Friedrich Weinreb

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Friedrich Weinreb

Friedrich Weinreb (ook Fryderyk, Frederik of Freek Weinreb; Lemberg, het huidige Lviv, 18 november 1910Zürich, 19 oktober 1988) was een joods-chassidische verteller, schrijver en econoom. Hij was het onderwerp van de zogenoemde Weinreb-affaire rond zijn activiteiten als Duits collaborateur en vermeend jodenhelper tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Biografie[bewerken]

Weinreb stamde af van een traditioneel Oost-Europees chassidisch jodendom. Zijn familie week in 1916 van Wenen naar Nederland uit. De jonge Friedrich bracht zijn kindertijd en jeugd in Scheveningen door en studeerde daarna economie in Wenen en Rotterdam, waar hij in 1938 zijn doctoraal examen aflegde.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog speelde Weinreb in Den Haag een controversiële rol. Hij zette een fictief emigratiebureau op en creëerde een niet bestaande Duitse generaal, met wie hij - naar eigen zeggen - correspondeerde. Joden die zich bij hem – tegen betaling – lieten registeren, spiegelde hij voor dat zij zo hun deportatie konden uitstellen. Merkwaardigerwijs verleenden de Duitse bezetters althans gedeeltelijke medewerking aan Weinrebs initiatief: de personen op zijn lijsten werden via de Joodse Raad voorlopig van deportatie vrijgesteld.[bron?]

Ook na het falen van dit systeem, toen bleek dat verschillende door de lijst-Weinreb beschermde personen tóch waren opgepakt, ging hij ermee door; hij rechtvaardigde dit later door erop te wijzen dat hij de veelal willoze slachtoffers van de jodenvervolging zo althans weer enig uitzicht bood en velen van hen loskwamen van hun passieve houding.

Op 11 september 1942 werd Weinreb gearresteerd. Hij werd de volgende dag naar Huize Windekind overgebracht, waar hij werd verhoord door de SD-er Fritz Koch.[1] Weinreb zou erin zijn geslaagd zich te redden door de Duitsers aan het lijntje te houden met zijn verzonnen generaal. Toen zij hem begin 1944 begonnen te doorzien, dook hij onder.

Rol in het verraad van Jan Carmiggelt[bewerken]

Jan Carmiggelt, de broer van Simon Carmiggelt, was betrokken bij de verdeling van voedselbonnen aan onderduikers en werd op 17 juli 1943 opgepakt wegens illegale activiteiten. Het bij hem en zijn vrouw ondergedoken joodse meisje kon via de achtertuin ontsnappen. Drie dagen voor zijn arrestatie werd de joodse arts Joseph Kalker opgepakt, die weigerde namen te noemen, waarvoor hij mishandeling dorstond. Volgens Carmiggeltbiograaf Henk van Gelder ging het verder als volgt.

Aanhalingsteken openen

Daarop werd hij in één cel geplaatst met Friedrich Weinreb. Aangenomen wordt dat Weinreb zijn celgenoot de naam van Marcel Elsen heeft ontfutseld, en die prompt aan de SD heeft doorgegeven. Elsen was de man van wie dokter Kalker distributiebonnen kreeg. Ook hij werd gearresteerd en verhoord. Tijdens dit verhoor heeft Elsen verklaard dat hij de bonnen ontving van Jan Carmiggelt.[2]

Aanhalingsteken sluiten

In 1948 werd Weinreb door de Bijzondere Raad van Cassatie veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf. In december van dat jaar kreeg hij gratie, te danken aan het 50-jarige jubileum van koningin Wilhelmina. Nadat Jacques Presser in zijn boek Ondergang enkele lovende passages aan hem wijdde,[3] schreef Weinreb, onder redactie van Aad Nuis en Renate Rubinstein, een autobiografie, waarin hij zijn doen en laten tijdens de oorlog uit de doeken deed; de publicatie van dit boek, Collaboratie en verzet, deed veel stof opwaaien en gaf aanleiding tot de Weinreb-affaire.

Weinrebs redacteuren beoogden zijn eerherstel, maar hun streven pakte averechts uit. In de polemiek rond zijn autobiografie speelde onder anderen de schrijver W.F. Hermans een voorname rol als aanklager. In Collaboratie en verzet bleken zaken niet te kloppen; zo begon Weinreb bijvoorbeeld met het voordragen van mensen voor vrijstelling van Arbeitseinsatz drie maanden voordat die Einsatz begon. Daarnaast schreef Weinreb in zijn memoires dat hij in 1942 vanwege het doorslaan van een Joodse vrouw, die Bep Turksma heette, door de Duitsers gearresteerd werd. Turksma bleek nog in leven te zijn, en ontkende met klem ooit iets met Weinreb te maken te hebben gehad. Daarnaast doken er getuigen op die onder meer vertelden over 'medische keuringen' van vrouwen die de econoom Weinreb ook hoogstpersoonlijk wenste uit te voeren.

In reactie op dit rumoer gaf de toenmalige minister van justitie in 1970 het toenmalige Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie onder leiding van dr. Lou de Jong opdracht een rapport uit te brengen over deze zaak. Na zes jaar onderzoek publiceerde het Instituut een rapport, waarin weinig heel werd gelaten van Weinrebs vermeende verzetsdaden. Op grond van talrijke getuigenverklaringen werd geconcludeerd, dat Weinreb zich gedurende de Tweede Wereldoorlog schuldig had gemaakt aan collaboratie en verraad. Toch staat in ditzelfde rapport[4] dat aan de hand van talrijke getuigenverklaringen is vastgesteld dat als gevolg van Weinrebs activiteiten gedurende de oorlog minimaal zesendertig levens zijn gered.

De film In de schaduw van de overwinning van Ate de Jong is deels gebaseerd op het verhaal van Weinreb. Edwin de Vries speelt hierin een personage, dat op Weinreb gebaseerd is.

Internationale bekendheid geniet Weinreb op het gebied van de Joodse mystiek en bijbelinterpretatie. Vanaf de publicatie van zijn boek De Bijbel als Schepping in 1963, legde hij zich meer en meer op dit onderwerp toe.

Beknopte bibliografie[bewerken]

De affaire-Weinreb[bewerken]

  • F. Weinreb, Collaboratie en verzet, Den Haag en handelsuitg. Meulenhoff, Amsterdam 1969/1970, 3 delen (in het Duits vertaald als Die langen Schatten des Krieges 1989, 3 Bände. ISBN 3-88411-035-7
  • Dick Houwaart, Weinreb, een witboek. Met een inleiding door Aad Nuis, uitg. Meulenhoff, Amsterdam (1975) ISBN 90-290-0180-1
  • D. Giltay Veth, en A.J. van der Leeuw, Rapport door het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie uitgebracht aan de minister van justitie inzake de activiteiten van drs. F. Weinreb gedurende de jaren 1940-1945, in het licht van nadere gegevens bezien, 2 delen, Den Haag (1976) ISBN 90-12-01068-3
  • Onderzoek naar de activiteiten van de heer Weinreb in de Duitse bezettingstijd: aanvulling op het Weinreb-rapport, uitg. RIOD en Staatsuitgeverij, Den Haag (1981) ISBN 90-12-03491-4
  • Aad Nuis, Het monster in de huiskamer: een analyse van het Weinreb-rapport, Amsterdam, (1979) ISBN 90-290-1362-1
  • Regina Grüter, Een fantast schrijft geschiedenis, uitg. Balans, Amsterdam (1997) ISBN 90-5018-379-4
  • René Marres, Over Willem Frederik Hermans, de geschiedkunde en het fenomeen Weinreb, uitg. Stichting Internationaal Forum voor Afrikaanse en Nederlandse Taal en Letteren, Leiden (1999) ISBN 90-6412-117-6
  • René Marres Frederik Weinreb: verzetsman en groot schrijver, uitg. Aspekt, Soesterberg (2002) ISBN 90-5911-080-3
  • W.F. Hermans, De Chassidische bellenblazer, of De demontage van de maatschappijkritische, gynaecologische, religieuze, historische en literaire stinkbom die Weinreb heette (26 september 1976); Weinreb en de Nederlandse letterkunde (27 september 1976); Lou de Jong en de tante van Weinreb (november 1976); in: Houten leeuwen en leeuwen van goud, uitg. De Bezige Bij, Amsterdam (1979) ISBN 90-234-0669-9
  • W.F. Hermans, Frijderijk de Vrome; Koning Holleweinreb (4 maart 1970); De wasscher van de zwakken (25 maart 1970); Het geval Turksma (20 mei 1970); Van Kafka tot Presser (10 juni en 1 juli 1970); Een betere wereld en iedereen een standbeeld; Een jaar later (8 mei 1971); in: Het sadistisch universum 1 & 2, uitg. De Bezige Bij, Amsterdam (1996) ISBN 90-234-3543-5

Joodse mystiek[bewerken]

Externe links[bewerken]

Religieus werk

De affaire-Weinreb

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Collaboratie en Verzet 1940-1945, hoofdstuk 23, F. Weinreb
  2. Henk van Gelder, Carmiggelt. Het levensverhaal, Amsterdam, Nigh & Van Ditmar, 1999, 85
  3. Ondergang. De vervolging en verdelging van het Nederlandse jodendom 1940-1945, 2 delen. Staatsuitgeverij, Den Haag 1985, Deel 2 Hoofdstuk 5, p. 101-110, J. Presser
  4. Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie, Het Weinreb-rapport deel I blz.422-431, deel II blz.1113-1123.