Emeritaat

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Emeritaat is de naam voor het pensioen van een hoogleraar, magistraat of geestelijke. Emeritus is een Latijns woord dat letterlijk vertaald 'uitgediend' betekent; de gangbare betekenis in het Nederlands is 'rustend'.

Wetenschap[bewerken]

Veel hoogleraren blijven ook na hun pensioen wel actief in hun vakgebied; het ius promovendi vervalt echter meestal na 5 jaar. Soms voeren hoogleraren die met emeritaat zijn de titel em. prof. of prof. em. (emeritus professor). Verder komt men ook wel tegen 'emeritus hoogleraar' of 'erehoogleraar'. Een en ander ter onderscheiding van een oud- of ex-hoogleraar, die ook na zijn (tijdelijke) aanstelling op jongere leeftijd of eerder dan zijn pensioen is gestopt.

Vroeger konden hoogleraren pas met pensioen gaan op 70-jarige leeftijd, tegenwoordig op 65-jarige. Velen willen desondanks nog verbonden blijven aan hun instelling, vaak in de vorm van een nulaanstelling of gasthoogleraarschap. Gewoonlijk verrichten emeriti dan geen beheers- of bestuurstaken meer, en vaak geven ze ook geen onderwijs meer. In de praktijk houden ze zich vooral bezig met het begeleiden van hun promovendi die hun proefschrift niet vóór het emeritaat van hun promotor hebben kunnen afronden. Daarnaast verricht een emeritus vaak nog onderzoek; vaak heeft dat het karakter van het afhechten van "losse eindjes", dat wil zeggen de dingen die vóór het emeritaat zijn blijven liggen.

Geestelijkheid[bewerken]

Bij priesters en bisschoppen betekent het emeritaat dat de geestelijke niet langer verplicht is zijn missie of parochie te bedienen, en vervangen wordt. Emeriti geestelijken blijven echter veelal op kleinere schaal actief in de bedieningen van de sacramenten. Bisschoppen consacreren nog andere bisschoppen, priesters celebreren veelal nog de H. Mis.

Bij predikanten betekent emeritering dat iemand geen eigen gemeente meer heeft. Men behoudt echter het recht om in kerkdiensten voor te gaan en de sacramenten, zoals doop en avondmaal, te bedienen.

Emeritaat kan ook wegens ziekte worden verleend, en in de praktijk vragen de meeste predikanten die iets anders gaan doen emeritaat aan, zij treden niet werkelijk af.

Op 26 februari werd duidelijk dat de paus Benedictus XVI na zijn aftreden de titel van paus emeritus draagt. Het aftreden van een paus is sinds 1415 niet meer voorgekomen. De juristen van het Vaticaan zochten daarom naar een passende titulatuur.[1]

Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Benedictus voortaan emeritus paus, 26 februari 2013, rkk.nl