Heliopolis (stadswijk)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Laan in Heliopolis
Baron Edouard Empain, 1852-1929, Belgische avontuurlijke industrieel die droomde van een stad in de woestijn

Heliopolis (in het Arabisch: مصر الجديدة) is een buitenwijk van Caïro, hoofdstad van Egypte. De stad werd begin de 20ste eeuw gebouwd onder impuls van de Belgische industrieel Edouard Empain. De stad is een voorbeeld van het Belgische expansiestreven omstreeks de eeuwwisseling en de aspiraties van een invloedrijke en fantasierijke Belgische industrieel. De typische en unieke architectuur in dit stadsdeel bestempelt men als de Heliopolische stijl en komt tot uiting in de talloze gebouwen en paleizen (zoals de Hindoevilla).

Het verloop[bewerken]

Een spoorweg in Egypte[bewerken]

Édouard Louis Joseph Empain (geboren in Belœil, Henegouwen in 1852) was deskundige inzake de aanleg van spoorwegen en trams en werd in die optiek gevraagd om een spoorweg tussen Port Said en Matariya aan te leggen (hij stond ook bekend als de drijvende kracht achter de Parijse metro). Hij zocht ingenieur Jean Jadot aan om de spoorwegen aan te leggen. Empain trekt in januari 1904 naar Egypte om zijn plannen uit te werken. Aangezien deze plannen van de Belgische industrieel niet strookten met de Britse belangen in de regio greep hij naast het contract.

1905: droom van een zonnestad[bewerken]

Na deze tegenslag blijft Empain echter niet bij de pakken zitten. In plaats van huiswaarts te keren blijft hij in Egypte en raakt gefascineerd door de onmetelijke woestijn. Hij besluit een nieuw ambitieus project uit de grond te stampen. Voor een prikje koopt hij in 1905 een stuk woestijnland aan met een oppervlakte van 2500 hectare in de oase van Abbasiya. Hij speelt met het idee om een sprookjesachtige en moderne woestijnstad te bouwen, genaamd Heliopolis, letterlijk 'stad van de zon'. Een jaar later wordt de Cairo Electric Railway and Heliopolis Oasis Society opgericht en wordt met de bouw van de stad begonnen op 10 kilometer van de Egyptische hoofdstad.

De ambitieuze plannen[bewerken]

Heliopolis diende in de eerste plaats een droomstad te worden die klasse en luxe zou uitstralen. De plannen zijn bijgevolg ambitieus te noemen, maar passen bovendien volledig binnen de normen van die tijd. Naast de noodzakelijke voorzieningen als water, afvoer, elektriciteit, riolering etc. wordt ook werk gemaakt van enorme hotels, een renbaan, een golfbaan, een pretpark, prachtige villa's en paleizen (met prachtige binnentuinen), galerijen, bungalows... en dit alles doorkruist met enorme lanen en boulevards. Er werd ook een tramlijn aangelegd van Caïro naar Heliopolis.

1909: een fantasie wordt werkelijkheid[bewerken]

In 1909 was Heliopolis zo goed als volledig klaar. Het succes liet niet op zich wachten. Veel rijke Egyptenaren verhuisden naar deze groene buitenwijk waar zij prachtige villa's betrokken. Het huidige militaire hoofdkwartier was toen de imposante woning van Boghos en Marie Nubar Pasha, die er hadden voor gezorgd dat Empain voor slechts 6000 pond het woestijnland had kunnen aankopen. Rechtover staat de vroegere residentie van sultan Hussein Kamel die over Egypte regeerde tijdens de Eerste Wereldoorlog. Momenteel worden binnen- en buitenlandse gasten van de Egyptische president hier ondergebracht. Ook nu nog kan je Heliopolis bestempelen als een wijk waar de elite woont. Het heeft echter al veel van zijn pracht ingeboet en vele villa's hebben ondertussen plaats geruimd voor enorme woonblokken. Door de groei van de bevolking en de daarmee gepaard gaande verstedelijking is Heliopolis volledig opgenomen in de miljoenenstad Caïro. De vroegere groene aanblik door de talloze tuinen en parken is verdwenen aangezien bijna alle lege ruimtes werden volgebouwd. Bovendien is de stadswijk van groot strategisch belang aangezien de residentie van president Hosni Mubarak daar is gevestigd. Verder bevindt zich daar ook het presidentieel paleis en het hoofdkwartier van de luchtmacht.

De stijl[bewerken]

De stijl is een duidelijke mix van typische Oosterse, Moorse, Arabische en Europese stijlkenmerken. Omdat deze specifieke stijl voorkomt in een relatief welomlijnd gebied, namelijk het oosten van Caïro, worden deze als zeer typisch ervaren en vaak onder de noemer Heliopolische stijl gekenmerkt. We kunnen stellen dat het hier om een unieke architecturale en decoratieve stijl gaat.

De grote lanen en paleizen zijn duidelijk geïnspireerd op de boulevards in West-Europese steden. Ook in de architectuur en decoratie zijn duidelijke invloeden terug te vinden die passen binnen de art deco. De Franse architecten Alexandre Marcel en Georges-Louis Claude stonden samen met de Egyptische architect Habib Ayrout in voor de praktische uitwerking. Het is vooral onder impuls van deze laatste dat de architectuur doorspekt zit met Egyptische (Moorse en Arabische) en oriëntaalse (bijvoorbeeld bij de Hindoevilla) elementen. Veel aandacht gaat uit naar grote terrassen en balkons (veelal ondersteund met zuilen en pilaren), immense tuinen en galerijen met zuilengangen. De voorgevels zijn duidelijk beïnvloed door Arabische stijlelementen.

Een voorbeeld van deze esthetische samenhang van verschillende stijlen is het Heliopolis Palace Hotel met meer dan 300 suites en 54.000 m² tuinen ontworpen door de Belgische architect Ernest Jaspar. Een waar huzarenstukje was de overkoepelde balzaal (op dat moment de grootste balzaal ter wereld).

De Hindoevilla[bewerken]

De Hindoevilla; officieel het paleis van Empain of paleis van de baron geheten (Qasr Al-Baron)
Achterzijde van de Hindoevilla van baron Empain

Deze villa kom je voorbij als je van de nationale luchthaven naar Caïro rijdt. Het is ondertussen in een bouwvallige staat, maar toch is het een gebouw dat je hoegenaamd niet onopgemerkt blijft. De mysterieuze, ietwat spookachtige sfeer die deze groteske villa uitstraalt laat weinigen koud. Het werd gebouwd tussen 1907 en 1910. De buitenkant is ontworpen door Alexandre Marcel. Decorateur Georges-Louis Claude versierde de binnenkant. De vele oosterse elementen doen denken aan het Cambodjaanse Angkor Wat. Meteen vallen de vele beelden op van olifanten, slangen, draken en afbeeldingen van Shiva en Krishna. Bovendien is het gebouw een baanbrekend voorbeeld van modern gebruik van beton. Empain woonde zelf een tijdje in de villa, en na hem ook nog familieleden van hem. In 1957 (5 jaar na de revolutie die Nasser aan de macht bracht) werd de villa door zijn erfgenamen verkocht. Sindsdien werd er decennialang weinig aandacht aan besteed, dit verklaart de huidige staat. Het werd de geliefkoosde trekplaats van vandalen en vleermuizen. De toeristen werden geweerd, een bezoek was onmogelijk tenzij men de wachters omkocht.

Sinds 2005 is de locatie in het bezit van de Egyptische overheid. Ondertussen heeft men de tuin onder handen genomen, maar men is nog niet gestart met de renovatie van het gebouw. In de tuinen worden af en toe voorstellingen gegeven. De Egyptische overheid heeft zich voorgenomen om de villa om te bouwen tot een museum.

In 2012 werd een overeenkomst gesloten met de Belgische staat om met vereende krachten het gebouw te restaureren en er een internationaal kunstcentrum van te maken.

De Onze-Lieve-Vrouwebasiliek[bewerken]

Deze basiliek is opgedragen aan de Onze-Lieve-Vrouwebasiliek van Tongre-Notre-Dame waar Empain zelf ook misdienaar was. De lichamen van baron Empain (overleden in Sint-Pieters-Woluwe in 1929) en van zijn zoon Jean (overleden in Parijs in 1946) berusten in de crypte van de basiliek in Heliopolis.

De politieke en economische achtergrond[bewerken]

De achtergrond van dit 'Egyptisch avontuur' moeten we zien binnen het voorbijgaande protectionisme van een aantal Europese staten als Frankrijk en Duitsland eind de 19de eeuw. In een protectionistische politiek kreeg de Belgische economie immers klappen te verduren. Een aantal vooruitstrevende industriëlen zoals Empain zouden, gesteund door koning Leopold II, hun kansen op vreemde terreinen wagen. De golf van Belgische expansie die uiteindelijk ook tot Egypte zou reiken is zodoende nauw verbonden met het avontuur in China (met als doel o.a. de aanleg van een spoorlijn tussen Hankow en Peking), grote investeringen in Rusland, Brazilië, ... en het koloniale avontuur in Congo.

In 1908 investeerden Belgische bedrijven 219 miljoen frank in Egypte. Ter vergelijking: in Rusland investeerde men 441 miljoen, in Congo 322 miljoen, in Argentinië 290 miljoen, in Duitsland 244 miljoen, in Italië, Frankrijk en Brazilië elk om en bij 150 miljoen en in Nederland slechts 70 miljoen. Het relatieve aandeel van Belgische investeringskapitaal in Egypte (waarvan een groot deel in Heliopolis) was dus onwaarschijnlijk groot.

Literatuur[bewerken]

  • VAN LOO Anne & BRUWIER Marie-Cécile (red.), Héliopolis, Brussel: Mercatorfonds, 2010, 229 p., rijk geïllustreerd. ISBN 978-90-6153-930-8.