Bloedbad van Vinkt

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het dorp Vinkt, een deelgemeente van Deinze, ligt 20 km ten westen van Gent in België aan de weg Aalter - Deinze. In het dorp heeft tijdens de Achttiendaagse Veldtocht in mei 1940 een moordpartij plaatsgevonden op de burgerbevolking door het Duitse leger.

Duitsland valt België binnen: de Achttiendaagse Veldtocht[bewerken]

Dag 1 tot 14[bewerken]

Het Duits leger viel op vrijdag 10 mei 1940 België, Nederland en Luxemburg binnen volgens hun aanvalsplan Fall Gelb. De troepenmacht van Hitler bond de strijd aan met het Belgisch leger in een veldslag die achttien dagen duurde en waarbij de Belgische manschappen zich verweerden maar dag na dag moest terugtrekken. Op vrijdag 24 mei had de frontlinie zich verplaatst naar het Schipdonkkanaal dat door Deinze loopt. De Duitsers bouwden over het kanaal twee pontons die onder hevig vuur lagen van het Belgisch artilleriegeschut.

Dag 15: Meigem valt[bewerken]

Op zaterdag 25 mei 1940 kwamen Vinkt en Meigem, deelgemeenten van Deinze, onder Duits vuur te liggen waarna Meigem werd ingenomen. Het dorp Vinkt bleef in handen van de Ardense Jagers. In Meigem kwamen zestien burgers om het leven als gevolg van de granaatbeschietingen van die dag. De Duitse manschappen van de 337e Infanterie Regiment / 225e infanteriedivisie, het merendeel afkomstig uit Hamburg, trachtten het Schipdonkkanaal in Deinze over te steken, waarbij ze burgers meenamen als levend schild. Tijdens de artilleriebeschietingen tussen het Belgische en Duitse leger ontplofte er tussen 16.30 en 17.00 uur een obus in deze groep van 150 gijzelaars. Er kwamen 38 mensen om het leven.

Dag 16: Vinkt blijft in Belgische handen[bewerken]

Op zondag 26 mei 1940 ging onder de Duitse soldaten het gerucht dat burgers op hen hadden geschoten waarna er vergeldingsacties volgden. In Meigem werden inwoners naar de kerk gedreven en als gijzelaar gevangen gehouden. Vinkt bleef nog steeds in handen van de Ardense Jagers.

Dag 17: zwarte maandag[bewerken]

Maandag 27 mei 1940 was een zwarte dag voor Vinkt en Meigem. Op de hoeve "Van der Vennet" werden 's ochtends vroeg drie mannen (Omer Van Meenen, Jules Van Meenen en Emiel De Ketelaere) zonder enige reden gefusilleerd. Drie mannen (Achiel Van Renterghem, Alfons De Cloet en Raymond Van der Plaetsen) moesten hen ter plekke begraven.

De familie Vermeulen werd uit hun schuilkelder gehaald en naar de hoeve "Steenkiste" gebracht.

In de kerk van Meigem, waar sinds de dag voordien tientallen mensen werden gevangen gehouden vond er in de namiddag een zware ontploffing plaats. Hierbij kwamen 27 mensen om het leven. De verhalen rond de oorsprong van deze ontploffing zijn niet eenduidig. Feit is dat de kerk in de vuurlinie lag tussen de Belgische jagers en de Duitse 225e infanteriedivisie. Er zijn sterke vermoedens dat de kerk door een Belgische granaat is geraakt.

In de loop van de namiddag werden de vader en zoon van familie Vermeulen meegenomen en gedood, samen met Aloïs Coene, Emiel Galle en Petrus Mestdagh. De vrouwen werden naar de kerk van Meigem geleid, maar konden die verlaten voordat de ontploffing plaatsvond.

De beschietingen tussen de Duitse soldaten in Meigem en de Ardense Jagers in Vinkt duurde de ganse dag waarna de Duitse 337e IR/225e ID rond 15.00 uur Vinkt innam. De Duitse soldaten waren tegen deze tijd ook overtuigd geraakt dat burgers op hen hadden geschoten waarna een razzia in het dorp werd gehouden. De inwoners werden uit hun huizen gedreven en mannen, vrouwen en kinderen werden gescheiden. De vrouwen en kinderen werden samengebracht op de weide van boer Jules D’Oosterlinck. De mannen werden eerst richting Meigem gedreven, maar moesten in rijen van vijf in looppas terugkeren naar Vinkt. De oudsten werden aan de muur van het klooster neergeschoten. Aan de muur van de pastorij werd een groep van vijf naar voren geroepen en gefusilleerd. Onmiddellijk nadien volgden elf anderen. Even verderop, aan de beenhouwerij 'Van Laere' volgde een gelijkaardige executie. In totaal werden zo op het dorpsplein 38 mensen vermoord, vier overleefden dit drama...

De Duitse soldaten hadden nu kruispunten en boerderijen in Vinkt ingenomen waar ze groepjes mensen fusilleerden. Aan het Zwart Huizeke werden twaalf mensen geëxecuteerd en begraven in een massagraf.

De bovenstaande incidenten waren niet de enige op die zwarte maandag 27 mei 1940. In het totaal stierven in Vinkt en Meigem die dag 111 burgers als gevolg van artillerievuur of executies.

Dag 18: de capitulatie[bewerken]

Op dinsdag 28 mei 1940 capituleerde België waarmee de Achttiendaagse Veldtocht officieel eindigde. Doch de burgers die daags voordien waren gevangengenomen werden nog steeds gegijzeld op de weide van René D'Oosterlinck. Die dag werden nog eens negen mensen vermoord. Vijf slachtoffers (Louis Van Der Vennet, Gummaar Goyvaerts en Oscar, Herman en Roger Pieters) werden verplicht om hun eigen graf te delven waarna ze werden geëxecuteerd.

Nabeschouwing[bewerken]

De moordpartij in Vinkt werd niet uitgevoerd door afgerichte moordcommandos, zoals de SS-Einsatzgruppen lelijk hebben huisgehouden in Oost-Europa, maar door gewone soldaten uit Hamburg van de reguliere Duitse landmacht (Heer). Op enkele dagen tijd kwamen in Vinkt en Meigem 140 burgers om het leven, waarvan 86 mensen werden geëxecuteerd en 27 burgers stierven in de kerk van Meigem door een granaatexplosie. De slachtoffers waren afkomstig uit Vinkt, en naburige gemeenten Deinze, Petegem, Zeveren en Semmerzake. Na de Tweede Wereldoorlog kwam er een proces tegen de leidinggevende Duitse officieren majoor Erwin Kühner en luitenant Franz Lohmann. Zij werden in België veroordeeld tot twintig jaar dwangarbeid. Na vijf jaar werden ze uitgeleverd aan de Duitse autoriteiten.

Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]