Factorij

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De Nederlandse factorij in Hirado. 17e-eeuwse gravure
Het kasteel Elmina

Een factorij is een kleine nederzetting van waaruit handel werd bedreven met het moederland. Zo'n factorij was in handen van een compagnie of bedrijf dat de kleine nederzetting van elders bestuurde met inzet van een lokaal opperhoofd, directeur, commandeur of gouverneur. Alle op de Oost en West varende handelscompagnieën maakten gebruik van factorijen, maar de hiërarchie die de VOC hanteerde is niet erg duidelijk. Vaak bestond een factorij uit slechts een paar pakhuizen, woningen voor het personeel, een kerk en een hoofdkantoor, soms met garnizoen in een versterking of fort om de positie tegen indringers of aanvallers te kunnen verdedigen.

Betekenis en functie van factorijen[bewerken]

Het woord factorij is afgeleid van het woord factoor, dat zaakgelastigde of tussenpersoon betekent. De belangrijkste man op de factorij was het opperhoofd of factoor. Zijn functie was sterk gebaseerd op vertrouwen.

In de factorijen werden de te verzenden goederen gecontroleerd en kregen hun eerste grove behandeling. Daarna werden ze gewogen en verpakt om ze geschikt te maken voor de lange reis over zee. Met name specerijen, cacao, thee, tabak, koffie, suiker, porselein, salpeter, opium, huiden en bont moesten beschermd worden tegen de zoute zeelucht, vocht, ratten of bederf. Bij de uitvoer van suiker en invoer van slaven, moest aan de factorij een belasting worden betaald.

Pieter van Dam schreef dat in de factorij te Hooghly (Bengalen) 's nachts bij maanlicht zoveel smokkelwaar (amphioen) tussen de Compagniespakhuizen en particuliere woningen getransporteerd werd, dat men zich bij louter particuliere kooplieden waande.[bron?]

Voorbeelden van factorijen[bewerken]

Verder waren er factorijen in Perzië, Birma, Thailand, Laos, Malakka en Vietnam.[1]

Zie ook[bewerken]

Varia[bewerken]

In de Sovjet-Unie was een factorij (фактория; faktoria) een handelsplaats in een afgelegen gebied zoals Jakoetië, Nenetsië, Tajmyr of Tsjoekotka, waar de staat huiden opkocht van Siberische jagers (uit lokale volkeren) en de jagers voorzag van basisgoederen, levensmiddelen en werktuigen voor de jacht. Deze factorijen bestaan nog op verschillende plekken, maar zijn nu onderhevig aan de vrije markt.

Noten
  1. Towards A New Age of Partnership. TANAP. A Dutch-Asian-South African Heritage Project.