (Bibliothèque nationale de France. Latin 10525, Folio 47v..).

De Israëlieten werden twintig jaar lang door de Kanaänitische koning Jabin onderdrukt, die hun volledig liet ontwapenen.[1] Uiteindelijk werd Barak als leider over het volk aangesteld.[2] Vergezelt door profetes Debora, de rechter in die tijd, werft Barak 10.000 soldaten uit de stam Naftali, Zebulon en andere stammen van Israël en installeert zich op de berg Tabor, nabij de vallei van Jizreël.[3] Het leger van de Kanaänieten, voorzien van 900 strijdwagens met ijzeren zeisen aan de wielen, trekt onder leiding van legeroverste Sisera door de rivierbedding van de Kison op tegen het leger van de Israëlieten. Het verslag in Rechters vervolgt:

Op het moment dat de manschappen van Sisera Barak zagen verschijnen, zaaide de HEER paniek onder hen en ontstond er grote verwarring. Sisera sprong van zijn wagen en maakte zich uit de voeten.[4]

De dood van Sisera[bewerken]

Jael toont de gedoodde Sisera aan Barak (Albert Joseph Moore).

Debora had geprofeteerd dat Barak Sisera niet zal doden, maar dat een vrouw dit zal doen.[5] Deze profetie vond een vervulling toen Sisera aankwam bij de tent van Jaël, een Kenitische vrouw. De Kenieten leefden in vrede met Kanaän[6], dus vroeg Sisera of Jaël hem wilde verbergen. Jaël stemde toe, maar wanneer Sisera in slaap viel, doodde Jaël hem door een tentpin door zijn hoofd te drijven. Later, toen Barak in zijn achtervolging langs Jaëls tent kwam, toonde zij het lijk van Sisera.[7] Na deze overwinning op het Kanaänitische leger en zijn overste, genoot Israël veertig jaar rust.[8]

Geloofsgetuige[bewerken]

Barak is opgenomen in de lijst van geloofsgetuigen, die we vinden in Paulus' brief aan de Hebreeën:[9]

...zij zijn machtig geworden in de oorlog, legers van vreemden hebben zij op de vlucht gejaagd.[10]

Bronnen, noten en referenties

  1. Rechters 5:8
  2. Rechters 4:1-3
  3. Rechters 4:6
  4. Rechters 4:15, Nieuwe Bijbelvertaling; zie ook Rechters 5:20-22
  5. Rechters 4:9
  6. Wachttorengenootschap. Inzicht in de Schrift, Deel 1, p. 234
  7. Rechters 4:17-22
  8. Rechters 4:23, 24
  9. Hebreeën 11
  10. Hebreeën 11:34, Herziene Statenvertaling

Literatuur