Hissène Habré

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Hissène Habré

Hissène Habré (Arabisch: حسين حبري; Faya Largeau, 13 september 1942), ook bekend als Hissen Habré, is een voormalige dictator van Tsjaad. Hij leeft in ballingschap in Senegal en is in eigen land ter dood veroordeeld.

Hissène Habré werd geboren in een Toeboestam in het woestijngebied van noordoost Tsjaad. Na de onafhankelijkheid in 1960 werd hij regeringsambtenaar en studeerde vervolgens op een regeringsbeurs rechten en politieke wetenschappen aan de Sorbonne te Parijs. President François Tombalbaye stuurde hem naar Libië om te onderhandelen met de verzetsbeweging Frolinat, maar Habré liep over en werd een van de leiders van het noordelijke verzet dat vanuit Libië opereerde. Later richtte hij zijn eigen militie 'Forces Armées du Nord' (FAN) op.

In 1978 sloot hij vrede met het militaire bewind dat de macht in Ndjamena had overgenomen, en werd premier van Tsjaad. Maar de burgeroorlog ging door, en Habré's rivaal Oueddei kwam aan de macht. Habré was nog een paar maanden minister van defensie, maar kwam toen weer in verzet en greep in 1982 de macht in Tsjaad.

Omdat zijn land beschouwd werd als een belangrijke pion tegen het regime van Moammar al-Qadhafi in Libië, kon Habré rekenen op de steun van de VS en Frankrijk. In 1990 werd hij op zijn beurt van de macht verdreven door de huidige president Idriss Déby. Hij vluchtte naar Senegal, waar hij in februari 2000 beschuldigd werd van misdaden tegen de menselijkheid. Volgens zijn opvolger Idriss Déby zijn onder het bewind van Habré 40.000 tegenstanders van de regering om het leven gebracht. Het aantal gemartelden zou 200.000 zijn.

Pogingen tot berechting[bewerken]

Op 15 augustus 2008 kreeg Habré, bij verstek, de doodstraf, opgelegd door een rechtbank in Tsjaad. Habré woont in Senegal en er wordt al sinds 2005 door België om zijn uitlevering gevraagd, aangezien veel vluchtelingen uit Tsjaad in België wonen. Senegal weigerde deze uitlevering steeds en heeft in 2000 zelf vervolging ingesteld, maar het Hooggerechtshof van Senegal verklaarde zich onbevoegd. België heeft uiteindelijk in februari 2009 een procedure aangespannen tegen Senegal bij het Internationaal Gerechtshof in Den Haag op grond van de VN-Conventie tegen Marteling. België vroeg dit hof om uit te spreken dat Senegal krachtens deze conventie verplicht was ofwel Habré zelf alsnog in vervolging te stellen ofwel hem uit te leveren aan België.

Op 20 juli 2012 stelde het Internationaal Gerechtshof België in het gelijk. Het hof sprak uit dat Senegal, door Habré niet in vervolging te stellen, zijn verplichtingen krachtens de VN-Conventie tegen Marteling geschonden heeft en dat het land, indien het Habré niet uitleverde, hem zonder verder uitstel in vervolging moest stellen.[1] Amnesty International noemde de uitspraak "een overwinning voor de slachtoffers van Habré".[2] De Senegalese Minister van Justitie, mw. Aminata Touré, voormalig hoofd van een VN-bureau voor de mensenrechten,[3] verklaarde dat Senegal nota nam van de beslissing van het Internationaal Gerechtshof en vastbesloten was uiterlijk eind 2012 het proces tegen Habré te beleggen.[4]

Tribunaal gevormd[bewerken]

In augustus 2012 sloot de regering van Senegal een verdrag met de Afrikaanse Unie tot de oprichting van een Tsjaad-tribunaal ter berechting van Habré en andere hoofdverdachten in deze zaak.[5] Dit tribunaal is op 8 februari 2013 geïnstalleerd onder de naam Buitengewone Afrikaanse Kamers.[6] De vier buitengewone kamers zijn onderdeel van het Senegalese rechtsstelsel, en de meeste rechters hebben de Senegalese nationaliteit, maar twee Kamers van Beroep hebben een president afkomstig uit een andere lidstaat van de Afrikaanse Unie. De kamers hebben krachtens hun statuut de bevoegdheid om genocide, misdaden tegen de menselijkheid, oorlogsmisdaden en marteling te berechten voor zover dit gaat om feiten gepleegd tussen 7 juni 1982 en 1 december 1990.[7]

Op 30 juni 2013 werd Habré in Dakar door de Senegalese politie gearresteerd. De mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch gaf als commentaar dat Habré`s slachtoffers na 22 jaar eindelijk licht aan het eind van de tunnel konden zien.[8]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Questions relating to the Obligation to Prosecute or Extradite (Belgium v. Senegal) persbericht Internationaal Gerechtshof, 20 juli 2012
  2. ICJ: Ex-Chad leader Habré’s victims’ long wait for justice website Amnesty International, 20 juli 2012
  3. PROFIL - Aminata Touré, ministre de la Justice le quotidien.sn
  4. Affaire Habré : Dakar réaffirme la tenue du procès avant fin 2012 rewmi.com, 21 juli 2012
  5. Het Parool 22 aug. 2012
  6. Senegal: Hissène Habré Court Opens website Human Rights Watch, 8 februari 2013
  7. Statut des Chambres africaines extraordinaires website Human Rights Watch, 30 januari 2013
  8. Senegal Detains Ex-President of Chad, Accused in the Deaths of Opponents New York Times, 30 juni 2013
Voorganger:
Goukouni Oueddei
President van Tsjaad
7 juni 1982 – 1 december 1990
Opvolger:
Idriss Déby