Boeing E-3

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Boeing E-3A Sentry
060610-SKP-E-3-01.jpg
Algemeen
Rol Vliegend radar- en gevechtsleidingssysteem
Bemanning max 4 flightcrew en 13 controllers
Varianten E-3A,B,C,D,F
Status
Gebruik USAF 34, NAVO 18, RAF 7, ALA 4, RSAF 5, JSDF 2.
Afmetingen
Lengte 41,5 m
Hoogte 12,6 m
Spanwijdte 44,5 m
Vleugeloppervlak 283,5 m²
Gewicht
Leeggewicht 73480 kg
Startgewicht 146000 kg
Max. gewicht 152000 kg
Krachtbron
Motor(en) 4x Pratt & Whitney TF33-turbofan
Stuwkracht 21000 kN
Prestaties
Topsnelheid 850
Vliegbereik 9280 km
Actieradius 11+u zonder bijtanken km
Dienstplafond 12000 m
Bewapening
Raketten geen
Portaal  Portaalicoon   Luchtvaart

De Boeing E-3 Sentry (schildwacht) is een militair Airborne warning and control system-, of AWACS-vliegtuig, dat surveillance-, controle- en communicatiefaciliteiten levert aan de luchtstrijdkrachten.

Klanten[bewerken]

De E-3 Sentry is operationeel bij

  • USAF. Hiervoor werden 24 E-3B's en 10 E-3C's aangeschaft. De toestellen luisteren naar de tactische bijnaam 'Frisbee'. Een E-3B is in september 1995 op de vliegbasis Elmendorf in Alaska verongelukt waarbij alle bemanningsleden omkwamen. Er is er een permanent uitgeleend aan Boeing voor tests, onderzoek en ontwikkeling. Er zijn 28 E-3's operationeel bij 552d Air Control Wing op de vliegbasis Tinker in Oklahoma, 2 stuks bij 3rd ACW op de vliegbasis Elmendorf in Alaska en 2 stuks bij 18th ACW op de vliegbasis Kadena in Japan.
    E-3B's worden in de Verenigde Staten ook gebruikt bij surveillance ten behoeve van anti-drugsmissies van de douane. De Amerikaanse douane kan op vooraf geplande missies meevliegen om smokkelactiviteiten te herkennen en te bestrijden.
  • NAVO. Hiervoor werden 18 E-3A’s aangeschaft waarvan één inmiddels is verongelukt in Griekenland. De toestellen luisteren naar de tacticall 'Magic' en zijn gelegerd op het NAVO-steunpunt Geilenkirchen in Duitsland. Zij zijn in eerste instantie verantwoordelijk voor de bewaking van het NAVO-luchtruim, maar worden ook ingezet bij wereldwijde NAVO-operaties. Voorts maken de E-3A's veel gebruik van Forward Operating Bases, Aktion (Griekenland), Trapani (Italië), Konya (Turkije) en Ørland (Noorwegen).
  • RAF. De RAF heeft zijn 7 operationele E-3D’s genoemd naar de 7 dwergen uit Sneeuwwitje: Happy, Sleepy, Sneezy, Grumpy, Dopey, Bashful en Doc. Zij zijn ingedeeld bij 8 en 23 Squadron op RAF Waddington. De bestelling van de RAF kwam voort uit een zeer dure onsuccesvol afgesloten test met een eigen product, de Nimrod AEW 3-versie.
  • Armée de l’Air. Frankrijk heeft 4 E-3F's operationeel; deze luisteren naar de tacticall 'Cyrano' en zijn gelegerd op de vliegbasis Avord in centraal Frankrijk.
  • RSAF. De Saudische luchtmacht heeft in 1983 5 ex-USAF E-3D's gekocht. Deze toestellen bezitten niet de capaciteit van de Amerikaanse E-3’s maar werden speciaal ingericht op de defensieve luchtverdedigingstaak in de Perzische Golf en de Rode Zee. Zij zijn sinds 1987 operationeel op de vliegbases Dahran en Riad.
  • Japan Self-Defense Forces. Ook Japan bezit 4 operationele AWACS-systemen. Deze zijn gelegerd bij 601 Hikotai op de vliegbasis Hamamatsu. Omdat er geen Boeing 707-airframes meer beschikbaar waren werden deze systemen in tegenstelling tot de overige ondergebracht in airframes van de Boeing 767. Japan beschikt dus over de E-767 Sentry.

De productie van de E-3 stopte in 1992 nadat er 68 waren geleverd. Er waren geen goede Boeing 707-airframes meer beschikbaar.

Geschiedenis[bewerken]

RAF E-3D zonder upgrades
Werkpositie in een E-3A

Het testen en evalueren van de eerste E-3 vond plaats in oktober 1975. In maart 1977 werden bij 552nd Airborne Warning and Control Wing (nu 552nd Air Control Wing) op de vliegbasis Tinker, Oklahoma de eerste E-3’s operationeel, later gevolgd door E-3D’s. De gehele E-3-vloot werd in de periode 1999-2001 technisch volledig gerenoveerd (zie upgrades).

De NAVO schafte E-3A's aan ten behoeve van de centrale NAVO-luchtverdediging. Daarom werd besloten om de bemaningsleden samen te stellen uit luchtmachtpersoneel van alle NAVO-landen; ook kregen de NATO E-3’s registratietekens uit Luxemburg, tot dat moment nooit met een luchtmacht uitgerust.

De eerste NATO E-3 werd operationeel in januari 1982. De ervaring heeft uitgewezen dat de E-3 snel en effectief reageert op crises en wereldwijd kan worden ingezet. Het systeem kan bijna niet gestoord worden en heeft succesvol missies gevlogen terwijl het door zware elektronische tegenmaatregelen werd beïnvloed. Door zijn mobiliteit als AWACS heeft de Sentry een grotere kans oorlog te overleven dan een vaste radarinstallatie op de grond. De vliegroute kan bijvoorbeeld continu aangepast worden aan missie en overlevingsbehoeften.

De E-3 kan meer dan 11 uur achter elkaar missies vliegen zonder bijgetankt te worden. Het bereik en de missietijd kunnen ook aanzienlijk verlengd worden door bijtanken in de lucht en door actief gebruik van een rustcompartiment voor de bemanning.

Techniek[bewerken]

De E-3 Sentry is een aangepaste militaire versie van de commerciële Boeing 707.

De draaiende ROTODOME boven de romp is zijn voornaamste kenmerk. Deze heeft een diameter van 9,10m, is 1,80m dik en staat 4,20 m boven de romp op twee steunen. In de radome zit een naar beneden 'kijkende' Northrop Grumman AN/APY-12 AWACS-radar die het luchtbeeld van boven de grond tot in de stratosfeer bewaakt.

Generatoren op elk van de vier motoren wekken de 1 MegaWatt vermogen op die benodigd is voor een goede werking van de radar. Middels het IFF-systeem worden de eigen toestellen van vijandelijke onderscheiden. De radar heeft een bereik van meer dan 400 km voor laagvliegende objecten en kan door gebruik van een speciale radarmode zeer laag vliegende vliegtuigen opsporen en volgen, terwijl die door obstakels voor normale radarstations niet zichtbaar zijn. Het bereik voor middelhoog tot hoogvliegende objecten wordt gegeven als over de horizon. Dit werkelijke bereik is geheim maar wordt geschat op ongeveer 800 km.

Radar en computersystemen van de E-3 Sentry kunnen een breed en gedetailleerd beeld geven van het virtuele slagveld. Dit omvat het opsporen en volgen van vijandelijke schepen en vliegtuigen en de locaties en status van eigen vliegtuigen en schepen.

Tijdens het gevecht wordt ook real-time data verzameld zodat men altijd over het meest actuele luchtbeeld beschikt. Deze informatie kan eventueel middels datalink verstuurd worden naar het commando en andere eenheden op de grond of op zee. De E-3 beschikt hiervoor over belangrijke subsystemen voor navigatie, communicatie en dataverwerking.

Op de werkposities van de controllers - de consoles - wordt de door computers verwerkte data zowel grafisch als in tabelvorm op de monitors zichtbaar gemaakt. Alle controllers worden met deze beelden en gegevens voorzien van de basisgegevens voor hun eigenlijke taken

  • luchtruimbewaking
  • objectidentificatie
  • communicatie
  • bepalen waar en wanneer welke middelen moeten worden ingezet

Het totaal van al deze maatregelen noemt men battle management.

Upgrades[bewerken]

De technische renovatie van de USAF-E-3-vloot staat bekend als het Block 30/35 Modification Program, dat belangrijke verbeteringen inhield op het gebied van:

  • Electronic Support Measures (ESM), dit ten behoeve van passieve detectie van uitgezonden radiogolven uitzenden, bijvoorbeeld van radarstations en communicatiecentra.
  • Joint Tactical Information Ditribution Systems (JTIDS), dit ten behoeve van storingsvrije communicatie, voor informatiedistributie, positiebepaling en identificatiemogelijkheden.
  • Global Positioning System (GPS), een verbeterd satellietgestuurd navigatiesysteem voor precisienavigatie.
  • Andere Identification Friend or Foe (IFF) en data-link fighter-control (TADIL-C)-antennes.
  • Voorbereiding voor het in ontwikkeling zijnde Link-16 datauitwisselingssysteem.
  • Uitbreiding van computergeheugencapaciteit voor de ESM, JTIDS, TADIL en Link-16-uitbreidingen.

Vanaf 1990 ondergingen alle NATO-AWACS-toestellen het Radar System Improvement System (RSIP). RSIP was een samenwerkingsverband tussen de VS en de NAVO op het gebied van hardware- en softwaremodificaties aan het bestaande radarsysteem.

Door het RSIP werden de elektronische tegenmaatregelen, de betrouwbaarheid, de onderhoudsintervallen en de beschikbaarheid van het systeem drastisch verbeterd. Dit werd aan de buitenkant van de toestellen ook zichtbaar. De ‘nieuwe’ E-3’s werden voorzien van twee langwerpige sensors aan beide zijden van de romp. Ook werden zij voorzien van een stompe sensor onder de neus.

Na een drie jaar durende planning en ontwikkeling werd in 1997 besloten tot de volgende upgrade van de gehele AWACS-vloot. Hierbij moesten de toestellen op de Mid Term Program (MTP)-standaard worden gebracht waarbij de capaciteit van de toestellen weer aanzienlijk werd verbeterd.

Het MTP hield voornamelijk in het verbeteren van de

  • VHF-communicatiemogelijkheid
  • HAVE QUICK-autocom-mogelijkheid
  • IFF-transponder- en interrogatorsystemen

Tevens hield het in

  • een volledige multi-sensor-systeemintegratie
  • de installatie van een nieuwe UHF SATCOM-faciliteit
  • de installatie van een verbeterd GPS-systeem
  • de installatie van extra consoles

Het MTP werd in januari 2008 voltooid. Met dit project was een totaalbedrag van $1,6 miljard gemoeid dat werd gefinancierd uit NATO-budgetten. De investering stelt de toekomst van het systeem voor de komende tien jaar zeker.

Inzet[bewerken]

Afhankelijk van aard en locatie van zijn missie wordt een ingezette E-3 ergens in het luchtruim gepositioneerd. Van hier vliegt hij een vooraf bepaald patroon; de ‘racetrack’. Deze is altijd verwijderd van het gebied waar daadwerkelijk acties worden ondernomen. In zijn ‘racetrack’ voert de E-3 zijn patrouilletaak uit en detecteert, identificeert en volgt hij van ver alle vliegbewegingen. Door de controllers worden hierbij eigen vliegtuigen op onderscheppingskoers naar de vijand gebracht of worden beschadigde eigen toestellen op een ontwijkingskoers gebracht.

In de nadagen van de Koude Oorlog speelde de AWACS rol zich af rond de grenzen van de voormalige Sovjet-Unie. In Europa bewaakten E-3’s het luchtverkeer rond het grensgebied van de voormalige Oostbloklanden. Dat gebied strekte zich uit van de Noordkaap tot aan Turkije.

Tijdens operatie Desert Storm in 1990 en 1991 werden door de USAF meer dan 850 AWACS-missies gevlogen in meer dan 5000 vlieguren. Hierbij werd radardekking en gevechtsleiding geleverd aan meer dan 120000 coalitie-vluchten. Naast het leveren van tijd-kritische informatie over vijandelijke bewegingen aan het hogere commando, assisteerden E-3-bemanningen in 38 van de 40 gevallen waarbij tijdens het conflict vijandelijke toestellen in de lucht werden uitgeschakeld. Ook tijdens de operatie Allied Force speelden NATO E-3’ s een zeer belangrijke rol bij het afdwingen van de no-fly-zone boven Bosnië en gedurende de Kosovo-crisis.

De dataopslagcapaciteit van de computersystemen maakte het tijdens deze conflicten mogelijk voor het eerst in de geschiedenis een volledige luchtoorlog op te nemen.

De laatste operationele inzet was in 2011 rond en boven Libië gedurende de NATO operatie Unified protector.

Toekomst[bewerken]

De E-3’s van de USAF worden vanaf 2015 uitgefaseerd; daarbij zullen zij vermoedelijk samen met de Boeing E-6 Mercury en de Boeing E-8 JSTARS vervangen worden door de Boeing E-10. Dit toestel zal zijn gebaseerd op het airframe van de Boeing 767. Zoals de situatie er momenteel bij staat zullen de E-3’s van de NAVO vanaf 2014 weer worden gemoderniseerd zodat ze naar verwachting zeker tot 2035 in dienst kunnen blijven.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]