Factorij
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Een factorij is een kleine nederzetting, van waaruit handel werd bedreven (zie handelspost). Zo'n factorij was in handen van een moederland of bedrijf dat de (eigenlijk) kleine kolonie van elders bestuurde. (Zie ook Kolonie (staatkundig).) Vaak bestond een factorij uit een paar pakhuizen met een hoofdkantoor erbij.
Het woord is volgens Van Dale afgeleid van het van het woord factoor, zaakgelastige of tussenpersoon.
In deze factorijen werden de goederen gecontroleerd en kregen ze hun eerst grove behandeling daarna werden ze nauwkeurig gewogen en verpakt om geschikt te maken voor de lange reis over zee. Met name specerijen, cacao, thee, tabak, koffie, suiker, porselein en bont moesten goed beschermd worden tegen de zoute zeelucht en tegen bederf. In sommige gevallen, bijv. bij de uitvoer suiker en invoer van slaven, moest aan de facorij ook een belasting worden betaald
Alle op de Oost en West varende handelscompagnieën maakten gebruik van zulke factorijen. De belangrijkste man op de factorij werd opperhoofd of factoor genoemd.
[bewerk] Voorbeelden van factorijen
- Kaapstad Zuid-Afrika
- Calicut
- Ambon
- Kust van Coromandel
- Colombo (stad)
- Formosa
- Kanton (plaats in China)
- Mocha (Jemen)
- Fort Oranje (New York) (wat eigenlijk een grote factorij was).
- Decima, van 1641 tot 1859 de Nederlandse handelspost op een kunstmatig eiland in de haven van Nagasaki, Japan.
Verder waren er factorijen in Perzië, Birma, Thailand, Laos, Malakka en Vietnam.[1]
[bewerk] Zie ook
- Vereenigde Oostindische Compagnie
- Handelsposten van de VOC in het Midden-Oosten.
- West-Indische Compagnie
- Britse Oost-Indische Compagnie
- Lijst van Opperhoofden van Hirado en Dejima
[bewerk] Noten
- ^ Towards A New Age of Partnership. TANAP. A Dutch-Asian-South African Heritage Project.

