Beatrijs

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Verluchte initiaal aan het begin van de Beatrijs-legende. Den Haag, Koninklijke Bibliotheek, 76 E 5

Beatrijs is een Middelnederlandse Marialegende uit de veertiende eeuw. Het enige handschrift waarin de legende overgeleverd is, dateert van kort voor 1374 en wordt bewaard in de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag onder signatuur KW 76 E 5. Omdat het oorspronkelijke werk geen titel had, geeft men aan het stuk meestal de naam van het hoofdpersonage, Beatrijs.

Inhoud[bewerken]

Beatrijs (1374 handschrift).jpg

Beatrijs is een jonge kosteres in het klooster die haar habijt aflegt voor een jeugdliefde. Ze nodigt hem uit buiten de muren van het klooster, waar de geliefden elkaar ontmoeten onder de egelantier (van oudsher een symbool voor liefde). Ze vluchten samen weg en het geluk lijkt Beatrijs toe te lachen: ze krijgen twee kinderen en leiden een luxueus leven.

Maar na zeven vette jaren is het geld op. De geliefde gaat ervandoor en Beatrijs blijft alleen achter met haar kinderen. Omwille van haar adellijke afkomst is ze te trots om te bedelen. Dit zou binnen de stadsmuren moeten gebeuren, waar ze herkend zou kunnen worden. Daarom verkiest ze om haar lichaam te verkopen, wat meer in het geheim gebeurt, dit wil zeggen buiten de stadswallen. Na een tijdje beseft ze dat prostitutie een zonde is. Dit motiveert Beatrijs om haar trots opzij te zetten en toch te gaan bedelen. Door voor een zwerversbestaan te kiezen, hoeft ze zich niet te vernederen binnen haar eigen stad. Ondanks haar zondige leefwijze blijft Beatrijs Maria trouw door elk dag tot haar te bidden.

Bij toeval komt ze in de nabijheid van haar vroegere klooster. Ze vindt er onderdak bij een weduwe. Ze vraagt de vrouw naar de toestand in het klooster en ontdekt dat haar afwezigheid onopgemerkt is gebleven. Drie visioenen vertellen haar dat Maria veertien jaar lang haar gedaante aannam, haar habijt droeg en haar taken vervulde. Beatrijs krijgt opnieuw moed. Wanneer ze haar kinderen veilig kan achterlaten bij de weduwe, neemt ze haar taak in het klooster weer op. Bij de jaarlijkse visitatie van de abt gaat ze met haar zonden te biecht, en wordt ze vergeven. Dit op voorwaarde dat de abt haar verhaal mag doorvertellen, zodat anderen ervan kunnen leren. De abt neemt tevens de zorg voor de kinderen van Beatrijs op zich. Pas wanneer dat gebeurt, wordt zij in het stuk bij naam genoemd.

Bespreking[bewerken]

In de Beatrijs komt een aantal literaire conventies voor, waarvan de betekenis voor de middeleeuwse toehoorder duidelijk was, maar die voor hedendaagse lezers minder vanzelfsprekend zijn. Daarom de opvallendste hier op een rijtje:

Getallensymboliek[bewerken]

  • 3 (r 704): Beatrijs krijgt in een reeks van drie visioenen te horen dat ze haar taak in het klooster opnieuw moet opnemen. Twee visioenen waren niet genoeg: het getal 2 was immers het aardse getal, en hoorde aan de duivel toe; het getal 3 was goddelijk en behoorde bij de Heilige Drie-eenheid. Wanneer ze dus twee visioenen heeft gekregen, is ze nog niet zeker van de goddelijke oorsprong van haar opdracht. Het zou ook de duivel kunnen zijn, die haar om de tuin leidt. Het derde visioen maakt aan alle twijfel een einde en Beatrijs durft terug te gaan naar het klooster.
  • 5 (r. 4-8): De auteur wil Maria eren en beschrijft dit in vijf regels. Het getal 5 is voor de middeleeuwers verbonden met Maria vanwege de vijf letters in haar naam. Ook in het handschrift wordt dit benadrukt, doordat de gehistorieerde initiaal het symbool ‘V’ (het eerste vers luidt immers: Van dichten comt mi cleine bate) overeenkomt met het Romeinse cijfer V (5).
  • 7 (r. 326): In Bijbelse context heeft het getal 7, dat ook wel het heilige getal heet, de speciale waarde van een ‘grote periode’ meegekregen. Beatrijs’ belevenissen verlopen in cycli van zeven jaren. Eerst brengt ze zeven jaar door in het klooster. Haar wereldlijke leven loopt vervolgens zeven jaar goed en daarna zeven jaar slecht. Dit kan men vergelijken met het Bijbelverhaal over ‘de zeven vette en de zeven magere jaren’ (Genesis 41:25-31).

Kleurensymboliek[bewerken]

  • Blauw en wit (r. 272): Beatrijs verlaat het klooster in haar witte onderkleed. Van haar minnaar krijgt ze een blauw kleed: dit is de kleurencombinatie waarmee Maria in de middeleeuwse voorstellingen vaak staat afgebeeld. Blauw is de kleur van de hemel en wit is de kleur van de reinheid. Ook de kleur rood is symbolisch in het verhaal en staat voor de liefde.

Plaats[bewerken]

  • Egelantier (r.268): De egelantier, waar Beatrijs en haar minnaar elkaar ontmoeten, symboliseert in de hoofse literatuur zowel de hemelse liefde van Maria als de aardse minne.
  • Locus amoenus (letterlijk: "lieflijke plaats", hier op te vatten als ‘plaats voor het liefdesspel) (r.330): Zingende vogels en welriekende bloemen sieren het decor in het bos. Dit is het typische beeld dat in de hoofse minnelyriek bekendstaat als de ‘locus amoenus’. De minnaar vraagt hier aan Beatrijs om met hem het minnespel te spelen. Hoewel het verzoek niet ongepast is, weigert Beatrijs. Haar reactie komt niet voort uit preutsheid, maar de regel wil dat een dame van stand de liefde niet bedrijft in de open natuur.

Situering binnen de Middelnederlandse literatuur[bewerken]

De Beatrijs is een voorbeeld van een Marialegende. In deze verhalen grijpt Maria in (meestal door middel van een mirakel) en kan de zonde van het hoofdpersonage uiteindelijk vergeven worden. Op deze manier verschaffen de verhalen de Middeleeuwers een morele scholing: hoe groot je zonde ook is, als je trouw blijft aan Maria, berouw toont en te biechten gaat, kan je zonde vergeven worden. Deze boodschap wordt ook letterlijk meegegeven aan het einde van het verhaal:

Nu bidden wi alle, cleine ende groet,
Die dese miracle horen lesen,
Dat Maria moet wesen
Ons vorsprake int soete dal
Daar God die werelt doemen sal.

(Laten wij bidden, klein en groot aan wie dit wonder is voorgedragen: dat het Maria moge behagen onze voorspraak te zijn in het zoete dal waar God de wereld oordelen zal. [vertaling: Willem Wilmink) Uit deze laatste regels blijkt ook de bijzondere rol van de heilige maagd. Maria Middelares treedt hier op als bemiddelaar tussen de mens en God.

Het Beatrijsverhaal was al langer bekend. De auteur vond inspiratie bij de cisterciënzermonnik Caesarius van Heisterbach, die de verliefde en berouwvolle non liet optreden in zijn Dialogus Miraculorum (1223) en Libri Octo Miraculorum (1227), twee verzamelingen vrome verhalen.

Auteur[bewerken]

De auteur is onbekend. Sommigen menen dat hij een 'spreker' was, een professioneel voordrachtskunstenaar die in zijn levensonderhoud voorzag door met zijn verhalen van hof tot hof te trekken.

Op te merken is dat er voor regel 919 een kleine cesuur valt. Sommigen menen hierin een tweede auteur te herkennen. Beatrijs komt in het klooster aan (regel 787) en neemt haar taken terug op. Hoewel het berouw haar kwelt, schrijft de auteur, durft ze haar zonden aan niemand toe te vertrouwen (r. 912-918). Het lijkt alsof het verhaal hier ten einde is en dat de volgende 122 regels door een andere auteur zijn toegevoegd.

Het was echter niet mogelijk voor de Middeleeuwers dat het verhaal ooit zou eindigen zonder dat Beatrijs haar zonden had opgebiecht. Dit is op dat moment in het verhaal nog niet gebeurd. In een visioen (r. 932-970) wordt haar duidelijk dat haar berouw niet genoeg is. De enige uitweg voor vergeving is de biecht. Hierop gaat ze naar de abt en vertelt hem haar zonden (r. 974-981). Op deze manier wordt ze vergeven en is de moraal van het verhaal duidelijk. De biecht is noodzakelijk voor het zielenheil. Dit maakt aannemelijk dat het slot geschreven is door dezelfde auteur.

Hertaling[bewerken]

André G. Vanstraelen publiceerde in 1968 een mooie hertaling in modern Nederlands die nu te lezen is op de 'Digitale Bibliotheek voor Nederlandse Letteren (DBNL). Inmiddels is deze uitgave al aan de derde druk (1968, 1983, 1999).

Zo begint het gedicht in het Middelnederlands
Van dichten comt mi cleine bate.
Die liede raden mi dat ict late
Ende minen sin niet en vertare.
Maer om die doghet van hare
Die moeder ende maghet es bleven,
Hebbic een scone mieracle op heven,
Hier volgt Vanstraelens hertaling van dit fragment
Van dichten heb ik weinig baat;
men raadt mij aan dat ik het laat,
niet nutteloos mijn geest bezwaar...
Maar om de deugdzaamheid van haar
die Moeder is en Maagd gebleven,
heb 'k dit mirakel opgeschreven

De volledige hertaling is te lezen op DBNL.[1].

Enkele andere vertalingen en bewerkingen[bewerken]

Afrikaans
  • P.C. Schoonees, Beatrys, 'n middeleeuse juweel (1939, prozavertaling).
Duits
  • Wilhelm Berg (ps. Lina Schneider), Beatrijs. Eine Legende aus dem 14. Jahrhundert. Hochdeutsche metrische Übersetzung (Haag, 1870)
  • A.W. Sanders van Loo, Beilage zu Beatrijs, illustriert von Ch. Doudelet. Deutsche Uebersetzung des niederlaendischen Textes (Antwerpen, 1901, versvertaling, anonieme heruitgave in 1938)
  • Friedrich Markus Hübner, Beatrix. Eine Brabantische Legende (Leipzig, 1919, versvertaling)
Engels
  • Harold de Wolf Fuller, Beatrice: A legend of our lady (1909, versvertaling)
  • Pieter Geyl, The tale of Beatrice (1927, versvertaling, heruitgave in 1938)
Esperanto
  • G. Berveling, Beatrijs (2010, 2de uitgave)
Frans
  • Lucien De Busscher, Béatrix: légende du XIIIe siècle. Traduit pour la première fois du flamand en français (1897, prozavertaling).
  • Maurice Maeterlinck, Soeur Béatrice. Miracle en trois actes (1901)
  • Herman Teirlinck, Béatrix: Opéra en 3 tableaux après le drame "Ik dien" de Herman Teirlinck (Franse vertaling door Teirlinck van zijn eigen libretto van de opera van Ignace Lilien)
Fries
  • Klaas Bruinsma, Béatrys (1993, versvertaling)
Italiaans
  • Luisa Ferrini, Beatrijs. La leggenda della sacrestana (Pisa, 2004)
Nederlands
  • J.A. Alberdingk Thijm, Beatrijs in: J.A. Alberdingk Thijm, Legenden en fantaiziën (Amsterdam, 1847)
  • P.C. Boutens, Beatrijs', in De XXe eeuw (1907).
  • Jozef de Cock, Van een non die Beatrijs heette in: Bloemenhoedjes (Brugge, 1911)
  • A. van Wilderode, De Beatrijslegende (2 mei 1960, tv-bewerking)
  • Willem Wilmink (vertaler) & Theo Meder (ed.), Beatrijs. Een middeleeuws Maria-mirakel (Amsterdam, 1995, versvertaling)
  • Ed Franck, Beatrijs (Averbode, 1997, prozabewerking voor de jeugd, als Vlaams filmpje uitgegeven)
  • André G. Vanstraelen, Beatrijs, mijn moeder. Naar een middeleeuws verhaal (Dilbeek: eigen beheer, oktober 2011)

Trivia[bewerken]

  • Van Beatrijs is een hoorspel gemaakt, zie het hoorspel Beatrijs.
  • Beatrijs was ook de naam van een katholiek weekblad voor vrouwen, uitgegeven door Uitgeverij en Drukkerij De Spaarnestad, met eigen confessionele rubrieken in een zo aangepaste uitgave van de 'neutrale' Libelle, die door dezelfde uitgeverij op de markt werd gebracht.

Bronnen en literatuur[bewerken]

Handschrift[bewerken]

Literatuur[bewerken]

  • Beatrys - Légende flamande. Antwerpen 1901, uitg. J.E. Buschmann, illustraties Charles Doudelet.
    Eén der mooiste Vlaamse Art Nouveau-boeken.
  • Frank Lulofs (ed.), Beatrijs. Leiden, 1983.
    Een overvloedig becommentarieerde editie. Ook online te raadplegen op dbnl.org.
  • Willem Wilmink (vert.) & Theo Meder (ed.), Beatrijs: een middeleeuws Maria-mirakel. Amsterdam, 1995.
    Een vertaling in gepaard rijmende verzen. Ook online te raadplegen op dbnl.org.
  • Cornets de Groot, 'Nonnenwerk is monnikenwerk', essay. In: Intieme optiek, Nijgh & Van Ditmar, ‘s Gravenhage, Rotterdam, 1973, p. 81-99. Ook online te raadplegen via cornetsdegroot.com.

Zie ook[bewerken]

Noten[bewerken]

  1. André G. Vanstraelens hertaling van Beatrijs op DBNL
Wikisource NL Meer bronnen die bij deze auteur horen, kan men vinden op de pagina Beatrijs op de Nederlandstalige Wikisource.
Wikibooks Wikibooks heeft een studieboek over dit onderwerp: De Beatrijslegende.