Henriëtte Ronner-Knip

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Henriëtte Ronner-Knip

Henriëtte Ronner-Knip (Amsterdam, 31 mei 1821 - Elsene, 28 februari 1909) was een Nederlands-Belgisch kunstschilderes gespecialiseerd in romantische dierschilderingen. Ze is vooral bekend door haar schilderijen van katten.

Persoonsgegevens[bewerken]

Kat, 1897

Zij was het tweede kind van Josephus Augustus Knip (1777-1847), kunstschilder, en van Cornelia van Leeuwen (1790-1848) (zij woonde samen met Knip maar was niet zijn echtgenote; de echtgenote leidde een afzonderlijk leven en Josephus zou pas later scheiden van haar in 1824). Henriëtte Knip huwde op 14 maart 1850 te Amsterdam met Feico Ronner (1819-1883) uit Dokkum. Ze hadden zes kinderen: Marie-Thérèse (1851-1852), Alfred Feico (1852-1901), Edouard (1854-1910), Marianne-Mathilde (1856-1946), Alice (1857-1957) en Stéphanie-Emma (1860-1936) .

Alfred Ronner, Alice Ronner en Emma Ronner werden alle drie kunstschilder; Edouard Ronner werd advocaat.

Henriëtte Ronner-Knip woonde te Brussel op diverse adressen: Regenstschapstraat, 7 (ca. 1850-1854) (in 1852 vinden echter we ook de Karnemelkstraat in Sint-Joost-ten-Node als adres opgegeven), Rogierlaan 157 (ca. 1854-1856), Etterbeeksesteenweg 172 (ca. 1856-71), Maelbeekstraat (1871-1873), Verlaatstraat 19 (1873-1878), dan haar belangrijkste adres Vleurgatsesteenweg 51 (1878-1903), en tenslotte inwonend bij haar dochters in de Gachardstraat 43 (1903-1909).

De voorouders: ook al kunstenaars[bewerken]

De familie Knip telde in de twee generaties vóór Knip reeds tal van kunstschilders. Het lag dus voor de hand dat de kinderen in dezelfde richting georiënteerd werden en in die artistieke sfeer opgroeiden.

Levensloop[bewerken]

Knip verhuisde nog als baby met haar ouders mee naar 's-Hertogenbosch. In 1823 trok haar vader met zijn gezin naar Parijs om pas in 1827 naar Nederland (Vught) terug te komen. Inmiddels was hij blind geworden aan één oog.

Jeugd, opleiding[bewerken]

Ondanks zijn zwak zicht verzorgde Knips vader, met ijzeren discipline, zelf de artistieke opvoeding van zijn dochter en die van haar broer August, en wel vanaf hun vijfde levensjaar. In 1833 verhuisde het gezin Knip na een kort verblijf in Den Haag, naar Beek (Nijmegen). Enkele jaren later ging het gezin terug naar ’s-Hertogenbosch en omstreeks 1840 ten slotte naar Berlicum (nabij ’s-Hertogenbosch). Gaandeweg nam Knip de zorg van de financiën en het huishouden op zich.

Wellicht bleef ze tot na de dood van haar moeder in 1848 te Berlicum wonen; daarna verhuisde ze naar Amsterdam. Te Beek, ’s-Hertogenbosch en Berlicum werkte Knip vooral naar de natuur : vee, huisdieren, hoeven, velden, bossen, e.d., eerst in potlood en aquarel en gaandeweg ook in olieverf. Haar eerste ernstig werkstuk ontstond in 1835 en werd uitgevoerd in samenwerking met haar broer August: “De boerderij van de Prins van Oranje nabij Tilburg”.

Onmiddellijk succes[bewerken]

Vanaf 1836 stuurde ze met groot succes schilderijen in naar de salons: Noord-Brabantse landschappen, dorpsmarkten, hoevetaferelen, stallingen, scènes met huisdieren, vee, duiven, jachthonden en apen, alles in een romantische stijl. Voorbeelden daarvan zijn: “Wit poesje tuurt een hommel na bij het venster” (Düsseldorf, Salon 1836), “Het park te Heeze” (Amsterdam, Tentoonstelling Levende Meesters, 1838), “Landschap met koeien en schapen” en “Landschap met meisje dat schapen en een geit hoedt” (Antwerpen, Salon 1840).

Naar Brussel[bewerken]

In 1850, kort na hun huwelijk, verhuisden Henriëtte Knip en haar man Feico Ronner naar Brussel, Regentschapstraat 7 in Sint-Joost-ten-Node, het eerste van een hele rij Brusselse addressen. Feico zorgde voor de zaken en regelde de geldzaken en de briefwisseling.

Henriëtte Ronners verhuis naar Brussel valt ongeveer samen met een duidelijke verenging van haar onderwerpskeuze: zij legde zich voortaan voornamelijk toe op taferelen met hondenkarren, honden en –later- salonpoezen Voorbeelden zijn. “De dood van een vriend”, een groot doek van 180 bij 250 cm met de sentimentele voorstelling van een dode trekhond (Brussel, Salon 1860); “De mens en zijn vrienden” en “Jachthonden” (Antwerpen, Salon 1861).

Haar beroemde taferelen met langharige poezen in burgersalons ontstonden meestal pas na 1870. Het zijn vooral deze taferelen met hun fenomenale textuurweergave en hun anekdotisch karakter, die Henriëtte Ronner haar blijvende roem bezorgden. Die poezenscènes zijn eerder accessoirestillevens, verlevendigd met lieve, speelse poezen en kattenjongen.

Knip was tegelijk een gereputeerde portrettiste van honden en poezen en vereeuwigde als dusdanig de schoothondjes van koningin Maria Hendrika en van Maria van Hohenzollern-Sigmaringen, gravin van Vlaanderen.

Aan haar tijdgenoot, de kunstkenner J. Gram, danken we enige gegevens over haar levenswijze op latere leeftijd, toen ze reeds aan de Vleurgatsesteenweg woonde. In de grote tuin achter haar huis hield ze tal van (jacht)honden, poezen en een papegaai in speciaal ingerichte verblijven. Geregeld werden de dieren naar het atelier gehaald om te poseren, hetzij vrij rondlopend, hetzij geplaatst in een glazen kooi. Eens de voorstudies met de gewenste poses voorbij, zette Knip de contouren van de dieren om in grove papieren sculpturen en ze zette die op de gewenste plaatsen in de montage voor het schilderij, die meestal uit antieke meubels, gedrapeerd textiel en allerlei antiquiteiten bestond. Ook hield ze een inventaris van haar productie bij in de vorm van kleine waterverfschetsen, die een soort “Liber Veritatis” van haar oeuvre vormen. Haar persoon deed Gram aan de musicus Franz Liszt denken: een mannelijk type met fel-witte haren en een zware stem.

Tentoonstellingen[bewerken]

Knip had heel wat succes op de driejaarlijkse “salons” in België en de Tentoonstellingen van Levende Meesters in Nederland, maar ook in alle grote Europese, Amerikaanse en Australische steden. Ze ontving heel wat zilveren en gouden eremetalen; ze werd in 1887 ridder in de Leopoldsorde en in 1901 ridder in de Orde van Oranje-Nassau. Er zijn schilderijen bekend waarin Knip samenwerkte met de Belgische kunstenaar David Col (1822-1900).

Ter illustratie enkele titels van saloninzendingen : “Gelukkige familie” (Antwerpen, 1855); “Een verhuis” (Antwerpen, 1858); “De mens en zijn vrienden” en “Jachthonden” (Antwerpen, 1861); “Vos in het kippenhok” en “Hondenspan” (Antwerpen, 1873); “De schilderschool” en “Jacht in de Kempen“ (Gent, 1880); “Schaak en mat” en “Waar kan men beter zijn” (Gent 1883); “De indringer” (Antwerpen, 1888); “Een invasie” en “Het wachten” (Gent, 1889); “Schelmen” (Antwerpen, 1894).

De ouderdom bracht enige vieringen mee: zo richtte de Rotterdamse Kunstkring in 1886 een solotentoonstelling met 80 werken in n.a.v. haar 65e verjaardag. De Fine Arts Society in Londen volgde in 1890 met een retrospectieve met 113 werken, “Paintings of the Animal Life by H. Ronner”. In 1898 had ze een dubbeltentoonstelling met dochter Alice Ronner in de Kunsthandel Oldenzeel in Rotterdam. Ook in het prachtige lokaal van de Cercle Artistique aan de Antwerpse Arenbergstraat, had zij een tentoonstelling samen met dochter Alice (nà 1894)

Kunstenaars met identieke thematiek[bewerken]

C. Raaphorst (1875-54) was de bekendste schilder die hetzelfde genre als Henriëtte Ronner beoefende. Ook Ch. Vandereycken jr., Louis-Eugène Lambert en A. Brunel de Neuville beoefenden een gelijkaardig genre, net als M. Seymour Lucas in Engeland en Wilhelm Schwar in Duitsland.

Leerlingen[bewerken]

Kunstschilder Marcel Jefferys (1872-1924) was een leerling van Knip en haar dochter Alice Ronner.

Atelierverkoop[bewerken]

Na haar overlijden te Elsene in 1909 werd Knips atelier geveild in Pulchri Studio te ’s-Gravenhage (8-9 maart 1911) en bij Frederik Müller & Cie te Amsterdam (21 oktober 1919). Deze veilingen omvatten niet alleen werken van Knip zelf (olieverfschilderijen, voorstudies, tekeningen e.d.), maar ook werken van haar vader, broer en tante.

Musea[bewerken]

  • Amsterdam, Rijksmuseum, Rijksprentenkabinet en Universiteit (UvA);
  • Antwerpen, Kon. Museum voor Schone Kunsten;
  • Bergen op Zoom, Museum Markiezenhof;
  • Brussel, Museum van Elsene
  • Den Haag, Gemeentemuseum;
  • Den Haag, Stichting Historische Verzamelingen van het huis Oranje Nassau
  • Dordrecht, Dordrechts Museum;
  • Haarlem, Gemeentearchief en Teylers Museum;
  • Leiden, Rijksuniversiteit en Prentenkabinet;
  • Maaseik, John Selbach Museum;
  • Bergen (Mons), Musée des Beaux-Arts
  • Haastrecht, Museum Bisdom van Vliet;
  • Rotterdam, Museum Boymans-van Beuningen.
  • Stirling (GB), Stirling Smith Art Gallery and Museum

Verder:

  • Amsterdam, Stichting Genootschap Cornelis Ploos van Amstel-Knoef;
  • Brussel, Koninklijke Verzameling;
  • Londen, Koninklijke Verzameling.
  • Ook de koning van Portugal, de Duitse keizer Wilhelm I en de gravin van Vlaanderen (Marie von Hohenzollern) bezaten werk van Knip

Fotogalerij[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties

  • (nl) J. Gram, Henriëtte Ronner en hare katjes. Leiden, 1891.
  • (fr) H. Havard, Un peintre de chats. Madame Henriette Ronner, Paris, 1891.
  • (en) M.H. Spielman, Henriëtte Ronner, the painter of Cat Life and Cat Character, Londen-Parijs-Melbourne, 1892.
  • (de) U. Thieme en F. Becker, Allgemeines Lexikon der bildenden Künstler, dl. XXVIII (Leipzig, 1934).
  • (en) Marius, Dutch Painters of the 19th Century, z.pl., 1973;.
  • (fr) E. Bénézit, Dictionnaire critique et documentaire des peintres (…), dl. IX (Parijs, 1976).
  • (nl) P. Scheen, Lexicon Nederlandse beeldende kunstenaars 1750-1880, ’s-Gravenhage, 1981; -
  • (en) W.G. Flippo, Lexicon of the Belgian Romantic Painters, Antwerpen, 1981;-
  • (fr) P. en V. Berko, Dictionnaire des peintres belges nés entre 1750 et 1875, Brussel-Knokke, 1981; -
  • (nl) C. Stellweg, Twee vrouwen over katten, Alphen aan de Rijn, 1981; -
  • (nl) N. Hostyn, Van de os op de ezel. Belgische dierenschilders in de 19de eeuw, Brussel, 1982.
  • (nl) J.W. Brouwer, Hollandse kunstenaars en de Franse Salons 1750-1880, in: Tableau, 6 (1984), nr. 6, 88; -
  • (fr) A. Herickx & J. Mambour, Catalogue du Musée des Beaux-Arts de Mons, Brussel, 1988.-
  • (nl) F. Kuyvenhoven en R. Peeters, De familie Knip, Zwolle, 1988.
  • (nl) N. Hostyn, Henriëtte Knip, in : Nationaal Biografisch Woordenboek, 14, Brussel, 1992;-
  • (fr) Le dictionnaire des peintres belges du XIVième siècle à nos jours, Brussel, 1994, 35;
  • (nl) J.M. Duvosquel & Ph. Cruysmans, Dictionaire van Belgische en Hollandse dierenschilders geboren tussen 1750 en 1880, Knokke, 1998;-
  • (nl) H.J. Kraaij, Henriette Ronner-Knip, (Schiedam), (1998);-
  • (nl) P. Piron, De Belgische beeldende kunstenaars uit de 19de en 20ste eeuw, Brussel, 1999;-
  • (nl) Elck zijn waerom (tentoonstellingscat.), Antwerpen, 1999;-
  • (fr) E. Bénézit, Dictionnaire critique et documentaire des peintres…, Paris, 1999;-
  • (nl) W. & G. Pas, Biografisch Lexicon Plastische Kunst in België. Schilders- beeldhouwers – grafici 1830-2000, Antwerpen, 2000;-
  • (nl) P.M.J.E. Jacobs Beeldend Benelux. Biografisch handboek, Tilburg, 2000:-
  • (fr) W. & G. Pas, Dictionnaire biographique arts plastiques en Belgique. Peintres-sculpteurs-graveurs 1800-2002, Antwerpen, 2002.
  • (fr) P. Sanchez, Les Salons de Dijon 1771-1950, Dijon, 2002;