Gasgenerator

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Samenvoegen   Iemand vindt dat de onderstaande inhoud, of een gedeelte daarvan, samengevoegd zou moeten worden met zuiggasmotor, of dat er een duidelijkere afbakening tussen beide artikelen dient te worden gemaakt  (hier melden).

Een gasgenerator is een apparaat dat door verhitting gas wint uit hout, turf, steenkool of bruinkool. Hij werd in de Tweede Wereldoorlog veel gemonteerd op auto's en autobussen om deze van brandstof te voorzien, omdat benzine niet meer beschikbaar was.

Reden[bewerken]

Toen Duitsland in 1940 Nederland bezette, ontstond meteen grote schaarste aan benzine, doordat de bezetter alle benzine opeiste.

Geschiedenis[bewerken]

Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd onder andere in Frankrijk geëxperimenteerd met vergast hout als vervanging van benzine. In een poging het land minder afhankelijk te maken van de grote mogendheden gingen deze experimenten tot in de jaren 20 en 30 van de 20e eeuw door. Gohin-Poulenc heeft zelfs nog geprobeerd hiervoor in Nederland afzet te vinden, wat mislukte, omdat de Nederlandse automobilist het te omslachtig vond. Toen in mei 1940 de Tweede Wereldoorlog begon, ontstond er meteen een markt voor de Franse gasgeneratoren, en er werden ook uit Zweden en Duitsland gasgeneratoren geïmporteerd. Al snel gingen ook Nederlandse bedrijven gasgeneratoren fabriceren. Nederlandse bouwers van gasgeneratoren waren Gé-Bé, Gatsonides, Schakel, NTG, Gusto, Gortim, Erres (van technische groothandel R.S. Stokvis) en Duintjer. De buitenlandse gasgeneratoren hadden hout als brandstof/grondstof nodig, en dat was in Nederland in onvoldoende mate aanwezig. Vandaar dat de gasgeneratoren van Nederlandse makelij vooral met turf en steenkool gevoed werden.

Constructie[bewerken]

De gasgenerator werd over het algemeen achter op de auto geplaatst. De gasgenerator bestaat uit een grote stalen bunker, die vanboven gevuld wordt met de grondstof. Die werd onderin aangestoken, aanvankelijk met een lont, maar later werden hiervoor speciale lucifers gebruikt. Door gedeeltelijke verbranding van de brandstof, ontstaat onderin gloeiende kool. Dit verbrandt met de zuurstof uit de lucht gedeeltelijk tot koolmonoxide. De benodigde trek ontstaat door de aanzuigende werking van de draaiende motor. Omdat het gasmengsel verontreinigd is met stof en vocht en heet is, moet dit eerst een aantal keren gefilterd en gekoeld worden. Halverwege de oorlog raakte het cycloonfilter in zwang. Hierin werd het gas in werveling gebracht, waardoor de verontreinigingen naar buiten werden geslingerd. Na het filteren komt het gasmengsel in de verbrandingsruimte, de cilinders, van de motor terecht, waar het tot ontbranding gebracht wordt, om de motor te laten draaien.

Bediening[bewerken]

De bediening van een gasgenerator was niet makkelijk. Doordat de benodigde trek werd veroorzaakt door de aanzuigende werking van de motor, was het op gang brengen van een niet werkende gasgenerator moeilijk. Voor het op gang brengen van het verbrandingsproces was een blaasbalg of ventilator nodig. In het gunstigste geval duurde het vijf tot tien minuten voor de motor gestart kon worden. Als grondstof voor het generatorgas werd in Nederland voornamelijk antraciet gebruikt. Daarnaast reden ook veel Nederlandse auto's op turf of turfcokes.

Problemen[bewerken]

De motoren liepen niet erg goed op dit gas, in ieder geval aanzienlijk minder goed dan op benzine. Bovendien moest ook het gewicht van de gasgenerator en een eventuele hoeveelheid brandstof worden meegenomen, wat ook vermogen kost. In de loop van de oorlog werd geprobeerd de gasgeneratoren compacter te maken. Er werden speciale generatoren ontwikkeld voor kleine auto's. De firma Duintjer maakte een kleine generator die niet achter op de auto werd gemonteerd, maar die voor de radiateur zat.

Niet alleen auto's maakten gebruik van gasgeneratoren, maar ook bussen, vrachtwagens en zelfs aandrijfmotoren van bouwkranen liepen op generatorgas. Zelfs op binnenvaartschepen en bij bakkersovens werd van gasgeneratoren gebruikgemaakt.

Het rijden met een gasgenerator is vooral geschikt voor langere afstanden. In het stadsverkeer, waarbij een auto vaak moet stoppen, zou het vuur in de generator te zwak worden. Voor gebruik in de steden werd dan ook gekozen voor stadsgas als brandstof. Het stadsgas - meestal persgas genoemd - werd in gasflessen geperst, die op het dak van de auto lagen of op de achterbumper waren gemonteerd. Ook werd het wel in grote ballonnen in een frame op het dak meegevoerd. De actieradius was erg beperkt, maar als men binnen de stad bleef, kon men gemakkelijk naar de lokale gasfabriek om te tanken.

Andere betekenis van gasgenerator[bewerken]

De benaming gasgenerator wordt ook gebruikt voor een deel van een gasturbine.